GENERATIE VII                                                                                                              17-01-2018

 

VIIa GEERTJEN BEERTS PRINS (van VIb), geb. ws. Zuideinde, Kamperveen, ca. 1737 (?), ged. Oldebroek 11-01-1733, zonder beroep (1820), ovl. Kampen 15-06-1820, tr. vóór ws. 08-04-1765

 

REINS JANSSEN PRINS (REIN JANS, REYND JANSZ, REIJNT JANTZEN), geb. (?) vóór ca. 1704, begr. Kamperveen 26-04-1771, zoon van Jan … en …, weduwnaar van Petertje Helmichs.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Jannetje Reins Prins, ged. Kamperveen 08-04-1765.

Grietje Reins Prins, ged. Kamperveen 04-05-1766.

Evert Reins Prins, ged. Kamperveen 16-09-1770.

 

In 1825 trouwen Evert Prins en Geertruijd Elisabeth Agneta Soweil  in Doornspijk. Zij kunnen niet de kosten voldoen voor het aanvragen van uittreksels uit de burgerlijke stand en overleggen beiden een verklaring van onvermogen. Uit de verklaring die Evert overlegt blijkt dat zijn vader Reins Janssen de naam Prins heeft gevoerd.

 

BS Doornspijk 01-10-1825: Evert Prins, weduwnaar van Hendrikje Pruim, oud vyfenvyftig jaren, van beroep daglooner: geboren te Kamperveen en wonende in deze Gemeente, Kerspel Oosterwolde, meerderjarige Zoon van wijlen Reins Janssen, Die volgens verklaring van partijen en getuigen den naam van Prins heeft gevoerd en van wijle Geertje Prins, Zynde de grootouders uit beide linien insgelyks overleden, Doch hunne laatste woonplaats en tyd en plaats van overlijden aan partyen en getuigen, volgens verklaring bij eede, niet bekend.

 

De kinderen worden, hoewel zij de naam Prins dragen, niet verder beschreven zolang niet zeker is dat Rein Jans Prins in mannelijke lijn afstamt van Hendrik Evertsen Prins, zie IVb.

 

Rein Jans en Petertje Helmichs laten tussen 1722 en 1741 kinderen dopen in Kamperveen. Zij wonen in Kamperveen aan de Noordwendige. [1]

 

Petertje Helmichs is ovl. tussen 19-02-1741 en 20-08-1748.

 

Kamperveen 20-08-1748: Reijnt Jantzen is bij de volkstelling van 1748 geregistreerd. Hij staat in het Register van de Boerschap de Hoogeweg van het Camperveene:

 

Getal der Huijsgezinnen

: 24de huijsgezin

 

 

Namen der Mannen ende Vrouwen

: Reijnt Jantzen weduwenaar

 

 

Kinderen en Kindskinderen Boven de 10 Jaaren oud

: 4 Kinderen

 

  Jan Reijntsz 20 Jaaren

 

  Jannetjen Reijntsz 17 Jaaren

 

  Geertjen Reijntsz 16 Jaaren

 

  Hendrikjen Reijntsz 13 Jaaren

 

 

Kinderen en Kindskinderen  onder de 10 Jaaren

: Geene

 

 

Dienstbooden mede derzelven naamen en Ouderdom

: Geene

 

 

Inwoonders en Costgaarderen

: Geene

 

Kamperveen 26-04-1771: den 26 April is Reint Jans Begraven 1 - 9 - :.

 

Geertjen Beerts Prins hertr. Kamperveen 06-10-1771

 

JAN JANSZ, geb. Neede vóór ca. 1753, ovl. (?), zoon van Jan … en …

 

Uit dit huwelijk is geboren:

 

Jan Jans, ged. Kamperveen 13-06-1773.

 

 

Geertjen Beerts Prins hertr.

 

JAN JOOST, geb., ovl. vóór 15-06-1820, zoon van … en …

 

Is Jan Jansz dezelfde als Jan Joost?

 

Oosterwolde (GD) 06-10-1771: den 6. October zijn nae 3. Afkondigingen alhier, met onze briefje op ’t Kamperveen, daer door den H? Prokurator en Verwalter Scholtis E J: Van Slangenburg ook ingetekent waeren Jan Jansz, J.M. Geboortig van Neede in de Provintie van Geld. en Graefs Zutphen met Geertje Beerts prins Wedu, geboortig van Kamperveen en daer Woonagtig.

 

Oldebroek 17-10-1779: Geertje Beerds is getuige bij de doop van haar neef Coenraad, zoon van Brand Beerdsz en Hilletje Brands, zie VIIb.

 

Geertjen Beerts Prins is 83 jaar bij haar overlijden in 1820, waardoor zij in ca. 1737 zou zijn geboren.  Aangezien zij is ged. Oldebroek 11-01-1733 zal zij vermoedelijk in 1820, bij haar overlijden, 87 jaar zijn geweest.

 

BS Kampen 15-06-1820: Geertjen Prins, weduwe van Jan Joost, oud drie en tachtig Jaren, zonder beroep, wonende aan de Zwartendijk is ovl. Kampen 15-06-1820.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

08-04-1765: Jannetje, dochter van Reine Jans en Geertje Beerts.

04-05-1766: Grietje, dochter van Reine Jans en Geertje Beerts.

16-09-1770: Evert, zoon van Rein Jans en Geertjen Beers.

13-06-1773: Jan, zoon van Jan Jans en Geertien Beers. [2]

 

 

VIIb BRAND BEERTS PRINS (van VIb), ged. ws. Zuideinde, Kamperveen, ged. Kamperveen 28-01-1742, ovl. Oldebroek 11-11-1780, begr. Kamperveen 17-11-1780, tr. Oldebroek 27-06-1779

 

HILLETJE BRANDS, geb. ws. Kamperveen, ovl. (?), dochter van Brand … en …

 

Uit dit huwelijk is geboren:

 

Coenraad Brands (Koert Brands) Prins, geb. 15-10-1779, ged. Oldebroek 17-10-1779, ovl. Oldebroek 12-02-1795, begr. Kamperveen 15-02-1795.

 

Kamperveen 29-07-1749: den 19 Julis heeft Brand Timans aan de sande laaten doopen syne dogter Hilligjen waarvan moeder is Gertje Menzen.

 

Brand Beerts Prins en Hilletje Brands wonen in Oldebroek (1779).

 

Oldebroek 27-06-1779: 1779. den 4 Juni Brand Beertsz J M. van Camperveen en Hilletje Brands J.D. van Camperveen beide wonende te Oldebroek Na drie voorgaande Zond: Huwlijksvoorstellingen den 27 Juni te Oldebroek getrouwt.

 

Oldebroek 15-10-1779: ged. Den 17 Octob. Coenraad gebor. d. 15 oct., zoon van Brand Beerdsz en Hilletje Brands. Getuige Geertje Beerds.

 

Het overlijden van Brand Beerts Prins is in Oldebroek opgetekend en hij is in Kamperveen begraven.

 

Oldebroek 11-11-1780: dito [Nov.] is Brand Beertsz prins overleden.

 

Kamperveen 17-11-1780:  x den 17 November is Brand beerts begraft 1 - 9 -.

 

Het overlijden van Coenraad Brands Prins is in Oldebroek opgetekend en hij is in Kamperveen begraven.

Oldebroek 12-02-1795: 12 is Een kind van Brand Beertzen overleden.

Kamperveen 15-02-1795: x den 15 February is Koert Brands begraft 1 - 11-:

 

 

VIIc  HENDRIKJE BEERTS PRINS (van VIb), geb. ws. Zuideinde, Kamperveen, ged. Kamperveen 27-02-1746, ovl. Kamperveen 05-11-1789, begr. Kamperveen 10-11-1789, tr. Kamperveen 18-03-1775

AALT PETERS VAN DER SNEE, geb. ws. Zuideinde, Kamperveen, ged. Kamperveen 07-11-1734, custos van Kamperveen (1779, 1781, 1784), kustos van Kamperveen (1787), koster van Kamperveen (1789), custos van Camper (1801), custos van Kamperveen (postume vermelding 1825), ovl. Kamperveen 06-10-1801, begr. Kamperveen 13-10-1801, zoon van Peter Wichmans  (Peter Wiechmoetz) en Dirkje Aalds (Dirkjen Aaltz).

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

een dochter, geb. ws. Zuideinde, Kamperveen, begr. Kamperveen 15-01-1776.

Peter van der Snee, geb. ws. Zuideinde, Kamperveen, ged. Kamperveen 19-01-1777.

Evert van der Snee, geb. ws. Zuideinde, Kamperveen 01-09-1779, ged. Kamperveen 05-09-1779.

Hendrik van der Snee, geb. ws. Zuideinde, Kamperveen, ged. Kamperveen 21-10-1781.

Brand van der Snee, geb. ws. Zuideinde, Kamperveen, ged. Kamperveen 18-01-1784.

Dirk van der Snee, geb. ws. Zuideinde, Kamperveen, ged. Kamperveen 12-10-1788.

 

Kamperveen 07-11-1734: Aald. Den 7 Novembr heeft Peter Wichmans laaten doopen sijn soon Aald, waarvan moeder is Dirkje Aalds, aen het Suydeynde.

 

Zuideinde ligt in het zuidelijke deel van de Polder Kamperveen. Aan weerzijden van de Wittensteinse Allee, daar waar Gelderland aan Overijssel grenst, ontstond de buurtschap Zuideinde die altijd deel heeft uitgemaakt van twee gemeenten. [3]

 

Kamperveen 21-08-1748: De ouders van Aalt Peters van der Snee zijn bij de volkstelling van 1748 geregistreerd. Zij staan in het Register Van het Boerschap Het Zuijdeynde Van Camperveene Waar Over Letter is de E Jan Harmentzen:

 

Getal der Huijsgezinnen

: 14de huijsgezin

 

 

Namen der Mannen ende Vrouwen

: Peter Wiechmoetz & Dirkjen Aaltz

 

 

Kinderen en Kindskinderen Boven de 10 Jaaren oud

: 3 Zoonen

 

  Wichmoet Petertz 23 a 24 Jaar

 

  Andries Petertz 20 Jaar

 

  Aalt Petertz 12 Jaar

 

 

Kinderen en Kindskinderen onder de 10 Jaaren

: Geene

 

 

Dienstbooden mede derzelven naamen en Ouderdom

: Een Maagd Jannetje Claasz 18 a 19 Jaar

 

 

Inwoonders en Costgaarderen

: Geene

 

Mogelijk zijn de ouders van Hendrikje Beerts Prins in 1748 buren van de ouders van Aalt Peters van der Snee in Zuideinde, Kamperveen. Volgens het register van de volkstelling van 1748 zijn van huijs tot huijs de Opschrijvingen Gedaan en haar ouders zijn direct na zijn ouders genoteerd.

 

Hendrikje Beerts Prins woont in Oldebroek (1775). Aalt Peters van der Snee woont in Kamperveen (1775).

 

Oldebroek 18-03-1775: Den 25 Febr. op attestatie van Camperveen Aalt Petersz J.M. van Camperveen en Hendrikje Beerts J.D. van Camperveen tans wonende onder Oldebroek Na drie voorgaande Zond. Proclamatien attest gegeven om te Camperveen te worden bevestigt den 18 Maart. 1775.

 

Kamperveen 15-01-1776: den 19 january is begraven van Aalt peters dogter 1 - 10 -.

 

Het gezin van Hendrikje Beerts Prins en Aalt Peters van der Snee woont in Kamperveen, in Zuideinde (1777, 1779, 1781, 1784, 1788). [4]

 

Aalt Peters van de Snee heeft in 1787 een knecht, Gerrit Gerritsen Dekker.

 

Kamperveen 06-04-1787: den 6 April is Gerrit gerritsen dekker begraft knegt van de kustos 1 - 11 - 0.

 

Kamperveen 05-11-1789: 1789 den 5 Novemb. Is Hendrikjen Beerts Vrouwe van de koster overleden den 10 dito begraven.

 

Kamperveen 06-10-1801: 1801 hier begind Peter Aalts custos. den 6 dito [october] is myn vader Aalt Peters over leden Custos van Camper den 13 dito Begraft - 14.

 

BS Kampen 29-12-1825: Dirk Aalts van der Snee tr. Kampen 29-12-1825 Hendrikje Willems ten Hove. Dirk Aalts van der Snee is jongman gedoopt te kamperveen, den twaalfden October zeventien honderd Acht en tachtig, volgens Extract uit het doopboek aldaar Landman, wonende onder deze Gemeente, meerderjarige zoon van Aalt peters van der Snee, begraven te kamperveen den dertienden October achttienhonderd één en van Hendrikje Beerts, begraven te kamperveen den  vijfden November zeventienhonderd negen en tachtig, volgens extracten uit het overlijdens register aldaar, hebbende hij en na te noemen getuigen onder Eede verklaard wel te weten dat zyne Grootouders alle overleden zijn. Dirk Aalts van der Snee ondertekent de huwelijksakte met Derk Aalts van der Snee.

 

BS Kampen 29-12-1825: Volgens een uittreksel uit het Register van Overledenen in de Gemeente Kamperveen is Hendrikje Beerts vrouwe van dekoster ovl. 1789 den Vyfden November zeventien honderd enNegen entachtig. Volgens een uittreksel uit het Register van Overledenen in de Gemeente Kamperveen is Aalt Peters Custos van Kamperveen ovl. 1801 Den Zesden October en den dertienden begraft.

 

BS Doornspijk 25-02-1831: Evert van der Snee, in leven boerenKnecht, ongehuwd, geboren te Kamperveen provincie Overijssel, en gewoond hebbende te Doornspijk, zoon van wijle Aalte van der Snee en Hendrikje Beerdsen Prins is ovl. Oosterwolde (gem. Doornspijk) 24-02-1831 in deze Gemeente Kerspel Oosterwolde Buurschap noorderrot in het huis No. 81 … in de ouderdom van twee en Vijftig Jaren.

 

BS Kamperveen 03-06-1846: Peter Aalts van der Snee, weduwnaar van Lubbigje Driessen Mulder, zoon van Aalt Peters van der Snee en van Hendrikje Beerts, beide overleden, … van beroep koster, geboren en wonende te Kamperveen is ovl. Zuideinde (gem. Kamperveen) 02-06-1846 in het huis staande in de buurtschap het Zuid-Einde, nummer twintig … in den ouderdom van negen en zestig jaren.

 

Aalt Peters van der Snee hertr. Hillegien Aarts. Hilligje Aarts is geb. …, ovl. Kamperveen 01-03-1807, begr. Kamperveen 07-03-1807, dochter van Aart … en …

 

Hillegien Aarts otr. Kamperveen 07-05-1802, tr. Kamperveen 08-06-1802 Jan Cornelis.

 

Kamperveen 07-05-1802: Hilligje Aarts, weduwe van Aalt peters, woonachtig te Kamperveen otr. Kamperveen 07-05-1802, tr. Kamperveen 08-06-1802 Jan Cornelis, J.M. woonachtig te oosterwolde.

 

Kamperveen 01-03-1807: Den 7 Maart is Hillgjen Aards Huis vrouwe van jan Cornelis ter aarden Besteld 14 – 1.

 

BS Kamperveen 18-05-1815: Dirkje Aalts van der Snee geboren in deze Gemeente den achten twintigsten Januarij van het Jaar zeventienhonderddrieennegentig blykens extract daarvan door ons op den twaalfden mei des tegenwoordigen Jaars afgegeven meerderjarige dochter van Aart Peters en Hilligje Aarts beide overleden den zesden october van het Jaar achttienhonderd en een de tweede den eersten maart achttienhonderd en zeven blykens Extract daarvan voor ons den twaalfden mei Dezes Jaars afgegeven.

 

In de huwelijksakte betreffende Peter Aalts van der Snee uit 1825 zijn de overlijdensdata van Aalt Peters van der Snee en Hilligje Aarts onjuist vermeld.

 

BS Kampen 03-11-1825: Peter Aalts van der Snee j m geboren te kamperveen den negen en twintigsten mei zeventien honderd vijf en negentig volgens extract  uit het doopregister aldaar, boerenarbeider wonende te kampen, meerderjarige soon van Aalt Peter (van der Snee) overleden te kamperveen den zesden October Achttienhonderd en van Hillegien Aarts, overleden aldaar den zesden October Achttienhonderd zeven zijn de zyne grootouders alle overleden volgens verklaring onder Eede van hem en na te noemene getuigen.

 

Oldebroek, Protocollen 1776-1784, fol. 172.

 

 

VIId ELISABETH AALTSEN (LIESEBETH AELTS, ELISABET, ELIESEBET, ELISABENTH) PRINS (van VId), ged. Kampen (Broederkerk) 15-11-1748, begr. Kampen 12-04-1785, otr. Kampen 05-04-1776, tr. Kampen (Buitenkerk) 28-04-1776

 

KLAAS TEUNIS (CLAAS TEUNIS, CLAAS TEUNISSEN) TEN HOVE, geb. Kampen 09-08-1744, pachter van een Kamper stadserf (1784-1793), begr. Kampen (Buitenkerk) 20-12-1793, zoon van Teunis … en …

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Teunes Klaas, ged. Kampen (Buitenkerk) 08-06-1777.

Aaltien Klaas, ged. Kampen (Buitenkerk) 30-08-1778.

Aalt Klaas, ged. Kampen (Broederkerk) 05-03-1780.

Feigien Klaas, ged. Kampen (Broederkerk) 28-09-1781.

Teunis Klaas, ged. Kampen (Buitenkerk) 17-11-1782.

Aaltjen Klaas, ged. Kampen (Buitenkerk) 15-08-1784.

 

Kampen 05-04-1776: Claas Teunissen is jonge man v.d. Swartendijk.

 

Kampen vóór Pasen 1771: Lysebet Prins doet belijdenis en wordt ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk van Kampen, wijk: Buitenkwartier.

 

Kampen 03-04-1776: Elisabeth Prins had sinds 02-08-1756 als voogden Harmes Egbers en Harmen Prins en bedankt voor het voogdijschap.

 

Klaas Teunis ten Hove pacht op het Kampereiland erf 62, de Kruishoop, van P1784 tot P1794. [5] De keuze voor dit erf oogt als een strategische zet. Zijn schoonvader, op gevorderde leeftijd gekomen, pacht gelijktijdig het naastgelegen erf 61, het eerste erf van de Kruishoop.

 

een deel van de kadasterkaart van 188 tot 1832 waarop de kruishooper erven bij de haatlanderdijk in kampen zijn 
afgebeeld, waar in de achttiende eeuw elisabeth aaltsen prins en klaas teunis ten hove woonden

 

De Kruishooper Erven aan de Haatlander-Dyk. Kadasterkaart (Minuutplan) 1811-1832.

 

Erf 62 en erf 61 lagen aan de noordzijde van de Haatlanderdijk. Erf 62 is opgeheven met ingang van P1970 en erf 61 per P1963. De landerijen bij deze erven maakten plaats voor de uitbreiding van het industrieterrein van Kampen.

 

Denkbaar is dat Aalt Tijmens Prins in 1784, bijna zeventig jaar, al rekening hield met een verlies aan krachten of een overlijden binnen de pachtperiode van tien jaar. Maar Aalt Tijmens Prins overleeft zijn dochter:  Elisabeth Aaltsen Prins overlijdt ruim een jaar na het begin van de pacht. Zij kreeg met Klaas Teunis ten Hove zes kinderen waarvan er vijf overlijden vóór 1786.

 

Klaas Teunis ten Hove hertrouwt in 1786. Voor zijn dochter, Feigien Klaas, vijf jaar oud, reserveert hij 900 gulden en de lijfstoebehoren wegens het erfdeel van haar moeder.

 

Kampen 27-07-1786: Claas Teuniszen, wedn. van Elisabeth Prins, verklaart voor zijn minderjarige dochter Fijtje Claasen als moeders erfdeel te hebben gereserveerd een bedrag van 900 gulden en de lijfstoebehoren. Hij belooft te doen wat een goed vader betaamt, waarmee de voogden, Tijmen Prins en Jan Dirks, instemmen. [6]

 

Klaas Teunis ten Hove hertr. Kampen 06-08-1786 Hilligje Rutgers Vogel. Hilligje Rutgers Vogel is ged. Kampereiland 09-04-1758, begr. Kampen 18-01-1806, dochter van Rutger Wolters Vos en Arendje Alberts Brouwer.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Teunis Klaas ten Hove, ged. Kampen (Bovenkerk) 29-08-1787.

Rutger Klaas ten Hove, ged. Kampen (Buitenkerk) 19-06-1791.

Rutger Klaas ten Hove, ged. Kampen (Buitenkerk) 26-12-1792, zie VIIi.

 

Na de dood van Elisabeth Aaltsen Prins en door het nieuwe huwelijk van Klaas Teunis ten Hove wordt de familieband tussen de bewoners van de beide Kruishoper erven veel minder hecht.

 

Het plan van Klaas Teunis ten Hove om erf 62 te verlaten en per P1794 een erf op de Mandjeswaard te pachten viel kennelijk samen met het voornemen van Aalt Tijmens Prins om per P1794 terug te keren naar de Zuiderwaard.

 

Klaas Teunis ten Hove pacht op het Kampereiland erf 8, het derde erf van de Mandjeswaard, van P1794 tot zijn overlijden kort vóór 20-12-1793. [7]

 

BS Kampen 27-08-1818: Volgens een uittreksel uit het Doodboek van de Buitenkerk der Stad Kampen is Klaas Teunis begr. Kampen (Buitenkerk) 20-12-1793.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

08-06-1777: Teunes, zoon van Klaas Teunes en Liesebet Aalts.

30-08-1778: Aaltien, dochter van Klaas Teunis en Elisabeth Prins.

05-03-1780: Aalt, zoon van Klaas Teunis en Elisabeth Prins.

08-09-1781: Feigien, dochter van Klaas Tuenis en Elisabeth Prins.

17-11-1782: Tuenis, zoon van Klaas Tuenis en Liesebeth Aelts Prins.

15-08-1784: Aaltjen, dochter van Klaas Teunis en Elisabeth Aalts.

 

 

VIIe ANNEGJEN AALTSEN (ANNETJE) PRINS (van VId), ged. Kampen (Buitenkerk) 23-05-1754, veehoudster (1819), ovl. Kampen 09-04-1825, otr. Kampen 05-04-1782, tr. Kampen (Buitenkerk) 28-04-1782

 

JOCHEM HENDRIKS HILLEBRAND (JOCHEM VAN DE BOSCH), ged. Kampen (Broederkerk) 17-11-1747, pachter van een Kamper stadserf (1782-1804), begr. Kampen 01-12-1808, zoon van Hendrik Hildebrands en Evertje Jochems.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Feije Jochems, ged. Kampen (Buitenkerk) 29-06-1783.

Hendrik Jochems, ged. Kampen (Buitenkerk) 06-03-1785.

Feijje Jochems, ged. Kampen (Buitenkerk) 12-07-1789.

Hendrikjen Jochems Hillebrands, ged. Kampen (Broederkerk) 10-09-1797.

 

Kampen (Broederkerk) 17-11-1747: Hendrik Hillebrants en Evertjen Jooghems laten hun zoon Jooghem dopen.

 

Kampen vóór Pasen 1776: Annegjen Aaltsen Prins doet belijdenis en wordt ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk van Kampen, wijk: Buitenkwartier.

 

Kampen 05-04-1782: Jochem Hendriks is jonge man van ’t Haatland.

 

Kampen 12-07-1789: De peete van Feijje Jochems is Merrigien Aaltsen Prins.

 

Jochem Hendriks Hillebrand pacht op het Kampereiland erf 76, Erf van het St. Nicolaasbos, van (..-09) 1782 tot P1794. Zijn ouders kregen dit erf in P1744 in pacht. [8]

 

Jochem Hendriks Hillebrand pacht op het Kampereiland erf 62, Erf De Kruishoop, van P1794 tot P1804. [9]

 

Aperloo onder Doornspijk 29-04-1799: Gerrit Snel en zijn vrouw Willempje Hendrik, Jochem Hendriks Hillebrands en zijn vrouw Annigje Aalts Prins, Hendrik Jans Winter en zijn vrouw Swaantje Gerrit en Peter Jans Winter verklaren voor 206 gulden te hebben verkocht aan Rijk Jansen Roseboom en zijn vrouw Marrigje Beerts een half mudde land, genaamd de Galgenakker. Dit land grenst aan (oost en zuid) land van Jan Willems Boerendans, (west) land van Jacob Jansen van de Zandweg en J.W. Boerendans en (noord) de weg. [10]

 

’t Hooge onder Doornspijk 06-10-1799: Jochem van de Bosch en zijn vrouw  Annetje Prins en Gerrit Snel en zijn vrouw Marrigje Hendriks verkopen voor 450 gulden aan Timen Klaas Smit en zijn vrouw Fennigje Gysberts een mudde zaailand. Dit land grenst aan (oost) land van Styntje Gysberts, (zuid) land van Beertje Willems, (west) land van Andries Willems en (noord) land van de koper. [11]

 

In de akte van 06-10-1799 zijn de verkopers minder nauwkeuring aangeduid dan in de akte van 29-04-1799. Vermoedelijk is Jochem Hendriks Hillebrand bijgenaamd “Van de Bosch” en is “Annetje Prins” in het dagelijks gebruik de naam van Annegjen Aaltsen Prins.

 

Kampen 27-11-1809: Annegjen Alts Prins betaalt de 50e penning over een huis in de Buitennieuwstraat, wijk IV, nr. 146, door het overlijden van haar man Jochem Hillebrand.

 

Kampen 24-07-1819: Annigje Prins, veehoudster te Kampen, wed. van Jochem Hillebrands, verklaart aan Hendrik Christiaan Schwartz , koopman te Kampen, 200 gulden tegen een rente van 5 procent per jaar schuldig te zijn. Het betreft een schuldvordering waarvoor onderpand is gesteld, ten gunste van mevrouw Schwartz en gevestigd vooraf aan haar huwelijk. Annigje Prins stelt als onderpand haar huis en where in Kampen, wijk IV nr. 146. Annigje Prins verklaart niet te kunnen schrijven. [12]

 

BS Kampen 11-04-1825: Annegien Aaltzen Prins weduwe van Jochem Hillebrands, oud een en zeventig Jaren is ovl. Kampen 09-04-1825 in het huis staande in de buiten Nieuw Straat No. 146 W. 4.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

29-06-1783: Feijje, dochter van Joghem Hendriks en Annegien Aalts.

06-03-1785: Hendrik, zoon van Joghem Hendriks en Annegien Aalts.

12-07-1789: Feijje, dochter van Jooghem Hendriks en Annegien Aaltsen Prins.

10-09-1797: Hendrikien, dochter van Joochgem Hendriks en Annegien Aaltsen Prins. In een later handschrift is aan Hendriks toegevoegd Hillebrands.

 

 

VIIf JACOBUS AALTSEN PRINS (van VId), ged. Kampen (Buitenkerk) 02-10-1757, pachter van een Kamper stadserf (1775-1825), boer (1795), stadsmeijer (1809, 1827), landman (1812, 1813, 1821, 1822, 1826, 1827), landbouwer (1826, 1827), bouwman (1829), diaken 1797-1799, ouderling 1801-1804, ovl. Kampen 16-05-1830, otr. Kampen 12-01-1787, tr. Kampereiland 04-02-1787

 

AALTJE MENSES SELLES (AALTJE MENSE SELLIS), geb. Kampen 12-12-1755, ged. Kampen (Broederkerk) 16-12-1755, pachtster van een Kamper stadserf (1777-1778, 1786-1787), ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 16-10-1825, begr. Kampen (Bovenkerk) 21-10-1825, dochter van Mense Menses Selles en Gerrigje Willems Bouwmeester, wed. van respectievelijk Jacob Hendriks (van Dijk) en Jochem Hendriks Oldenbroek.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Aalt Kobus Prins, ged. Kampereiland 23-12-1787, volgt VIIIa.

Gerrigjen Prins, ged. Kampereiland 15-03-1789, ovl. vóór 12-02-1797.

Mense Prins, ged. Kampereiland 05-12-1790, volgt VIIIb.

Willem Kobus Prins, ged. Kampereiland 14-10-1792, volgt VIIIc.

Gerrigje Kobus Prins, ged. Kampereiland 12-02-1797, volgt VIIId.

Jan Prins, ged. Kampereiland 04-02-1802.

Jan (Jan Kobus) Prins, geb. Kampen  ..-..-1804, arbeider (1832), zonder beroep (1877), ovl. Kampen 10-04-1877.

 

Kampen (Broederkerk) 16-12-1755: Mense Sellis en Gergjen Willems laten hun dochter Aaltjen dopen. In de doopaantekening is een later handschrift aan Willems toegevoegd Boumeester.

 

Aaltje Menses Selles otr. Kampereiland 15-03-1776, tr. Kampereiland Jacob Hendriks (van Dijk), jonge man van het Kampereiland. Jacob Hendriks is ged. Kampereiland 19-07-1750, begr. Kampen 30-05-1777, zoon van Hendrik Aalts en Jannigje Jacobs.

 

Jacob Hendriks pacht op het Kampereiland erf 47, de Grote Heupe, van 17-10-1775 (..-11.1775) tot ..-05-1777. [13]

 

Aaltje Menses Selles pacht op het Kampereiland erf 47, de Grote Heupe, van ..-05-1777 tot ..-12-1777/..-01-1778. [14]

 

Aaltje Menses Selles otr. Kampereiland 29-11-1777, tr. Kampereiland ws. kort na 29-11-1777 Jochem Hendriks Oldenbroek. Jochem Hendriks Oldenbroek is ged. Kampereiland 16-11-1755, begr. Kampen 11-04-1786, zoon van Hendrik Jochems Oldenbroek en Marrigje Jans Kok.

 

Jochem Hendriks Oldenbroek pacht op het Kampereiland erf 47, de Grote Heupe, van ..-12-1777/..-01-1778 tot ..-04-1786 (aanvang pachtperiodes:  ..12-1777/..01-1778, P1784). [15]

 

Aaltje Menses Selles pacht op het Kampereiland erf 47, de Grote Heupe, van ..-04-1786 tot 04-02-1787. [16]

 

Kampen 12-01-1787: Jacobus Aaltsen Prins is jonge man van ’t Haatland te Kampereiland.

 

Kampen 30-03-1809: Jacobus Prins, pachter op het Kampereiland, vraagt aan Schepenen en Raad van Kampen toestemming om drie morgen buitendijks, de Sellerij genaamd, om te zetten te van grasland naar akkerland in plaats van drie morgen binnendijks.

Schepenen en Raad van Kampen stemmen in met dit verzoek.

 

“Den 30ste Lentemaand (Maart) 1809.

Op het Request van Jacobus Prins, Stadsmeijer op het Camper Eiland, verzoekende in plaats van drie morgen binnendijks te mogen bouwen, 3 morgen buitendijks der Sellerij genaamd.

Was geapost: Op het rapport van de Cameraars van de Stad wordt het verzoek ten requeste gedaan, geaccordeerd, en dien ten gevolgen den Suppliant gepermitteerd, de gelibelleerde 3 moren buitendijk de Sellerij genaamd te mogen scheuren in plaats van de 3 morgen binnendijks, mits zulks onder aanwijzing van de Stad Aardwerkers baas.

[In marge: Request en Apostil ieder op een zegel van f. – 10 – . In fidem, F. Rambonnet, secret.].” [17]

 

BS Kampen 27-01-1812: Kobus Prins woont op het Kampereiland. Hij ondertekent de akte betreffende de geboorte van zijn kleinzoon Harm met Jakobes Prins.

 

Jacobus Aaltsen Prins pacht op het Kampereiland:

 

erf 47, de Grote Heupe, van 04-02-1787 tot P1804 (aanvang pachtperiodes: 04-02-1787, P1794). [18]

                                                                            

erf 39, het eerste erf van de Pol, van P1804 tot P1814. [19]

 

erf 41, het tweede erf van de Pol, van P1814 tot (P1827) (aanvang pachtperiodes: P1814, P1823). Het huis op erf 41 is gedeeltelijk weggespoeld als gevolg van de stormvloed van 04/05-02-1825. [20]

 

erf 18, het eerste erf van het Raas, in 1826. [20a]

 

De stormvloed van 1825

De stormvloed van 1825 is de grootste natuurramp waar Nederland in de negentiende eeuw door werd getroffen. Qua omvang en intensiteit is ‘1825’ vergelijkbaar met ‘de’ ramp van 1953. Een combinatie van noordwesterstorm en springtij, hoog binnenwater en verzwakte of verwaarloosde dijken had fatale gevolgen . Op vier en vijf februari 1825 werd vooral het Zuiderzeegebied zwaar getroffen. De Waterlandse Zeedijk brak door en het gehele achterliggende land tot aan de Zaan kwam onder water te staan. Hetzelfde was het geval onder Nijkerk en bij Elburg, waar de toren van de oude kerk van Doornspijk instortte (de fundamenten liggen daar nog altijd in de dijk). Overijssel en Friesland werden het zwaarst getroffen. In Overijssel raakte vrijwel het gehele noordwesten geïnundeerd. Het water stond tot bij Wijhe, Dalfsen en Meppel op het land, zodat zelfs Drente de gevolgen van de stormvloed ondervond. De kust kreeg er de grootste klappen. De Kampereilanden, Kamperzeedijk en de achterliggende Mastenbroekerpolder werden totaal verwoest, waarbij de op drift geraakte balken uit de paalwerken bij het eiland Schokland dood en verderf zaaiden. Friesland kwam, vooral door het bezwijken van de dijken bij Lemmer en tussen Workum en Hindeloopen, voor bijna tweederde onder water te staan. Noord-Friesland bleef grotendeels gespaard, al was de schade aan de zeedijken groot, maar op de kleinere Waddenei landen bleven alleen de duinen droog. De stormvloed van 1825 kostte het leven aan 379 mensen waaronder 305 inwoners van Overijssel. [21]

 

 

Beschrijving van Overijssels Watersnood, in Februarij 1825

Kampen.Tot de jurisdictie dezer stad behoort, in de eerste plaats, het Kamper Eiland, gelegen tusschen de monden des IJssels, van welke de noordoostelijkste het Grafhorster diep, ook wel de Goot, genoemd wordt, terwijl de zuidwestelijkste den naam van Ketel draagt. Men onderscheidt hetzelve in Binnen – en Buiten-eiland. Tot het eerste behooren die gedeelten, welke tusschen den grootsten uitloop des IJssels, het Regte Diep genoemd, en het Ganzediep gelegen zijn. Tot het Buiten-eiland brengt men de zoogenoemde waarden, namelijk: de Mandjeswaard, tusschen het Ganze- en Grafhorster diep, de Kattewaard, tusschen het Regte Diep en den Ketel, benevens de Vossewaard en andere buitendijks gelegene landerijen, aan de linkerzijde van den IJssel, het Haatland, de Zeven huizen en den Zwartendijk. – Het Eiland is alleen door kadijken omringd, welke uit hoofde van hunne mindere hoogte, telkens het water overlaten, zoo dat de inwoners gewoon zijn, hetzelve, bij eenen sterken Noordwestenwind, telkens te zien overstroomen, doch waarvan zij, behalve bij zware vloeden, weinig hinder hebben, dewijl hunnen huizen op hoogten staan, welke bij matige vloeden watervrij zijn. Tevens is het Eiland, zoodra de wind is bedaard, zeer spoedig weder van water bevrijd; waarom de inundatie ook den landbouw weinig hinder aanbrengt. …

Zoo als reeds te voren is verhaald, ontstond er op den 15den November 1824 eene zware doorbraak in den Zwartendijk, welke den polder van Broeken en Maten, benevens de gemeente Kamperveen en een gedeelte van het daaraangrenzenden Gelderland, deed onderloopen. Gedurende den ganschen winter zag men van de wallen der stad Kampen niets anders, dan eene uitgestrekte zee, welke toenam of verminderde, naar mate van de rigting en de meerdere of mindere kracht van den wind. Veroorzaakte deze overstrooming geene schade, dan aan de dijken, de gevolgen des vloeds van den 4den Februarij 1825 waren zoo veel te verschrikkelijker; dewijl de geheele gemeente Kampen toen allerdeerlijkst geteisterd werd, zoo dat zij onder die gemeenten moet gerangschikt worden, welke door dien ontzettenden vloed het meeste hebben geleden.

Reeds op Dingsdag de 1sten Februarij bespeurde men op het Kamper Eiland, dat de grond buitengewoon met water was vervuld, zóó zelfs, dat hier en daar watersprongen ontstonden. Ook was toen reeds, in eenige putten, het water bedorven, daar de landlieden opmerkten, dat het vee weigerde te drinken. Op Woensdag den 2den nam men reeds waar, dat het water, met eenen vrij sterken stroom, den IJssel opliep, hetwelk bleef aanhouden, zelfs ten tijde der ebbe. In den morgen van dien dag woei er een geweldige wind uit het zuidwesten, vergezeld van donder en bliksem. In den avond van Donderdag den 3den liep het water, bij eenen noordenwind, zoo sterk op , dat men te 7 uren de stads poorten moest afdammen. Des nachts te 3 uren stond het reeds op den Steendijk, buiten de Veenepoort, weshalve de Heer Burgemeester, F. Lemker, zich derwaarts begaf. Te 4 uren begon het weder te zakken, welke daling ook op het Kamper Eiland werd waargenomen. Te 5 uren rees het op nieuw, en drong het eerst door den muur van de hoofdwacht, dat niet, dan door afdamming tegengegaan konde worden. Te 8 uren, in den morgen van den 4den Februarij, bezweek de zware afdamming van de Broerenpoort, waardoor de straat, de Broerenweg genoemd, weldra onder liep, en dus vele menschen met hun vee moesten vlugten. De Burgemeester, spoedig aldaar gekomen zijnde, bevond, dat het water niet alleen door de verkisting drong, maar ook over dezelve liep, schoon zij volgens het waterpeil van den jare 1776 was ingerigt. …

Het water was nu zoo hoog, dat het over de verkisting in al de poorten stroomde. In het grootste gedeelte der stad moesten de ingezetenen naar hunnen boven woningen vlugten. De Bovenkerk liep wel niet onder; doch het water drong of perste, onder de deur ter zijde van het orgel, aan de westzijde, derwijze door, in dit gedeelte der kerk, dat de zerken van vele graven instortten of kantelden en het aldaar allengskens onder water geraakte, zelfs tot in het midden der kerk, zoo dat alleen het koor geheel bevrijd is gebleven. Op de Nieuwe markt, het Stadhuis en andere plaatsen drong het water fonteinsgewijze tusschen de steenen door. In vele huisjes van de Groene straat stond het tot aan de zolders of de daken. …

In den morgen van den 5den  Februarij waren eenige deelen der stad weder van water bevrijd; doch de laagste bleven nog eenigen tijd overstroomd. De tooneelen van verwoesting, die zich telkens, op iedere plaats, welken men weder genaken konde, vertoonden, waren ontzettend. In den Burgwal, bij de Hagenpoort, waren schepen en balken komen aandrijven. Op de Broerenweg, tegen de brug over den Burgwal, lagen verdronkene koeijen, benevens balken, gebindten en ander houtwerk. De bruggen voor de Cellebroers- en Broerenpoort waren geheel weg, alsmede eene andere naar den Nieuwen weg. Vele tuinhuisjes waren weggespoeld of, al ware het, gesloopt, en de tuinen lagen vol afbraak van onderscheidene soort. Gelukkig bleef de IJsselbrug behouden, schoon de golven er geweldig over henen sloegen, sommige der valsche jukken weggeslagen en veel hout, turf en stroo op dezelve geworpen werden.

Uit de geweldige hoogte van den vloed en hetgene men in de stad zag gebeuren, had men op de 4den reeds het ergste besloten, omtrent den toestand der ingezetenen van het Eiland en andere, om de stad liggende, streken. Ook had men, van de torens en andere hooge gebouwen, huizen, in den omtrek der stad, zien verdwijnen. Er was echter op dien dag geenszins te denken, om het verleenen van eenige hulp aan de noodlijdende landbewoners; dewijl dit, door het geweld van den storm en het water, volstrekt onmogelijk was.

De heer C.J. Mulder waagde het Zaturdags morgens, hoe onstuimig de rivier ook mogte zijn, dezelve te bevaren: dan, hij konde dit voornemen toen niet volbrengen; dewijl hij, door het verliezen van het roer, genoodzaakt werd terug te keeren. Hij moest derhalve zijn edel voornemen tot in den avond uitstellen, wanneer het hem gelukte het Regter diep te bereiken en met veel levensgevaar door te worstelen, 2 echtgenooten bij hunne schier radelooze vrouwen en kinderen te brengen, en een dier huisgezinnen, te weten dat van Gallé, benevens Veldkamp en zijn gezin, en den eenigen overgeblevenen persoon van het uit 10 personen bestaan hebbende huisgezin van D.G. Voerman, zijnde de knecht, te zamen 13 personen uitmakende, behouden in Kampen te brengen. Men trachtte tevens, met eene andere schuit, het Ganzediep te bevaren, om noodlijdenden te redden, doch moest onverrigter zake terugkeeren.

Gedurende den loop van dezen dag werd men te Kampen telkens meer en meer overtuigd, op den vorigen geen te verschrikkelijk denkbeeld van het ongelukkige lot der omliggende landbewoners gevormd te hebben. De eene schok verdrong den anderen, bij de inkomende berigten, wegens de algemeene ellende; evenwel konde men zich daarvan slechts een zeer onvolledig denkbeeld vormen, daar de Heer Mulder zelfs geene andere, dan zeer verwarde berigten, omtrent den toestand van het Binnen eiland konde mededeelen. Naderhand bleek het, dat er slechts weinige huizen waren verschoond gebleven, en de palen van Schokland ook aldaar vreesselijke verwoestingen hadden aangerigt. Het verlies aan vee was ontzettende, komende het getal der overgeblevene runderen in geene vergelijking met dat der omgekomene. Zie hier het verlies van eenige landlieden aldaar: D.A. van den Bosch verloor 35 koeijen en 5 paarden, H.J. Gallé 43 koeijen, Berend Rotman 37 koeijen en 3 paarden, Klaas Kracht 40 koeijen en 5 varkens, Aalt Kobus Prins 40 koeijen en 5 varkens, Hendk. H. Kracht 46 koeijen en 6 varkens, Cornelis Boer 45 koeijen en 5 varkens, Peter Teune 44 koeijen, 1 paard, 7 varkens en 5 schapen, G. Klaassen Hoekman 34 koeijen, 5 paarden en 4 varkens, Herm Jans van de Weerd 40 koeijen en 6 varkens en H.R. Vos 41 koeijen en 2 paarden. Uit deze voorbeelden zal men zich een genoegzaam denkbeeld van het geheel kunnen vormen. En behalve aan het vee leed men hier nog meerdere schade aan huisraad, bouwmansgereedschap enz. en tevens aan de huizen, welke de eigendom der bewoners zijn, ofschoon de erven aan de stad Kampen behooren. Met één woord, de meeste, die den vorigen dag welgezetene lieden waren, verloren, in éénen oogenblik, bijna al hunne bezittingen. Gelukkig evenwel was het, dat zij het leven mogten behouden. …

In de jurisdisctie der stad zijn 36 huizen geheel weggespoeld en 133 beschadigd, onder welke laatste zeer vele volstrekt onbewoonbaar zijn geworden. Er zijn niet minder dan 2314 runderen, 115 paarden, 21 schapen en 195 varkens omgekomen, terwijl een getal van 48 menschen in de golven het leven verloor. [22]

 

Kampen 1795: Bij de volkstelling van 1795 is geregistreerd Kobes Prins, beroep: boer, gezinsgrootte: 11, adres: Binnen Eijland, wijk V.

               

Kampen 1803: Een lijst van stemgerechtigde burgers van de stad Kampen vermeldt Jacobus Prins van het Kampereiland, Broederespel.

 

BS Kampen 10-09-1821: Cobus Prins, oud vier en zestig Jaren, landman, in deze gemeente woonachtig, is getuige bij de aangifte van de geboorte van Hendrikjen Sellis, dochter van Klaas Sellis en Hendrikjen Aalts van Dijk. Hij ondertekent de akte met Jacobus prins.

 

Kampen 12-04-1811: Aaltje Menses Selles geeft toestemming aan Jochem Oldenbroek, gedoopt 29-10-1786, een zoon uit haar huwelijk met Jochem Hendriks Oldenbroek, om te trouwen met Engeltje Willems Kanis, weduwe van Gerrit Koetze, uit Kampen. [23]

 

BS Kampen 14-05-1813: Jacobus Aalts Prins en Aaltje Mense Sellis wonen in de gemeente Kampen.

 

BS Kampen 17-10-1825: Aaltje Mense Selles, oud negen en zestig Jaren, huisvrouw van Cobus Aaltsen Prins wonende op het Eiland, is ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 16-10-1825 in het huis Staande op het Eiland No 17 L D.

 

Aaltje Menses Selles is begr. Kampen (Bovenkerk) 21-10-1825.

 

In de Bovenkerk van Kampen bevindt zich een grafsteen waarop staat:

 

IAKOBUS .PRINS

AALTJE:MENSES:SELLIS

BEGRAAVEN

DEN 21:OCTOBER

1825

 

een foto van de grafsteen van aaltje menses selles, vrouw van jacobus aaltsen prins, in de vloer van de bovenkerk van 
kampen

 

een foto van een deel van de grafsteen van aaltje menses selles, vrouw van jacobus aaltsen prins, in de vloer van de 
bovenkerk van kampen

 

Foto’s. Grafsteen van Aaltje Menses Selles (1755-1825) in de Bovenkerk in Kampen.

 

Vanaf het boekjaar 1824 had Jacobus Aaltsen Prins te maken met financiële problemen die wellicht zijn ontstaan of zijn verergerd ten gevolge van de stormvloed van 1825.

 

Uit het register van notulen van vergaderingen van de raad van Kampen en uit de daarin opgenomen en gedeeltelijk geciteerde stukken blijkt:

 

-dat Jacobus Aaltsen Prins een groot deel van de opbrengst van het gepachte erf verduisterde en de pacht niet (volledig) betaalde. De pachtschuld over 1824 bedroeg 699 gulden. De stadsontvanger had beslag laten leggen op de boedel. De president van de rechtbank gaf het college van Burgemeester en Wethouders van Kampen toestemming Jacobus Aaltsen Prins in hechtenis te nemen;

 

-dat Jacobus Aaltsen Prins in of omstreeks december 1826 de raad van Kampen verzocht hem toe te staan tot Petri 1827 op erf 18 te mogen blijven wonen waarbij hij aanbood alle in beslag genomen goederen aan de stadsontvanger te cederen opdat deze verkocht zouden kunnen worden. De raad vroeg het college van Burgemeester en Wethouders van Kampen om een reactie. [23c]

 

BS Kampen 13-04-1826: Jacobus Aaltsen Prins woont te Kampen.

 

BS Kampen 14-09-1826: Jacobus Aaltzen Prins woont alhier.

 

advertentie inzake het uitzetten van de pacht van het door jacobus aaltsen prins gepachte erf op het kampereiland bij 
kampen in de overijsselsche courant van 9 januari 1827

 

Overijsselsche courant, 09-01-1827.

 

Kampen 09-05-1827: Jacobus Aaltsen Prins woont te Grafhorst en is gedetineerd in civiele gijzeling in het huis van verzekering te Zwolle. [23d]

 

Uit het register van notulen van vergaderingen van de raad van Kampen blijkt dat Jacobus Aaltsen Prins op en rond 9 mei 1827 in hechtenis zit in het huis van bewaring in Zwolle (het betreft een civiele gijzeling) en dat hij de stadsontvanger in diens hoedanigheid dagvaardt op 13 mei 1827 te verschijnen op de zitting van de Rechtbank van eerste aanleg in Zwolle om hem te horen eisen dat hij in vrijheid zou worden gesteld met veroordeling van de stadsontvanger in de kosten en schade, omdat hij heeft aangetoond dat hij is gedoopt op 2 oktober 1757 en zich sinds oktober 1826 bevindt in zijn zeventigste levensjaar en de wet een civiele detentie van personen van die leeftijd niet toelaat. De raad van Kampen draagt de stadsontvanger op maatregelen te nemen ter beëindiging van de detentie. [23e]

 

Ontwerptekening van het Provinciaal Tuchthuis in Zwolle, 1738

 

Ontwerptekening van het Provinciaal Tuchthuis in Zwolle, 1738. [23f]

 

Deur van een cachot in het voormalige Huis van Arrest en Tuchthuis, gelegen aan de Menno van Coehoornsingel in Zwolle

 

Deur van een cachot in het voormalige Huis van Arrest en Tuchthuis, gelegen aan de Menno van Coehoornsingel in Zwolle, december 2005. [23g]

 

Het Provinciaal Tuchthuis, gelegen aan de Menno van Coehoornsingel in Zwolle werd in 1811 een rijksinstelling, genaamd het Huis van Arrest en Tuchthuis. Vanaf 1814 stond het onder leiding van het College van Regenten over de gevangenis te Zwolle. Aangenomen moet worden dat het ook werd gebruikt als Huis van Justitie en Verbeterhuis. Het Huis van Arrest en Tuchthuis was doorgaans overvol. In Zwolle werd voor de opsluiting van gedetineerden werd ook nog gebruikt gemaakt van twee hokken in de toren van het raadhuis en nog een hok gelijkvloers in het raadhuis, waar in 1815 negen gevangenen zaten, alsmede de Sassenpoort, waar in drie cellen nog eens negen gevangenen zijn ingesloten. De situatie in de Sassenpoort is echter zo slecht dat de cipier de gevangenen overdag op de zolder van het gebouw los moet laten, omdat de cellen zo klein zijn dat de gevangenen dreigden om te komen van luchtgebrek. Gelijktijdig zaten in Zwolle ruim honderd mensen opgesloten. Met de ingebruikneming van het Tuchthuis te Vollenhove, waarnaar in 1816 een aantal gevangenen wordt overgebracht, werd de situatie mogelijk iets beter. [23h]

 

Uit een verzoek van stadsontvanger aan de raad van Kampen, waarbij een voorlopige verrekenstaat is gevoegd, blijkt dat de vordering van Kampen op Jacobus Aaltsen Prins, wegens  pacht en bijkomende kosten, in 1828 nog niet vereffend is. [23i]

 

Jacobus Aaltsen Prins hertr. Kampen 30-04-1829

 

GEERTJEN GERRITS BUIJERT, ged. IJsselmuiden 05-11-1780, ovl. De Zande (gem. Kamperveen) 04-03-1831, zonder beroep (1829), dochter van Gerrit Klaassen Buijert en Geertjen Jans Galleus, wed. van respectievelijk Gerrit Willems ten Hove en Dirk Arends Meuleman.

 

Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren.

 

Gerrit Willems ten Hove is ovl. …

 

Dirk Arends Meuleman is ovl. Kampen 05-06-1827.

 

IJsselmuiden 05-11-1780: Geertjen, dochter van Gerrit Klaassen en Geertjen Jans is ged. IJsselmuiden 05-11-1780.

 

Kampereiland 16-07-1787: Jacobus Prins gaat met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Kampereiland naar de Gereformeerde Kerk van Kampen.

 

Kampen 29-10-1787: Reier Jochems Vinke verklaart schuldig te zijn aan Cobus Aaltsen Prins een bedrag van 1300 Carolus guldens tegen een rente van 4 procent per jaar. Hij stelt als onderpand zijn juist gekochte slepersplaats in Kampen. Op 07-02-1791 meldt Peter Herms Schulten eigenaar te zijn geworden van de slepersplaats en alle voorwaarden over te nemen. Op 03-06-1794 meldt schuldeiser van bovenstaande te zijn voldaan. [24]

 

Kampereiland 07-04-1828: Jacobus Prins gaat met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Kampereiland naar de Gereformeerde Kerk van Kampen.

 

BS Kampen 30-04-1829: Jacobus Aaltsen Prins woont te Grafhorst. Geertjen Gerrits Buijert woont te Kampen. Jacobus Aaltsen Prins is een zoon van Aalt Tiemens Prins en Annegje Jacobus. Jacobus Aaltsen Prins ondertekent niet de huwelijksakte en verklaart niet te kunnen schrijven. Geertjen Gerrits Buijert ondertekent de huwelijksakte met Geertien Gerrits Buijert. Haar ouders en grootouders zijn op 30-04-1829 allen overleden. Volgens een uittreksel uit het Register der acten van Overlijden in de Gemeente Kamperveen is Gerrit Klaasen Buijert ovl. Kamperveen 13-11-1807. Volgens een uittreksel uit het Register der acten van Overlyden in de Gemeente Kamperveen is Geertjen Jans Galleus ovl. Kamperveen 11-05-1812.

 

BS Kampen 30-04-1829: Volgens het doopboek van de Hervormde Gemeente van IJsselmuiden is Geertjen Gerrits Buijert ged. IJsselmuiden 05-11-1780. In de huwelijksakte staat onjuist dat Geertjen Gerrits Buijert is ged. IJsselmuiden 05-11-1781, zijnde zy gedoopt te Ysselmuiden den vyfden November Zeventienhonderd een en tachtig. Volgens een uittreksel uit het Register der gedoopten in de Hervormde Gemeente te Ysselmuiden is Geertjen, dochter van Gerrit Klaassen en Geertjen Jans , ged. IJsselmuiden 05-11-1781. Volgens een verklaring van de Burgemeester der gemeente van Grafhorst, betreffende de huwelijksproclamaties in Grafhorst, is Geertje Gerrits Buijert ged. IJsselmuiden 1780, ysSelmuiden in den jare zeventienhondert tagtig.

 

BS Kampen 17-05-1830: Kobus Aalts Prins oud drie en zeventig Jaren gehuwd aan Geertje Gerrits Buijer is ovl. Kampen 16-05-1830 in het Bovengasthuis, in het huis staande inde bovenNieuw Straat No. 101 W 2.

 

BS Kamperveen 04-03-1831: Geertje Klaassen Buijert woont te Kampen. Geertje Klaassen Buijert laastelijk Weduwe van Kobus Prins in den ouderdom van Een en Vijftig Jaren is ovl. De Zande (gem. Kamperveen) 04-03-1831 in het huis staande aan de Zande No..

 

Jan (Jan Kobus) Prins woont in Grafhorst. [24a ]

 

Jan (Jan Kobus) Prins was in 1832 eigenaar van twee percelen, kadastraal bekend als Grafhorst, sectie A:

nr. 85, aangeduid als tuin, groot 00.09.40 ha.

nr. 86, aangeduid als huis, groot 00.02.70 ha. [24b ]

 

BS Kampen 11-04-1877: Jan Kobus Prins, oud twee en zeventig jaren, zonder beroep, ongehuwd, geboren te Kampen in het jaar achttienhonderd vier, zoon van wijlen Jacobus Aaltsen Prins en Aaltje Mense Selles is ovl. Kampen 10-04-1877 in het huis staande op de Burgwal wijk twee nummer honderd zes en vijftig, zijnde het Boven Gasthuis.

 

 

VIIg STIJNTJE AALTSEN PRINS (van VId), ged. Kampen (Buitenkerk) 25-02-1759, ovl. Kampen 01-04-1825, tr. Mastenbroek 10-10-1784

                                       

KLAAS KLAASZN KRAGT, geb. Bisschopswetering , Mastenbroek, ged. Mastenbroek 25-04-1751, pachter van een Kamper stadserf (1791-1807), begr. Kampen (Buitenkerk) 28-07-1807, zoon van Klaas Egberts Kragt en Geesje Jans van Haerst.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Geesjen Klaasen Kragt, geb. 06-08-1785, ged. Mastenbroek 07-08-1785.

Klaas Klaasen Kragt, geb. Bisschopswetering, Mastenbroek 18-08-1786, zie VIIh.

Aalt Klaasen Kragt, geb. Zwollerkerspel 29-10-1787, zie VIIi.

Tiemen Kragt, ged. Kampen (Buitenkerk) 14-06-1789.

Egbertje Kragt, geb. 16-10-1790, ged. Mastenbroek 17-10-1790.

Jannegien Klaasen Kragt, ged. Kampen (Buitenkerk) 09-06-1793.

Gerrit Klaasen Kragt, geb. 29-01-1797.

 

Kampen vóór 24-06-1777: Stijntje Aaltsen Prins doet belijdenis en wordt ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk van Kampen, wijk: Buitenkwartier.

 

Stijntje Aaltsen Prins woont in Kampen (1784). Klaas Klaasz Kragt woont in Mastenbroek (1784). Het gezin van Stijntje Aaltsen Prins en Klaas Klaasz Kragt woont in Mastenbroek, Bisschopswetering (1785, 1786, 1787, 1789, 1790).

 

Mastenbroek 10-10-1784: op attestatie van Campen van den 17. Septb. 1784. zijn hier ten Huwelijk geproclameert Klaas Klaaszen Kragt J.M. te Mastebroek met Stijntje Aaltz Prins J.D. onder Campen III maal en na vertoonde attestatie van Campen, in den Huwelijken Staat bevestigt den 10 October.

 

Kampen april 1785: Stijntje Aaltsen Prins gaat na haar huwelijk met Klaas Klaaszn Kragt met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Kampen naar de Gereformeerde Kerk van Mastenbroek.

 

Mastenbroek 06-08-1785: geb. d. 6 Aug: ged. 7 dito Geesjen Dogter van Klaas Kragt en Stijntjen Aelts op de B:W: Get. Geesje Jans Knol.

 

Mastenbroek 18-08-1786: geb. d. 18 Aug: ged. 30 dito Klaas zoon van Klaas Kragt en Stijntjen Aalts op de Biss: Wet: get: Janna Klaassen van het Eiland onder Campen.

 

Mastenbroek 29-10-1787: geb. d. 29 octob? ged. 4 Nov: Aalt - Klaas Kragt en Stijntjen Aalts op de Biss: Wet: Get: Mergjen Aalts onder Campen.

 

Mastenbroek 12-06-1789: geb. d. 12 Junij  ged. 14 dito volgens Attest van Campen Tiemen zoon van Klaas Kragt en Stijntjen Aaltsen prins op de Biss: Wet: Get: Merrigjen Aaltsen prins wonende op het haatland onder Kampen.

 

Mastenbroek 16-10-1790: geb. d. 16 octob?  ged. 17 dito Egbertjen dogter Klaas Kragt en Stijntjen Prins op de Biss: W: in Mastebr:  Get: Albertje Knol in Mastebroek.

 

Kampen vóór 29-09-1791: Stijntje Aaltsen Prins gaat met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Mastenbroek naar de Gereformeerde Kerk van Kampen.

 

Klaas Klaaszn Kragt pacht op het Kampereiland erf 77, het zesde erf van het Buitendijks, van (..-03) 1791 tot P1794. [25]

 

Kampen 28-11-1794: Stijntje Aaltsen Prins gaat met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Kampen naar de Gereformeerde Kerk van Kampereiland.

 

Klaas Klaaszn Kragt pacht op het Kampereiland erf 12, Kattenwaard, van P1794 tot ..-07-1807 (aanvang pachtperiodes: P1794, P1804). [26]

 

Stijntje Aaltsen Prins pacht op het Kampereiland erf 12, Kattenwaard, van ..-07-1807 tot (vermoedelijk) P1811. [27]

 

Klaas Klaasen Kragt, een zoon van Klaas Klaaszn Kragt en Stijntje Aaltsen Prins, pacht op het Kampereiland erf 12, Kattenwaard, vanaf (vermoedelijk) P1811. [28]

 

Kampen (Broederkerk) 26-06-1808: Stijntjen Prins is getuige bij de doop van haar kleindochter Klaasjen Aarts, dochter van Aart Dries en Geesjen Klaasen Kragt.

 

Kampen 30-03-1810: Stijne Prins is wed. v.d. Zuiderweerd.

 

Stijntje Aaltsen Prins otr. Kampen 30-03-1810, hertr. Kampen 20-04-1810 21-04-1810

 

EGBERT ADOLFS BOER, ged. Kampen (Buitenkerk) 05-09-1751, pachter van een Kamper stadserf (1780-1827), ovl. Kampen 14-11-1827, zoon van Adolf Klaas (Adolf van der Kamp) en Berendina Egberts, wedn. van Trude Peters van de Weerd.

 

Kampen (Buitenkerk) 05-09-1751: Adolpf Klaasen en Berendina Egberts laten hun zoon Egbert dopen.

 

Kampen 30-03-1810: Egbert Adolfs is wedn. van ’t Haatland.

 

Egbert Adolfs Boer tr. Kampereiland 21-05-1780 Trude Peters van de Weerd. Trude Peters van de Weerd is ged. Kampereiland 03-01-1734, begr. Kampen 26-09-1809, dochter van Peter Jans Veldhuis alias van de Weerd en Marrigje Avink, wed. van respectievelijk Aart Zwiers van de Weerd en Aart Jans Vos.

 

Egbert Adolfs Boer pacht op het Kampereiland erf 57, de Hoge Es, van 21-05-1780 tot P1794 (aanvang pachtperiodes: 21-05-1780, P1794). De eerste echtgenoot van zijn vrouw Trude Peters van de Weerd kreeg erf 57 per P1764 in pacht. [29]

 

Egbert Adolfs Boer pacht op het Kampereiland erf 23, het eerste erf van de Kuinreturfswaard, van P1794 tot P1804. [30]

 

Egbert Adolfs Boer pacht op het Kampereiland erf 11, de Zwarte Welle, van P1804 tot P1814. [31]

 

Kampen 16-09-1814: Stijntje Aaltsen Prins gaat met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Kampereiland naar de Gereformeerde Kerk van Kampen.

 

Kampen Pasen 1815: Stijntje Aaltsen Prins, Egbert Adolfs haar man, gaat met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Kampen naar de Gereformeerde Kerk van Kampereiland.

 

Een zoon en een dochter van Stijntje Aaltsen Prins en Klaas Klaaszn Kragt trouwen met een dochter en een zoon van Marrigje Aaltsen Prins en Mense Menses Selles (zie VIIi).

 

In twee gezinnen een twee huwelijken tussen neef en nicht is op zich al opmerkelijk. In het gezin van Stijntje Aaltsen Prins kwam er nog een bijzonder huwelijk bij: in het jaar tussen de voornoemde neef-nicht huwelijken trouwde de oudste zoon van Stijntje Aaltsen Prins met zijn tante.

 

Aalt Klaasen Kragt tr. Kampen 16-12-1819 Margje Menses Selles. Zij zijn neef en nicht.

 

BS Kampen 16-12-1819: Aalt Kragt, boerenknegt, geb. Zwollerkerspel 29-10-1787, ged. Mastebroek 04-11-1787, tr. Kampen 16-12-1819 Margje Mense Selles, dienstbaar, geb. Kampen 15-01-1795, ged. Kampereiland 01-02-1795, dochter van Marrigje Aaltjen Prins en Mense Selles.

 

BS Kampen 16-12-1819: Volgens een uittreksel uit het Doodboek van de Buitenkerk der Stad Kampen is Klaas Kragt begr. Kampen (Buitenkerk) 28-07-1807.

 

Klaas Klaasen Kragt tr. Kampen 24-02-1820 Hendrina Gerrits Bouwmeester. Hendriena Gerrits Bouwmeester is een tante van Klaas Klaasen Kragt.

 

BS Kampen 24-02-1820: Klaas Kragt geb. Zwollerkarspel 18-08-1786 tr. Kampen 24-02-1820 Hendrina Gerrits Bouwmeester geb. Kampen 24-07-1776, dochter van Gerrit Willems Bouwmeester en Hendrikje Willems van Schellen, weduwe van Gerrit Aaltsen Prins.

 

BS Kampen 24-02-1820: Volgens een uittreksel uit het Doodboek van de Buitenkerk der Stad Kampen is Klaas Kragt begr. Kampen (Buitenkerk) 28-07-1807. Egbert Dolfs Boer woont onder Kamperveen. Stijntje Aaltsen Prins ondertekent de huwelijksakte met Stintien prins. Egbert Dolfs Boer (Egber Dolfs Boer) ondertekent niet de huwelijksakte en verklaart niet te kunnen Schrijven.

 

De moeder van Klaas Klaasen Kragt is sinds dit huwelijk ook zijn schoonzus. Of anders gezegd: sinds dit huwelijk is de zoon van Stijntje Aaltsen Prins ook haar zwager en tevens is hij een oom van zijn broers en zussen.

 

Jannigje Klaasen Kragt tr. Kampen 23-08-1821 Aalt Menses Sellis. Zij zijn nicht en neef.

 

BS Kampen 23-08-1821: Jannigje Klaassen Kragt, dienstbaar, geb. Kampen 09-06-1793 tr. Aalt Mense Sellis, landman, geb. Kampereiland 14-10-1792, zoon van Marigie Aalts Prins en Mense Sellis.

 

BS Kampen 23-08-1821: Stientje Aalts Prins woont te Kampen. Steintje Aalts Prins ondertekent niet de huwelijksakte betreffende Jannigje Klaassen Kragt en verklaart niet te kunnen schryven.

 

BS Kampen 23-08-1821: Volgens een uittreksel uit het Doodboek van de buitenkerk der Stad Kampen is Klaas Kragt begr. Kampen (Buitenkerk) 28-07-1807.

 

Stijntje Aaltsen Prins en Egbert Adolfs Boer hebben de stormvloed van 04/05-02-1825 overleefd. Het herstel van de aangerichte schade heeft Stijntje Aaltsen Prins niet meer meegemaakt. Zij overleed twee maanden na de ramp van 1825.

 

BS Kampen 04-04-1825: Stientje Aaltzen Prins Oud vier en zestig Jaren, gehuwd aan Egbert Adolfs wonende te Kampen  is ovl. Kampen 01-04-1825 in het Bovengasthuis: in het gasthuis staande in de Nieuw Straat no. 101 W.2.

 

Eind april, begin mei 1825 kunnen de koeboeren nieuw vee kopen. Zij krijgen daarvoor één of meer cheques overhandigd ter waarde van zestig gulden, de marktprijs voor één koe. [32]

 

Kampen 30-04-1825: Jacob Lakeman levert aan Dolf Gerrits Boer een melkkoe en ontvangt hiervoor een cheque ter waarde van zestig gulden die hij incasseert bij de Onderstand voor den Watersnood, Subcommissie te Kampen.

 

BS Kampen 15-11-1827: Egbert Adolfs oud drie en zeventig Jaren, weduwenaar van Stientje Prins wonende te Kampen is ovl. Kampen 14-11-1827 in het Bovengasthuis, in het huis staande in de Nieuw Straat no. 101 W.2.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

14-06-1789: Tiemmen, zoon van Klaas Kragt en Stientien Aaltsen Prins.

09-06-1793: Jannegien, dochter van Klaas Klaasen Kragt en Stientien Aaltsen Prins.

 

 

VIIh GERRIT AALTSEN PRINS (van VId), ged. Kampen (Buitenkerk) 20-10-1765, pachter van een Kamper stadserf (1804-1819), landman (1811, 1814, 1816, 1817, 1818), ovl. Kampen 10-04-1819, otr. Kampen (stadhuis) en Kampereiland 12-06-1801, tr. Kampen 06-07-1801

 

HENDRINA GERRITS BOUWMEESTER, geb. onder Kampen,  ged. Kampen (Broederkerk) 24-07-1776, boerin (1820, 1823), pachtster van een Kamper stadserf (1819-1820), zonder beroep (1841, 1843, 1850), veehoudster (1844), landbouwster (1845), buiten beroep (1850), ovl. Kampen 04-02-1850, dochter van Gerrit Willems Bouwmeester en Hendrikjen Willems van Schellen.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Aalt Gerrits Prins, geb. Kampen 15-09-1801, volgt VIIIe.

Henderkien Gerrits Prins, ged. Kampen (Broederkerk) 19-09-1802, begr. Kampen 01-10-1802.

Gerrit Gerrits Prins, geb. Kampen 10-11-1803, volgt VIIIf.

Jannegien Gerrits Prins, geb. Kampen 04-03-1805, ged. Kampen (Broederkerk) 10-03-1805, begr. Kampen (Buitenkerk) 10-04-1806 of 15-04-1806.

Henderkien Gerrits Prins, geb. Kampen 14-01-1806, ged. Kampen (Broederkerk) 19-01-1806, begr. Kampen (Buitenkerk) 10-04-1806 of 15-04-1806.

Jannegien Gerrits Prins, geb. Kampen 14-07-1807, volgt VIIIg.

Egbert Gerrits Prins, geb. Kampen 17-01-1810, ged. Kampen 28-01-1810, begr. Kampen (Buitenkerk) 22-04-1810.

Hendrik Gerrits Prins, geb. Kampen 17-01-1810, volgt VIIIh.

Willem Gerrits Prins, geb. Kampen 26-12-1811, ged. Kampen 30-12-1811, ovl. Kampen 17-04-1814.

Willemina  Gerrits Prins, geb. Kampeiland (gem. Kampen) 12-05-1814, volgt VIIIi.

Elizabeth Gerrits Prins, geb. Kampen 30-01-1817, ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 24-05-1818.

 

Kampen (Broederkerk) 24-07-1776: Gerrit Willems Boumeester en Hendrikien Willems van Schellen laten hun dochter Hendrina dopen.

 

Kampen vóór Pasen 1786: Gerrit Aaltsen Prins doet belijdenis en wordt ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk van Kampen, wijk: Buitenkwartier.

 

Kampen Pasen 1792: Hendrina Gerrits Bouwmeester doet belijdenis en wordt ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk van Kampen.

 

Kampen 14-05-1804: Gerrit Aaltsen Prins en zijn zoons Aalt en Gerrit worden ingeschreven in het Burgerboek 1672/1868 van Kampen. [33]

 

Den 14 Meij 1814

Gerrit Aaltsen Prins geboren in deezer stads

vrijheid, heeft voor zig en sijne twee soons  met naa”

“men Aalt oud twee Jaaren, en Gerrit oud een half

Jaaren de gastenbuitenburgerschap gewonnen, en heeft daar

voor betaald voor zig …………………………………………………..f 98, ==

voor sijne twee zoons ………………………………………………….f 14,==

 

Kampen 12-06-1801: Gerrit Aalts Prins  is J.M. van de Zuiderweerd. Hendrina Gerrits Bouwmeester is J.D. uit het Buitendijksche. Getrouwd te Campen 28 Junij 1801.

 

Kampen 05-07-1801: In het trouwboek van de Gereformeerde Kerk van Kampereiland staat als huwelijksdatum 28-06-1801. Volgens het ondertrouwregister van het stadhuis van Kampen zijn Gerrit Aaltsen Prins en Hendrina Gerrits Bouwmeester getrouwd op 06-07-1801.

 

Gerrit Aaltsen Prins pacht op het Kampereiland erf 63, het eerste erf van het Haatland, van P1804 tot P1814. [34]

 

Kampen 01-05-1806: Gerrit Prins, pachter op het Haatland, verzoekt om bijstand of vermindering van pacht wegens de grote schade aan dijken en hooi die hij door de laatste overstroming geleden heeft.

Betreffende de schade aan de dijken verlenen Schepenen en Raad van Kampen een ontheffing aan Gerrit Prins van de verplichting tot onderhoud op grond van de keur. Voor wat betreft de schade aan hooi wijzen zij het verzoek af.

 

Den 1 Meij 1806.

Op het Request van Gerrit Prins, meier op het Haatland, verzoekende dat hem de behulpzaame hand mogt worden geleend of remissie van pagt, wegens de groote schade, die hij door de laatste watervloed aan de dijken en ook aan de hooi geleden heeft.

Was geapost: Op het rapport van de Cameraars van de Stad wordt de Suppliant omtrent de dijken gerenvoieert tot de ordinaire schouwe, terwijl in het verzoek omtrent de hooi niet kan worden getreden.

[In marge: Het request en Apostil waren geschreven op een zegel van f. – 10 - ].” [35]

 

Het gezin van Gerrit Aaltsen Prins en Hendrina Gerrits Bouwmeester woont in Kampen op het Haatland nr. 50 (1811), op het Kampereiland nr. 16 (1814, 1818), in de gemeente Kampen (1817) en op het Kampereiland nr. 33 (1819). [36]

                                                                                   

Kampen 03-10-1814: Gerrits Aaltsen Prins gaat met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Kampen, wijk Buitenkwartier, naar de Gereformeerde Kerk van Kampereiland.

 

Kampen 01-11-1814: Gerrit Aaltsen Prins treedt op als toeziend voogd over de kinderen van Dirk Jans van de Wetering bij de overdracht van een schuldvordering groot 500 gulden. [37]

 

Kampen 17-06-1816: Gerrit Aaltsen Prins treedt op als voogd over de kinderen van Lugjen Willems van Schellen en wijlen Berendje Jansen Post bij het verstrekken van een lening van 1.350 gulden aan Dries Beertsen Kroese,  die zijn huis met schuur, hooiberg, groenland en boomgaard op erf 62 op het Kampereiland  onder Brunnepe als onderpand stelt. [38]

 

Gerrit Aaltsen Prins pacht op het Kampereiland erf 21, het eerste erf van de Ruidenhoop, van P1814 tot 10-04-1819. [39]

 

BS Kampen 13-04-1819: Gerrit Aaltzen prins, Landman oud vier en vijftig Jaren wonende in deze gemeente is ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 10-04-1819 ten zijnen huize staande op het kamper Eiland No. 33.

 

Hendrina Gerrits Bouwmeester pacht op het Kampereiland erf 21, het eerste erf van de Ruidenhoop, van 10-04-1819 tot 24-02-1820. [40]

               

Hendrina Gerrits Bouwmeester hertr. Kampen 24-02-1820 Klaas Klaasen Kragt.

 

Klaas Klaasen Kragt is geb. Bisschopswetering , Mastenbroek 18-08-1786, ged. Mastenbroek 20-08-1786, pachter van een Kamper stadserf (1820-1849), bouwman (1820), landman (1834, 1838), landbouwer (1838), veehouder (1843), buiten beroep (1850), zonder beroep (1850), ovl. Kampen 11-03-1860, zoon van Klaas Klaaszn Kragt en Stijntje Aaltsen Prins, zie VIIg.

 

Hendrina Gerrits Bouwmeester trouwde met haar aangetrouwde neef of anders gezegd: Klaas Klaasen Kragt trouwde zijn tante.

 

Kampen 24-02-1820: Hendrina Gerrits Bouwmeester en Hendrikjen Willems van Schellen (Hendrikje Willems van Schellen, Hendrikje Willems van Schelle) ondertekenen niet de huwelijksakte en verklaren niet te kunnen Schrijven. Klaas Kragt ondertekent de huwelijksakte met K. Kragt.

 

Kampen 24-02-1820: Volgens een uittreksel uit het DoopRegister van Mastebroek is Klaas Kragt een zoon van Klaas Kragt en Stijntjen Aalts, op de Biswet.

 

Klaas Klaasen Kragt pacht op het Kampereiland erf 21, het eerste erf van de Ruidenhoop, van 24-02-1820 tot P1850 (aanvang pachtperiodes: 24-02-1820, P1823, P1832, P1841). [41]

 

Klaas Klaasen Kragt pacht op het Kampereiland erf 25 per P1850. Hij heeft de pacht overgedaan 24-12-1849 aan waarschijnlijk zijn stiefzoon Hendrik Prins. [42]

 

Kampen 30-04-1823: Hendrina Gerrits Bouwmeester leent namens haar kinderen uit haar eerste huwelijk met Gerrit Aaltsen Prins 1.500 gulden tegen een rente van 4¼ procent per jaar aan Gerrit Netjes, landbouwer in Genemuiden die daarvoor als onderpand stelt een stuk groenland genaamd De Weerd in Genemuiden. [43]

 

Klaas Klaasen Kragt en Hendrina Gerrits Bouwmeester hebben de stormvloed van 04/05-02-1825 overleefd. De ramp had een grote impact: veertig koeien en vijf varkens verdronken. [44] Het huis op erf 21 is grotendeels verwoest. Een schuur is weggespoeld. [45]

 

BS Kampen 07-09-1843: Hendrina Gerritsen Bouwmeester woont te Kampen.

 

BS Kampen 06-02-1850: Hendrina Bouwmeester woont te Kampen. Zij is ovl. Kampen 04-02-1850 in het huis staande op de Vloeddijk wijk twee nummer honderd negentig.

 

BS Kampen 13-03-1860: Klaas Kragt woont te Kampen. Hij is ovl. Kampen 11-03-1860 in het huis, staande op de Vloeddyk wyk drie nummer tweehonderdzesenzeventig.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

19-09-1802: Aalt, zoon van Gerrit Aaltsen Prins en Hendrina Gerrits Bouwmeester.

19-09-1802: Henderkien, dochter van Gerrit Aaltsen Prins en Hendrina Gerrits Bouwmeester.

13-11-1803: Gerrit, zoon van Gerrit Aalsen Prins en Hendrina Gerrits Boumeester. In een later handschrift is aan Gerrit toegevoegd Gerrits, is Aalsen veranderd in Aaltsen en is Boumeester veranderd in Bouwmeester .

10-03-1805: Jannegien, dochter van Gerrit Aaltsen Prins en Hendrina Gerritsen Boumeester.

19-01-1806: Henderkien, dochter van Gerrit Aaltsen Prins en Hendrientien Gerritsen Boumeester.

19-07-1807: Jannegien, dochter van Gerrit Aaltsen Prins en Hendrientien Gerrits Boumeester. In een later handschrift is Aaltsen veranderd in Aaltzen.

28-01-1810: Egbert, zoon van Gerrit Aaltsen Prins en Hendrina Gerritsen Boumeester. In een later handschrift is Gerritsen veranderd in Gerritjen en Boumeester in Bouwmeester.

28-01-1810: Hendrik, zoon van Gerrit Aaltsen Prins en Hendrina Gerritsen Boumeester. In een later handschrift is Gerritsen veranderd in Gerritjen en Boumeester in Bouwmeester.

30-12-1811: Willem, zoon van Gerrit Aaltsen Prins en Hendrina Gerrits Bouwmeester.

 

 

VIIi MARRIGJE AALTSEN PRINS (van VId), ged. Kampen (Buitenkerk) 26-06-1768, pachtster van een Kamper stadserf (1807-1808, 1817-1821), zonder beroep (1850), ovl. Kampen 15-06-1850, otr. Kampereiland 16-09-1791, tr. Kampen 09-10-1791

 

MENSE  MENSES SELLES, geb. Kampereiland 29-08-1732, ged. Kampen (Buitenkerk) 14-09-1732, pachter van een Kamper stadserf (1758-1807), landbouwer (postume vermelding 1813), ovl. Kampen 10-11-1807, begr. Kampen (Buitenkerk) 13-11-1807, zoon van Mense Peters Selles en Machteldje Gerrits Prins, wedn. van respectievelijk Gerrigje Willems Bouwmeester en Hilligje Adolfs van de Kamp.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Aalt Menses Selles, ged. Kampereiland 14-10-1792.

Marrigje Menses Selles, geb. Kampen 15-01-1795, ged. Kampereiland 01-02-1795.

Jennichjen Menses Selles, geb. Kampereiland 21-01-1798.

Jennichjen (Jannetje) Menses Selles, geb. Kampereiland 15-06-1800.

Mense Selles, geb. ca. 1805.

 

Kampen (Buitenkerk) 14-09-1732: Menso Peters en Maghtelt Gerrits laten hun zoon Menso dopen.

 

Machteldje Gerrits Prins is ged. Heino 23-09-1707 en begr. Kampen 18-05-1758.

 

Kampen vóór Pasen 1787: Merrigien Aaltsen Prins doet belijdenis en wordt ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk van Kampen.

 

Marrigje Aaltsen Prins woont in Kampen (1787) en in Kampen, Haatland (1789, 1791).

 

Marrigje Aaltsen Prins is getuige bij de doop van kinderen van haar zus:

 

Mastenbroek 29-10-1787: Mergjen Aalts onder Campen is getuige bij de doop van Aalt, zoon van Klaas Kragt en Stijntjen Aalts.

 

Mastenbroek 12-06-1789: Merrigjen Aaltsen prins wonende op het haatland onder Kampen is getuige bij de doop van Tiemen zoon van Klaas Kragt en Stijntjen Aaltsen prins.

 

Mense Menses Selles otr. Kampereiland 19-09-1755, tr. Kampereiland 12-10-1755 Gerrigje Willems Bouwmeester. Gerrigje Willems Bouwmeester is ged. Kampereiland 04-01-1733, ovl. Kampereiland 13-05-1758, begr. Kampen (Buitenkerk) 18-05-1758, dochter van Willem Gerrits Bouwmeester en Elizabeth Jans.

 

Mense Menses Selles pacht op het Kampereiland erf 2, het tweede erf van de Mandjeswaard, van P1758/(maart)1758 tot P1794 (aanvang pachtperiodes: P1758/(maart)1758, P1764, P1774, P1784). Zijn schoonvader, Willem Gerrits Bouwmeester, kreeg per 18-11-1731 erf 2 in pacht. [46]

 

Mense Menses Selles otr. Kampereiland 10-09-1758, hertr. Kampen 29-09-1758 Hilligje Adolfs van de Kamp. Hilligje Adolfs is ged. Kampen (Buitenkerk) 12-08-1736, begr. Kampen (Buitenkerk) 30-05-1787, dochter van Adolf Klaasen Claassen van de Camp en Aaltje Peters.

 

Kampereiland 06-10-1791: Marrigje Aalts Prins en Mense Sellis gaan met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Kampereiland naar de Gereformeerde Kerk van Kampen.

 

Kampen 20-07-1792: Mense Cellis en zijn vrouw Marregje Aaltsen Prins verklaren schuldig te zijn aan mr Abraham Vestrinck, burgemeester van Kampen, een bedrag van 1000 Carolus guldens tegen een rente van 3½ procent per jaar. Als onderpand stellen zij hun juist gekochte huis, erf en where met land en boomgaard in Kampen, gelegen in de Hagen, van de Oostweg tot aan de rivier. Op 20-05-1809 meldt de gevolmachtigde van de erfgenaam van schuldeiser van bovenstaande te zijn voldaan. [47]

 

Kampen 16-03-1793: Marrigien Aaltze Prins gaat met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Kampereiland naar de Gereformeerde Kerk van Kampen, wijk: Buitenkwartier op het Haatland.

 

Mense Menses Selles pacht op het Kampereiland erf 46, de Kleine Heupe, van P1794 tot ..-11-1807 (aanvang pachtperiodes: P1794, P1804). [48]

 

BS Kampen 1818-1821: Volgens uittreksels uit het Doodboek van de Buitenkerk der Stad Kampen is Mense Menses Selles begr. Kampen (Buitenkerk) 13-11-1807. [49]

 

Marrigje Aaltsen Prins pacht op het Kampereiland erf 46, de Kleine Heupe, van ...-11-1807 tot 18-09-1808. [50]

 

Klaas Menses Selles, een zoon van Mense Selles en Hilligje Adolfs, pacht erf 46 per 18-09-1808. [51]

 

Kampen 09-09-1808: Merrigje Aaltsen Prins, wed. van Mense Selles, verklaart voor haar minderjarige kinderen Aalt, Marrigje en Jannigje als vaders erfdeel te hebben gereserveerd een bedrag van 400 gulden ieder. Zij belooft te doen wat een goede moeder betaamt, waarmee de voogden, Gerrit Driessen en Cobus Aaltsen Prins, instemmen. [52]

 

Marrigje Aaltsen Prins otr. Kampereiland 26-08-1808, hertr. Kampereiland 18-09-1808

 

RUTGER ROELOFS ZOMER, ged. Kampereiland 02-02-1766, landman (1813, 1817), pachter van een Kamper stadserf (1794-1817), ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 04-09-1817, zoon van Roelof Rutgers Zomer en Grietje Rutgers van de Weerd,  wedn. van Zwaantje Hendriks Netjes.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Grietje Rutgers Zomer, geb. Kampen 08-09-1810, ged. Kampereiland 08-09-1810.

een levenloos geboren dochter, geb. Kampereiland (gem. Kampen) 09-04-1813.

 

Kampereiland 26-08-1808: Rutger Roelofs Zomer is wedn. op ’t Camper Eiland. Marrigje Aalts Prins is wed. op de Zuider Weerd.

 

Rutger Roelofs Zomer tr. Kampereiland 03-06-1787 Zwaantje Hendriks Netjes. Zwaantje Hendriks Netjes is geb. Kamperzeedijk, ged. Mastenbroek 09-08-1761, begr. Kampen 10-02-1804, dochter van Hendrik Gerrits Netjes en Annigje Dirks.

 

Rutger Roelofs Zomer pacht op het Kampereiland:

 

erf 50, het derde erf van het Nijland, van (..-05-)1794 tot P1804. [53]

 

erf 81, het tweede erf van het Buitendijks, per P1804. Hij heeft de pacht overgedaan 06-01-1803. [54]

 

erf 47, de Grote Heupe, van P1804 tot P1814. [55]

 

erf 47, de Grote Heupe, per  P1814. Hij heeft de pacht overgedaan 23-09-1813. [56]

 

erf 47, de Grote Heupe, van P1814 tot 04-09-1817. [57]

 

Marrigje Aaltsen Prins pacht op het Kampereiland erf 47, de Grote Heupe, van 04-09-1817 tot (P)1821. [58]

 

BS Kampen 09-04-1813: Rutger Zomer woont in deze gemeente. Hij verklaart dat Marregien Prinsten zijnen huize op het Eiland No. 9 van een Dood kind is verlost, van het vrouwelijk geslagt.

 

BS Kampen 08-09-1817: Rutger Zomer woont op het kamper Eiland. Hij is ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 04-09-1817 ten zijnen huize staande op het kamper Eiland No. 9.

 

Enkele kinderen van Marrigje Aaltsen Prins huwen binnen de kring van verwanten. Een dochter van Marrigje Aaltsen Prins en Mense Menses Selles trouwt met een zoon van een halve ex-zwager van Marrigje Aaltsen Prins. Een dochter en een zoon van Marrigje Aaltsen Prins en Mense Menses Selles trouwen met een zoon en een dochter van Stijntje Aaltsen Prins en Klaas Klaaszn Kragt.

 

Jannetje Menses Selles tr. Kampen 27-08-1818 Rutger Klaassen ten Hove. Elisabeth Aaltsen Prins is een halve tante van Jannetje Mense Selles die van 1776 tot aan haar overlijden in 1785 getrouwd was met Klaas Teunis ten Hove, de vader van Rutger Klaassen ten Hove (zie VIId).

 

BS Kampen 27-08-1818: Jannetje Mense Selles, geb. Kampereiland 15-06-1800 tr. Rutger Klaassen ten Hove, arbeider, geb. Kampen 26-12-1792, zoon van Klaas Teunis ten Hove en Hilligje Rutgers Vogel.

 

Margje Menses Selles tr. Kampen 16-12-1819 Aalt Klaasen Kragt (zie VIIg). Zij zijn nicht en neef.

 

BS Kampen 16-12-1819: Margje Mense Selles, dienstbaar, geb. Kampen 15-01-1795, ged. Kampereiland 01-02-1795, tr. Kampen 16-12-1819 Aalt Kragt, boerenknegt, geb. Zwollerkerspel 29-10-1787, ged. Mastebroek 04-11-1787, zoon van Stijntje Aaltsen Prins en Klaas Klaaszn Kragt.

 

Aalt Menses Sellis tr. Kampen 23-08-1821 Jannigje Klaasen Kragt (zie VIIg). Zij zijn neef en nicht.

                                                            

BS Kampen 23-08-1821: Aalt Mense Sellis, landman, geb. Kampereiland 14-10-1792 tr. Jannigje Klaassen Kragt, dienstbaar, geb. Kampen 09-06-1793, dochter van Stientje Aalts Prins en Klaas Klaassen Kragt. Aalt Menses Selles is wedn. van Willempje Willem Kanis.

 

BS Kampen 23-08-1821: Marigje Aalts Prins woont in deze gemeente. Volgens een uittreksel uit het Doopboek van de Hervormde Gemeente op het kamper Eiland is Aalt, zoon van Mense Sellis en Margjen Aalts Prins, ged. Kampereiland 14-10-1792. Volgens een uittreksel uit het Doopboek van de Hervormde Gemeente van Kampen is Jannegien, dochter van Klaas Klaasen Kragt en Stientien Aaltsen prins, ged. Kampen 09-06-1793.

 

Kampen 17-06-1850: Margje Prins oud vier en zeventig Jaren geboren te Kampen zonder beroep weduwe van Rutger Zomer dochter van wylen Aalt Prins en Jannigjen Steenbergen wonende te Kampen is ovl. Kampen 15-06-1850 in het huis staande op de Oudestraat wyk drie nummer achtentachtig.

 

 

VIIj EGBERT AALTSEN PRINS (van VId), ged. Kampen (Buitenkerk) 13-10-1771, pachter van een Kamper stadserf (1814-1825), landbouwer (1825), ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 04-02-1825, otr. Kampen (stadhuis) en Kampereiland 25-04-1806, tr. Kampen (Broederkerk) 18-05-1806

 

ANNEGJE WICHERTS (HANNIGJE WICHERS) VAN DER VEEN, ged. Kampen (Broederkerk) 12-09-1781, ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 04-02-1825, dochter van Wieghert (Wichert) Peters en Geertien Jans Schierholt.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Jannegien Prins, geb. Kampen 16-04-1807, ged. Kampen (Broederkerk) 19-04-1807, ovl. (?).

Aalt Prins, geb. Kampen 21-06-1808, ged. Kampen (Broederkerk) 26-06-1808, landarbeider (1825), ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 04-02-1825.

Geertje Prins, geb. Kampen 12-02-1810, ged. Kampen 18-02-1810, ovl. Kampen 17-05-1812.

 

Kampen (Broederkerk) 12-09-1781: Wieghert Peters en Geertien Jans laten hun dochter Annegien dopen.

 

Kampen vóór Pasen 1792: Egbert Aaltsen Prins doet belijdenis en wordt ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk van Kampen, wijk: Buitenkwartier, van het Haatland.

 

Kampen 25-04-1806: Annegje Wicherts is van dezer stadsvrijheid.

 

BS Kampen 19-05-1812: Geertjen Prins is ovl. Kampen 17-05-1812 ten huize van Egbert Aartzen Prins Letter B No 22.

 

Egbert Aaltsen Prins pacht op het Kampereiland erf 79, het vierde erf van het Buitendijks, van P1814 tot 04-02-1825 (aanvang pachtperiodes: P1814, P1823). [59]

 

Kampen 26-03-1818: Het perceel ongebouwde eigendommen onder nr. 61 moet staan ten name van Egbert Aalts Prins, zijnde daarvan door aankoop eigenaar.

 

Egbert Aaltsen Prins, Annegje Wicherts van der Veen en hun zoon Aalt Prins zijn bij de stormvloed van 04/05-02-1825 verdronken. Het huis op erf 79 is geheel weggeslagen. [60]

 

BS Kampen 12-02-1825: … dewelke ons hebben aangegeven, dat Egbert Prins, oud tweeenvijftig jaren, van beroep landbouwer, gehuwd aan Hannigje Wichers van der Veen, wonende te Kampen op den vierden dezer maand verdronken is door de hooge watervloed zijnde het lijk aangebragt bij Reit ten Hove, Wijk 2 no 171.

 

BS Kampen 12-02-1825: … dewelke ons hebben aangegeven, dat Hannigje Wichers van der Veen, huisvrouw van Egbert Prins, oud vierenveertig jaren wonende te Kampen op den vierden dezer maand verdronken is door de hooge watervloed zijnde het lijk alhier aangebragt bij Reit ten Hove, Wijk 2 no 171.

 

BS Kampen 12-02-1825: … dewelke ons hebben aangegeven, dat Aalt Prins, zoon van Egbert Prins en Hannigje Wichers van der Veen, oud zeventien jaren, ongehuwd, van beroep landarbeider, wonende te Kampen op den vierden dezer maand verdronken is door de hooge watervloed zijnde het lijk aangebragt bij Reit ten Hove, Wijk 2 no 171.

 

Kampen 11-10-1825: Het huis van Egbert Prins D/71 Art. 561 niet herbouwd.

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

19-04-1807: Jannegien, dochter van Egbert Aalsen Prins en Annegien Wiggers.

26-06-1808: Aalt, zoon van Egbert Aalsen Prins en Annegien Wichgers.

18-02-1810: Geertje, dochter van Egbert Aelsen Prins en Annegien Wiggers.

 

 

VIIk JAN AALTSEN PRINS (van VId), ged. Kampen (Buitenkerk) 24-10-1773, pachter van een Kamper stadserf (1806-1839), meijer (1806), landman (1813, 1818, 1825, 1826, 1827, 1835, 1836, 1838, 1839), landbouwer (1832, 1835), ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 27-05-1839, otr. Kampen (stadhuis) 06-12-1805, tr. Kampen (Broederkerk) 26-12-1805

 

NIESJE LUBBERTS VAN DER WEERD (VOS), geb. Kampereiland 22-12-1780, ged. Kampereiland 24-12-1780, pachtster van een Kamper stadserf (1839-1841), landbouwster (1842), zonder beroep (1843, 1846, 1861, 1869, 1871), ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 08-07-1871, dochter van Lubbert Aardsz van de Weerd (Vos) en Stijntje Jans Vos.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Jannegien Prins, geb. Kampen 10-04-1806, volgt VIIIj.

Stientien Prins, geb. Kampen 30-03-1807, ged. Kampen (Broederkerk) 05-04-1807, ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 19-01-1839.

Elizabeth Prins, geb. Kampen 21-06-1808, volgt VIIIk.

Lubbigjen Jans Prins, geb. Kampen 12-11-1809, volgt VIIIm.

Jantien Prins, geb. Haatland, Kampereiland (gem. Kampen) 13-03-1813, volgt VIIIn.

Aalt Prins, geb. Haatland, Kampereiland (gem. Kampen) 11-07-1818, volgt VIIIo.

 

Kampen vóór Pasen 1793: Jan Aaltsen Prins doet belijdenis en wordt ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk van Kampen.

 

Kampen 1803: Een lijst van stemgerechtigde burgers van de stad Kampen vermeldt Jan Prins van de Oudestraat, Buitenespel.

 

Kampen 06-12-1805: De naam van Niesje Lubberts Vos is bij de ondertrouw genoteerd als Grietje Lubberts.

 

Jan Aaltsen Prins pacht op het Kampereiland erf 60, Slag de Kruishoop, van (..-03)1806 tot P1814. [61]

 

Kampen 03-03-1806: Hendrik Wolters verzoekt Schepenen en Raad van Kampen, teneinde een faillissement af te wenden, erf 54 aan Jan Prins te mogen overdoen, waarna hij zijn achterstallige pacht kan betalen en dan nog iets overhoudt.

Schepenen en Raad van Kampen stemmen onder voorwaarden in met het verzoek.

 

Den 3 Maart 1806.

Op de Requeste van Hendrik Wolters, te kennen gevende zijn onvermogen, om de schuldige pagt aan de Stad te voldoen, dat over zulks zijne reeds geinventariseerde goederen tot zijn totaal bederf zouden moeten worden verkogt; en gelegenheid hebbende, om dit zijn erve No.54 aan Jan Prins te kunnen overdoen en dan sijn agterstedige pagt te kunnen betalen, en nog iets overhouden, verzoekende daartoe de nodige permissie.

Was geapost: Op het Rapport van de Cameraars van de Stad word aan den Suppliant gepermitteerd het gelibelleerde erve No.54 aan Jan Prins te mogen overdoen op dezelve conditien, als dit bij hem gepagt is, mids egter de restante pagtpenningen s.c.(scilicet, namelijk) bedragende f.1623 = 2 = als mede de kosten van inventarisatie ad f.11 = 4 = ten comptoire van den ontfanger van Stads Domeinen, en de nog verschuldigde toepagten aan de Stalmeester uit de huiscoopspenningen promtelijk worden voldaan, zoals tot praestatie deezes de perzonen van Jan Dekker en Jan Storm zig als zelfschuldige borgen hebben verbonden.

[In marge: Het Request was geschreven op een zegel van 10 stuivers.

De pagt van het erve bedraagt in de verpagte 8 jaren f.4320 = dus waarvan 4 jaars voor verponding dijk en sluisegeboer als anders ruijm f.40 = kunnen gekort worden, en dus de pagt in de 8 jaren bedraagt f.4000 =.

Is het Apostil geschreven op een zegel van f.16 = = . In fidem. A.J. Lemker, secret.].[62]

 

Kampen 05-05-1806: Jan Prins, pachter op erf 54, vraagt toestemming aan Schepenen en Raad van Kampen om de helft van het grasland op het Sterke slag om te zetten naar akkerland.

Schepenen en Raad van Kampen wijzen het verzoek af.

 

Den 5 Mai 1806.

Op het Request van Jan Prins, meijer op het erve No.54, verzoekende de vrijheid om de helft van de eerste kamp van het Sterke slag tot zijne erve behorende te mogen scheuren en bebouwen.

Was geapost: Op het rapport van de Kameraars der Stad wordt het verzoek ten requeste gedaan door dezen gewezen van de hand.

[In marge: Het Request en Apostil waren geschreven ieder op een zegel van f - : 10 : - In fidem. I. Augier, secret.].” [63]

 

Kampen 19-04-1808: Jan Prins, pachter van een stukje land bij Cellemuiden, vraagt aan Schepenen en Raad van Kampen hoe hij heeft te handelen nu enkele grondeigenaren het plan hebben buitendijks gelegen land in te dijken.

Schepenen en Raad van Kampen geven instructies.

 

Den 19 April 1808.

Op het Request van Jan Prins, pagter van een stukje land van de Geestelijkheid bij Zellemuiden, verzoekende te mogen worden geinformeerd hoe zig als huurman te gedragen, daar de eigenaaren van die landen voor neemens zijn dezelve in te dijken.

Was geapost: Op het rapport van de Cameraars van de Geestelijkheid wordt de Requestrant gequalificeerd om aan de eigenaren van die buitenlanden kennis te geeven, dat men naamens de Geestelijkheid bereid is, om met dezelve tot de gelibelleerde indijking toe te treeden, en de kosten van het aandeel van de Geestelijkheid naar het morgental te betalen, mits de sloot door hem Requestrant worden opgemaakt.               

[In marge: Het Request en Apostil waren ieder geschreven op een zegel van f. – 10 – : In fidem, F. Rambonnet, secret.].[64]

 

Kampen 26-11-1810: Jan Aaltsen Prins en zijn vrouw verkopen een turfdragersplaats aan Reindert van der Meulen en zijn vrouw.

 

Jan Aaltsen Prins pacht op het Kampereiland erf 64, de Koitenberg, van P1814 tot P1823. [65]

 

Jan Aaltsen Prins pacht op het Kampereiland erf 24, het tweede erf van de Kuinreturfswaard, van P1823 tot 27-05-1839 (aanvang pachtperiodes: P1823, P1832). [66] Het huis op erf 24 is grotendeels verwoest als gevolg van de stormvloed van 04/05-02-1825. Een schuur raakte zwaar beschadigd.

 

Kampen 16-02-1824: Jan Aaltsen Prins gaat met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Kampen naar de Gereformeerde Kerk van Kampereiland.

 

Het gezin van Jan Aaltsen Prins en Niesje Lubberts van der Weerd woont in Kampen, op het Haatland nr. 59 (1813), in Kampen, op het Haatland (1818), in de gemeente Kampen (1825, 1827, 1835, 1836) en op het Kampereiland (1832, 1836, 1839). [67]

 

Jan Prins had in 1832 een recht van opstal op het perceel kadastraal bekend als Kampen, sectie C, nr. 51, aangeduid als huis en erf, eigendom van de stad Kampen, groot 00.38.80 ha, gelegen in de polder De Stikken op het Kampereiland. [67a]

 

Jan Prins had in 1832 een recht van opstal op het perceel kadastraal bekend als
Kampen, sectie C, nr. 51, aangeduid als huis en erf gelegen in de polder De Stikken op het Kampereiland

 

Jan Prins had in 1832 een recht van opstal op perceel Kampen sectie C nr. 51 in de polder De Stikken op het Kampereiland.

 

Kampen 21-03-1838: Jan Aaltsen Prins koopt voor 1.300 gulden van Johanna Eijsink twee kampen groenland aan de Trekvaart in IJsselmuiden, kadastraal bekend sectie C nr. 83 en 84. [68]

 

BS Kampen 19-01-1839: Stientje Prins woont op het Eiland. Zij is ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 19-01-1839 in het huis staande op het Eiland D. nummer vijftig.

 

BS Kampen 27-05-1839: Jan Prins woont op het eiland/te Kampereiland. Hij is ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 27-05-1839 in het huis staande in de gemeente Kampen op het Eiland wyk D nummer een envijftig.

 

Niesje Lubberts van der Weerd pacht op het Kampereiland erf 24, het tweede erf van de Kuinreturfswaard, van 27-05-1839 tot P1841. [69]

 

Niesje Lubberts van der Weerd pacht op het Kampereiland erf 17, het tweede erf van het Raas, van P1841 tot ..-11-1846. [69a] De pacht van erf 17 is per ..-11-1846 voortgezet door haar zoon Aalt Prins, zie VIIIo.

 

Kampen 04-08-1842: Niesje Lubbers van der Weerd, landbouwster in Kampen, wed. van Jan Prins, leent aan Dirkje en Aleida Linthorst een groot deel van de koopsom van 1.200 gulden tegen een rente van 5 procent per jaar voor de koop van een huis, erf en where met grutterij aan de Oudestraat. [70]

 

BS Kampen 10-12-1846: Niesje Lubberts van der Weerd ondertekent niet de huwelijksakte van haar zoon Aalt Prins en verklaart niet te kunnen schrijven.

 

BS Kampen 10-07-1871: Niesje Lubberts van der Weerd woont op het Eiland, gemeente Kampen. Zij is ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 08-07-1871 in het huis staande op het Eiland, gemeente Kampen wyk vijf nummer vier honderd drie en vijftig.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

13-04-1806: Jannegien, dochter van Jan Aaltsen Prins en Niessien Lubberts

05-04-1807: Stientien, dochter van Jan Aaltsen Prins en Niessien Lubberts

21-06-1808: Elisabet, dochter van Jan Aaltsen Prins en Niessje Lubbers

26-11-1809: Lubbigjen, dochter van Jan Aalts Prins en Niessjen Lubbers

 

De naam van Niesje Lubberts van der Weerd is op verschillende manieren geschreven:

 

Niesjen Lubberts, in de geboorteakte van Jantien Prins

Niesjen Lubberts, in de geboorteakte van Aalt Prins

Niesje Lubbers, in de huwelijksakte van Jannegien Prins

Niesje Lubbers, in de huwelijksakte van Lubbigje Jans Prins

Niesje Lubbers Vos, in de overlijdensakte van Stientien Prins

Niesje Lubbers Vos, in de overlijdensakte van Jan Aaltsen Prins

Niesjen Lubberts en Niesjen Lubberts Vos, in de huwelijksakte van Jantien Prins

Niesje Lubbers van der Weerd, in een notariële akte betreffende een geldlening

Niessien Lubberts, in de huwelijksakte van Jannegien Prins (bij hertrouwen)

Niesje Lubberts van der Weerd, in haar overlijdensakte [71]

 

 

VIIm JACOBUS GERRITS (KOBUS GERRITS, KOBES GERRITS) PRINS (van VIe), geb. Oosterwolde (GD), ged. Oosterwolde (GD) 21-07-1743, landeigenaar (1783), akkerbouwer (1783), veehouder (1783), ovl. tussen 16-09-1791 en 17-10-1799, otr. Doornspijk 31-05-1776, tr. Doornspijk 16-06-1776 (er staat: 16-05-1776!)

 

GEERTRUIJD GERRITS (GEERTRUIT GERRITS, GEERTIEN GARRITS), geb. ws. Hoogeweg, Kamperveen, ged. Kamperveen 28-09-1738, landeigenaresse (1783), akkerbouwster (1783), veehoudster (1783), ovl. tussen ca. 12-02-1783 en 07-06-1786, dochter van Gerrit Janz Pol en Marrigjen Jans, wed. van Gerrit Berents.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Gerrit Kobus Prins, geb. 17-10-1776, ged. Doornspijk 20-10-1776, ovl. vóór 02-11-1777.

Gerrit Kobus Prins, geb. 31-10-1777, ged. Doornspijk 02-11-1777, ovl. vóór 28-02-1779.

Gerrit Kobus Prins, geb. 23-02-1779, ged. Doornspijk 28-02-1779, volgt VIIIp.

Maaij Kobes Prins, geb. 28-08-1781, ged. Doornspijk 02-09-1781, ovl. vóór 16-09-1791.

 

Kamperveen 28-09-1738: den 28 Septemb. heeft Gerrit Jansz aan de Hoogeweg laaten doopen syne dogter Geertruyd, moeder is Marrigje Jans

 

Kamperveen 20-08-1748: De ouders van Geertruid Gerrits zijn bij de volkstelling van 1748 geregistreerd. Zij staan in het Register van de Boerschap de Hoogeweg van het Camperveene:

 

Getal der Huijsgezinnen

: 10de huijsgezin

 

 

Namen der Mannen ende Vrouwen

: Gerrit Jantzen Pol  Letter van het Carspel Streek   Marretje Jantz

 

 

Kinderen en Kindskinderen Boven de 10 Jaaren oud

: 3 Kinderen

 

  Heijltjen Gerritz 23 Jaar

 

  Dirck Gerritz 14 Jaar

 

  Henderik Gerritz 11 Jaar

 

 

Kinderen en Kindskinderen onder de 10 Jaaren

: 1 Dogter

Geertruijt Gerritz oud 8 Jaar

 

 

 

Dienstbooden mede derzelven naamen en Ouderdom

: Geene

 

 

Inwoonders en Costgaarderen

: Geene

 

Geertruijd Gerrits tr. Kamperveen? Gerrit Berendsen. Gerrit Berents (Gerrit Berendsen) is geb. (?), overl. vóór 31-05-1776, zoon van Berend … en … Gerrit Berents heeft vermoedelijk een broer Aart Berents en zus Gerrigje Berents.

 

Uit het huwelijk van Geertruijd Gerrits en Gerrit Berents zijn ten minste vier kinderen geboren die op 07-06-1786 in leven zijn, namelijk Gerrit Gerrits (Puttenstein), Jantje Gerrits, Hendrik Gerrits en Dirk Gerrits.

 

Oostendorp onder Doornspijk 24-01-1783: Aart Berents, Gerrigje Berents, bijgestaan voor het gericht door Gerrit Gerrits, en Griete Hendriks, Hendrik Jans en Jentje Goosens en Jan Mulder en Hendrik Gerrits als voogden over de minderjarige kinderen van Gerrit Berents verkopen voor 170 gulden aan de weduwe van Dries Berents een half mudde zaailand in de "Brand". Dit zaailand grenst (oost) aan land van Eibert Jacobs en (west) aan land van de kopers. Dezelfden verkopen voor 260 gulden aan Hendrik Gerritsen een mudde zaailand. Dit zaailand grenst (oost) aan land van Jan van Loon en (west) het Wientjeswegje. Dezelfden verkopen voor 330 gulden aan Frederik Cornelis en zijn vrouw Jentje Aarts drie schepel in het Oostendorp. Deze drie schepel grenst aan (oost) land van Aart Berents en (west) land van Gerrigje Berents. [72]

 

Oostendorp onder Doornspijk 24-01-1783: Frederik Cornelis en zijn vrouw Jentje Aarts lenen 600 gulden van Aart Berents en zijn vrouw Jacobje Gerrits en stellen tot onderpand hun huis staande op een akker zaailand op grond van Aart Berents en een van Dries Berents aangekochte akker zaailand aan de Winterdijk. [73]

 

Doornspijk 16-06-1776: Den 31 Maij: sijn in ondertrouw aangenomen Kobes Gerrits j.M. van Oosterwolde wonende te Dorrnspijk. en Geertruit Gerrits. Wed? van Camperveen wonende te Dorrnspijk. Den 16. Maij alhier onverhinderd getrouwt.

 

Jacobus Gerrits Prins en zijn vrouw Geertruid Gerrits bewonen "de Hof ter Eekt" in Oostendorp onder Doornspijk, bestaande uit een huis, hof, hooiberg en schuur met zaai- en weilanden. Vermoedelijk is “de Hof ter Eekt” een leengoed dat al (vóór 1776) door Gerrit Berents is bewoond.

 

Oostendorp onder Doornspijk 12-02-1783: Jacobus Gerrits Prins en zijn vrouw Geertruid Gerrits lenen 150 gulden van de minderjarige kinderen van Gerrit Berents, te weten Hendrik en Dirk Gerrits, en stellen tot onderpand een huis, hof, hooiberg en schuur met de zaai- en weilanden, door hen zelf bewoond, genaamd "de Hof ter Eekt". [74]

 

een foto uit 2013 van de gerenoveerde waterput van het hof ter eekt tussen oosterwolde en oldebroek, de plaats 
waar in de achttiende eeuw jacobus gerrits prins woonde

 

Hof ter Eekt, gerenoveerde waterput, 25-12-2013.

 

Op een bordje bij de gerenoveerde waterput van de Hof ter Eekt staat te lezen:

 

Op deze plaats stond eens de uit de 13e eeuw daterende versterkte boerderij “Hof ter Eekt”. Van 1990 tot 1992 is er door de oudheidkundige vereniging “de Broeklanden” een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Hierbij trof men ondermeer het restant aan van een 17e eeuwse waterput. De waterput is als monument opnieuw opgebouwd en in eer hersteld.

&nbsnbsp;nbsp;

Oostendorp onder Doornspijk 07-06-1786: Cobus Gerritsen Prins is als wedn. en boedelhouder van wijlen Geertruid Gerrits betrokken bij een verdeling, door vier kinderen van Geertruid Gerrits en Gerrit Berents, van de onroerende goederen van hun ouders.

 

Verdeling van de nalatenschap van Gerrit Berents, de eerste echtgenoot van Geertruijd Gerrits, 07-06-1786

 

Heden is een verdeling overeengekomen inzake de door Gerrits Berendsen nagelaten onroerende goederen, tussen Jan Berends Mulder en Hendrik Gerritsen als voogden over de minderjarige kinderen van Gerrit Berendsen uit zijn huwelijk met Geertruid Gerrits, genaamd Dirk en Hendrikje Gerrits en de twee meerderjarige kinderen Gerrit Gerritsen (Puttenstein) en zijn vrouw Aaltje Lens en Jantje Gerrits,  aan de ene zijde, en Cobus Gerritsen Prins, weduwnaar en boedelhouder van wijlen Geertruid Gerrits aan de andere zijde. Het eerste lot is gevallen op de kinderen van Gerrit Berendsen en betreft vier schepel aan de tochtsloot voor 400 gulden, de Nieuweweg langs de tochtsloot voor 150 gulden, een halve bakoven voor 2 gulden 10, hier moet bijkomen 21 gulden maakt 573 gulden. Het tweede lot betreft het "Klaverkampje" aan de westkant van de Nieuweweg voor 250 gulden, een eenvijfde deel in een kamp van zeven gresen in het Lummermerk voor 345 gulden, maakt 595 gulden, aan het eerste lot uitkeren 21 gulden maakt 573 gulden, in vijf porties te verdelen maakt 114 gulden, enz. enz. Vervolgens is het leengoed verleend op Gerrit Gerritsen (Puttenstein) als oudste zoon en aangezien Gerrit Berents datzelfde leen bewoond heeft moet hij daarvoor 684 gulden aan de anderen uitkeren, enz. enz. Hierna een uitgebreide omschrijving van de verdere verdeling . [75]

 

Oostendorp onder Doornspijk 16-04-1788: Gerrit Gerritsen (Puttenstein) en zijn vrouw Aaltje Lens (van de Kamp) verklaren geld geleend te hebben van de twee minderjarige kinderen van Gerrit Beertsen en Geertruid Gerrits, namelijk van Dirk Gerritsen 395 gulden en van Hendrik Gerritsen 250 gulden en 150 gulden wegens een door Cobus Prins (vermoedelijk als voogd) verstrekte lening. [76]

 

Jacobus Gerrits Prins otr. Doornspijk/Kamperveen 16-09-1791, hertr. Kamperveen 09-10-1791

 

DRIESJEN GERRITS (DRIESJEN GARRITS, DRIESJE GERRITS) VAN DEN BRINK, geb. ws. Zuideinde, Kamperveen, ged. Kamperveen 19-02-1741, ovl. Zuideinde (gem. Kamperveen) 29-08-1824, dochter van Gerrit Andriesz en Berendje Peters, wed. van Jan Hendriks.

 

Uit dit huwelijk zijn geen kinderen geboren.

 

Kamperveen 19-02-1741: ged. Driesje en [19. Februar] Gerrit Andriesz aan ’t Suydeynde syne dogter Driesje waarvan moeder is Berendje Peters.

 

Zuideinde ligt in het zuidelijke deel van de Polder Kamperveen. Aan weerzijden van de Wittensteinse Allee, daar waar Gelderland aan Overijssel grenst, ontstond de buurtschap Zuideinde die altijd deel heeft uitgemaakt van twee gemeenten. [77]

 

Kamperveen 21-08-1748: De ouders van Driesjen Gerrits van den Brink zijn bij de volkstelling van 1748 geregistreerd. Zij staan in het Register Van het Boerschap Het Zuijdeynde Van Camperveene Waar Over Letter is de E Jan Harmentzen:

 

Getal der Huijsgezinnen

: 17de huijsgezin

 

 

Namen der Mannen ende Vrouwen

: Gerrit Andriesz & Berendtje Petertz

 

 

Kinderen en Kindskinderen Boven de 10 Jaaren oud

: Eene

 

  Battjen Gerritz 12 Jaar

 

 

Kinderen en Kindskinderen  onder de 10 Jaaren

: 5 Kinderen

 

  Beertje Gerritz 9 Jaaren

 

  Driesjen Gerritz 7 Jaaren

 

  Geertjen Gerritz 5 Jaaren

 

  Andries Gerritz 3 Jaaren

 

  Peter Gerritz 1 Jaaren

 

 

Dienstbooden mede derzelven naamen en Ouderdom

 : Geene

 

 

Inwoonders en Costgaarderen

: Geene

 

Doornspijk 16-09-1791: den 16. Zeptbr. zyn volgens Attest te Camperveen ondertroud Kobus Gerritszen Prins. Wed? van Geertjen Gerritsz. (geb:) te Oosterwolde woonende te Doornspyk en Dreesjen Gerritsz: Wed: van Jan Hendriksz: Geb: en Woonagtig te Camperveen. den 7. October met  Attest vertrokken na Camperveen om te trouwen: hebbende hunne drie zondaagsche Proclamatiën onverhinderd alhier gehad. na drie zondaagsche proclamatien.

 

Kamperveen 09-10-1791: 1791 den 16. Sept. Zyn hier in Wettige ondertrouw ingeschreven, Kobus Garritsen Prins (Weduwenaar van Geertien Garrits,) gebooren te ooster Wolde, woonende onder Doonspyk met Driesjen Garrits, weduwe van Jan Hendriks Gebooren en Wonende te Camperveen; Na getoonde Attestatien, van voogden over zyn onmondig kind gesteld te hebben; moeten de hunne huuwlijksproclamatien mede te Doornspyk geschieden, welke onverhinderd gehad hebbende, zyn dezelve den 9.den October te Camperveen in den H.staat bevestigd.

 

BS Kamperveen 30-08-1824: Driesje Gerrits van den Brink woont te Kamperveen. Zij is weduwe van wylen Kobus Prins. Driesje Gerrits van den Brink is ovl. Kamperveen 29-08-1824 in den ouderdom van vier en tachtig Jaren … in het huis staande op het Zuideinde No.16.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

20-10-1776: Gerrit, zoon van Kobes Gerrits en Geertruitje Gerrits.

02-11-1777: Gerrit, zoon van Jacobus Gerrits en Geertruitje Gerrits.

28-02-1779: Gerrit, zoon van Jacobus Gerrits en Geertruid Gerrits.

02-09-1781: Maaij, dochter van Kobes Gerrits en Geertrui Gerrits. [78]

 

 

Jacobus Gerrits Prins – plaatsbepaling grondbezit

 

Jacobus Gerrits Prins en zijn naaste verwanten hebben in eigendom diverse gras- en zaailanden in het kerspel Oosterwolde onder Doornspijk:

 

een huis, hof, berg en schuur met zaai- en weilanden in het Eektermerk genaamd de Hof ter Eekt, in eigendom in 1783

 

Oostendorp onder Doornspijk 12-02-1783: Jacobus Gerrits Prins en zijn vrouw Geertruid Gerrits lenen 150 gulden van de minderjarige kinderen van Gerrit Berents, te weten Hendrik en Dirk Gerrits, en stellen tot onderpand een huis hof berg en schuur met de zaai en weilanden, door hen zelf bewoond, genaamd "de Hof ter Eekt". [79]

 

Oostendorp onder Doornspijk 20-02-1783: Evert Diesmers en zijn vrouw Grietje Everts lenen 300 gulden van Marten Reiersenen en zij stellen tot onderpand hun twee mudde land, genaamd het Haenkampje en de Entenakker bij de Hof ter Eekt gelegen. Dit land grenst aan (oost en noord) het erf waar Cobus Prins op woont, (zuid) het erf van burgemeester Barneveld en (west) land van wijlen juffrouw Wolfsen. [80]

 

4 gresen grasland in het Bolsmerk, in eigendom 1783

 

Bolsmerk onder Doornspijk 08-02-1783: Cobus Gerrits Prins leent 200 gulden van Goosen Hendriks en stelt tot onderpand zijn 4 gresen in Bolsmerk. Deze 4 gresen grenzen aan (oost) land van ritmeester Julien en (west) land van G. Roseboom. [81]

 

Niet te plaatsen verwijzingen:

Bolsmerk onder Doornspijk 08-02-1790: Marrigje Tijmens wed. van Jan Nagelhoud en haar zoons Harmen Nagelhoud en zijn vrouw Maria Hendriks en Gerrit Nagelhoud en zijn vrouw Petertje Everts verkopen voor 850 gulden aan Hendrik Jansen Ramaker een kamp weiland groot 5 gresen. Dit weiland grenst aan (oost) land van de secrearis Toewater, ( zuid) land van Kobus Prins, (west) land van de heer A. Brouwer en Jan Vinke en (noord) land van de diaconie van Elburg. [82]

 

 

VIIn ELISABETH GERRITS (LIJSBETH GERRITS, LIESBET GERRITS, LIESBETH GERRITS, LISABETH GERRITS, ELIZABETH) PRINS (van VIe), ged. Oosterwolde (GD) 14-05-1747, landbouwster (postume vermelding 1837), ovl. tussen ca. 01-08-1774 en 11-07-1777, tr. Doornspijk 06-04-1769

 

KLAAS WOLTERS (KLAAS) SMIT, ged. Oldebroek 23-10-1735, landeigenaar (1788, 1796, 1799, 1803), akkerbouwer (1788, 1803), veehouder (1796, 1799), immeker (1819), landbouwer (postume vermelding 1837), kerkmeester (1800), rotmeester (1818), ovl. Oldebroek 24-10-1819, zoon van Wolter Harmzen Smit (Wouter Harms) en Geeltjen Klaas.

                      

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Tijmen Klaas Smit, ged. Oosterwolde (GD) 12-11-1769.

Harmtje Klaas Smit, ged. Oldebroek 06-01-1771.

Harmpje Smit (Harmtjen Klaas) Smit, geb. 20-01-1772, ged. Oldebroek 26-01-1772.

Gerrit Klaas Smit, geb. 21-03-1773, ged. Oldebroek 28-03-1773.

Gerrit Klaas Smit, geb. Oldebroek 25-08-1774, ged. Oldebroek 28-08-1774.

 

Oldebroek 23-10-1735: ged. Klaas, zoon van Wouter Harmzen Smit en Geeltjen Klaas.

 

Doornspijk 06-04-1769: tr. April den 6 Klaas Wolters J: M: van ’t oudebroek en Liesbeth Gerritsen Prins J:d: van Oosterwolde woonachtig te doornspijk.

 

Oosterwolde (GD) 12-11-1769: ged. den 12 Nov: gedoopt Tijman, zoon van Klaes Woltersz, en Lijsbet Gerrtis, prins.

 

Klaas Wolters Smit is bij de doop van zijn kinderen geen belijdend lid van de Gereformeerde Kerk. In 1775, op 39-jarige leeftijd, doet hij belijdenis. Mogelijk heeft het belijdenis doen op latere leeftijd iets van doen met het overlijden van zijn vrouw Elisabeth Gerrits Prins. Dit overlijden is te dateren tussen 01-08-1774 en 11-07-1777.

 

Oldebroek 29-04-1775: Klaas Wolters doet belijdenis en wordt ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk van Oldebroek.

 

Klaas Wolters Smit hertr. Elburg 11-07-1777 Aaltjen Aalts. Aaltjen Aalts is geb. …, ovl. 26-01-1784, begr. Oosterwolde (GD) 31-01-1784, dochter van Aalt … en …

 

Elburg 11-07-1777: Klaas Wolters tr. Aaltje Aalts.

 

In 1779, ruim twee jaar na het huwelijk, worden Klaas Wolters Smit en zijn tweede echtgenote lid van de Gereformeerde Kerk van Oosterwolde (GD).

 

Oldebroek 02-10-1779: Klaas Wolters gaat met attestatie over van Gereformeerde Kerk van Oldebroek naar de Gereformeerde Kerk van Oosterwolde (GD).

 

Oosterwolde (GD) 17-10-1779: Klaas Wolters gaat met attestatie over van Gereformeerde Kerk van Oldebroek naar de Gereformeerde Kerk van Oosterwolde (GD).

 

Oosterwolde (GD) 17-10-1779: Aaltje Aalts gaat met attestatie over van Gereformeerde Kerk van Elburg naar de Gereformeerde Kerk van Oosterwolde (GD).

 

Oosterwolde (GD) 04-09-1780: den 4 Sept: Een Kind van Klaas.w.Smit gestorven. den 6 dito begraven N: v.m. betaalt 15 ½ stuiver.

 

Oosterwolde (GD) 19-08-1781: den 19 dito [August:]  Een Kind van Klaas Smit gestorven. []en 22 dito begraven N:V:M: betaalt : - 15 - 8.

 

Oosterwolde (GD) 19-08-1782: ged. Aalt, zoon van Klaas Wolters Smit en Aaltje Aalts.

 

Oosterwolde (GD) 26-01-1784: Den 26. Jan d Vrouw, Van Klaas woltersz. Smit gestorven. Den 31 begraven in d?Kerk bt: 2 - 4 - :.

 

‘t Hooge onder Doornspijk ca. 1781/1782: De erven van Gerrit Tijmens Prins, de vader van Elisabeth Gerrits Prins, verdelen de nalatenschap. O.a. is bij de verdeling betrokken Klaas Wolters als vader en voogd van zijn drie minderjarige kinderen Tijmen, Gerrit en Harmpje, geboren uit zijn huwelijk met Elisabeth Gerrits Prins. De verdeling is uitvoerig beschreven. [83]

 

Bolsmerk in het kerspel Oosterwolde onder Doornspijk 04-08-1784: Harmen, Berend, Hendrik, Dirkje en Klaas Wolters en Evert Schryver en Hendrikje Wolters, nagelaten kinderen van Wolter Harms en zijn vrouw Geertje Klaas maken afspraken over de verdeling van de ouderlijke boedel, bestaande uit zes gresen op de Stouwe getaxeerd  op 800 gulden, zes gresen in het Lummermerk getaxeerd  op 800 gulden en zes gresen in de Zyen getaxeerd op 500 gulden, alles tesamen 4.900 gulden, welke aan Harmen, Berend, Hendrik en Dirkje Wolters worden toebedeeld. [84]

 

Klaas Wolters Smit otr. Oldebroek 21-03-1788, tr. Oosterwolde (GD) 13-04-1788 Geertje Aalts. Geertje Aalts is ged. Oldebroek 08-03-1739, landeigenaresse (1788), akkerbouwster (1788), ovl. vóór 16-03-1796, dochter van Aalt Jans en Fennetje Jans, wed. van Gijsbert Hendriks.

 

Oosterwolde (GD) 21-03-1788: den 21 maart te Oldebroek ingetekent Klaas Woltersz. wed? van Oldebroek onlangs gewoont hebbende te Oosterwolde en Geertjen Aalts wed? van en te Oldebroek na drie zondagsche proclamatien hier getrouwt den 13 April. met attestatien van Oldebroek.

 

In 1788 blijkt dat Elisabeth Gerrits Prins o.a. een half mudde zaailand, genaamd het Vissersakkertje op de Streek, heeft nagelaten aan haar broer Jacobus Gerrits Prins, halfbroer Jan Gerrits Prins en halfzus Geertje Gerrits Prins.

 

Vast staat dat enkele kinderen van Elisabeth Gerrits Prins hun moeder hebben overleefd. Daarom is het opmerkelijk is dat ook Jacobus Gerrits Prins, Jan Gerrits Prins en Geertje Gerrits Prins betrokken waren bij de nalatenschap van Elisabeth Gerrits Prins. Misschien als voogden?

 

Jacobus Gerrits Prins, Jan Gerrits Prins en Geertje Gerrits Prins verkochten in 1788 deze halve mudde zaailand op de Streek aan Klaas Wolters Smit en Geertje Aalts, zijn derde vrouw.

 

Zuideinde onder Doornspijk 19-05-1788: Cobus en Jan Gerrits Prins en Gerbrig Lubbertsen en zijn vrouw Geertje Gerrits Prins verkopen aan Claas Wolters Smit en zijn vrouw Geertje Aalts voor 133 gulden een half mudde zaailand genaamd het Vissersakkertje gelegen op de Streek, hen nagelaten door Elisabeth Gerrits Prins. Dit zaailand grenst aan (noord en oost) land van de wed. van Jacob Diesmers, (zuid) land van burgemeester Barneveld en (west) land van G. Veldkamp. [85]

 

Oldebroek 24-03-1796: Klaas Wolters gaat met attestatie over van Gereformeerde Kerk van Oosterwolde (GD) naar de Gereformeerde Kerk van Oldebroek.

 

Klaas Wolters Smit is in 1800 kerkmeester (lid van het kerkbestuur) van de Gereformeerde Kerk van Oldebroek.

 

Lummermerk onder Doornspijk 16-03-1796: Klaas Wolters Smit, voorheen getrouwd met Geertje Aalts, en Jan Aaltsen als voogd over de minderjarige kinderen Fennetje, Annetje, Aaltje en Stijntje Gijsberts, kinderen van Gijsbert Hendriks en Geertje Aalts, verdelen als volgt de door Gijsbert Hendriks nagelaten onroerende goederen (die kennelijk sinds tenminste 1788 onverdeeld zijn gebleven):

 

Klaas Wolters Smit:  vier gresen in zes gresen waarvan Gerritje Jans twee gresen toebehoren gelegen in het Noordermerk aan de andere zijde van de Grote Woldweg en 2/3 deel van 3½ gres in 7 gresen waarvan 1/3 toebehoort aan Gerritje Jans en de andere 3½ gres aan de wed. van Lens Hendriksen,  gelegen Noord Buitendijks aan het Buitendijks Woldwegje.

 

Fennetje Gijsberts en haar man Tijmen Klaas Smit: vijf schepel zaailand op het Hooge genaamd "de Klinker" en de helft van de Riethaare aan de Kleine Woldweg.

 

Annetje Gijsberts: de helft van het erfje aan de Zwarteweg waarvan de andere helft aan Fennetje Gijsberts is toebedeeld en drie schepel genaamd "De Klinker" naast de vijf schepel van Fennetje.


Aaltje Gijsberts: drie schepel op het Hooge bij het "Ottersnest" en een half mudde, die grenst aan (oost) de Kleine Woldweg en (noord) land van Jan Berends Mulder, en vier gresen in het Lummermerk;


Stijntje Gijsberts: vier gresen in Lummermerk, die grenzen aan (noord) land van Jan Willems Kragt, en een mudde op het Hooge genaamd "de Klinker". [86]

 

Lummermerk onder Doornspijk 17-10-1799: Het is de verjaardag van Gerrit Kobus Prins. Hij is 23 jaar en kan als meerderjarige rechtshandelingen verrichten. Samen met zijn oudoom Klaas Wolters Smit, voorheen getrouwd met Elisabeth Gerrits Prins, verdeelt hij een nog ongedeeld gebleven deel van de onroerende goederen die zijn vader Gerrit Kobus Prins en tante Elisabeth Gerrits Prins van hun vader Gerrit Tijmensen Prins hebben geerfd. Klaas Wolters Smit krijgt toebedeeld 1½ morgen weiland aan de Zwarteweg onder Oldebroek en Gerrit Kobus Prins krijgt 4 gresen grasland in de Wenden dichtbij “Stoltenberg”. [87]

 

Aperloo onder Doornspijk 11-11-1800: Hendrik Beertsen en Claas Woltersen als kerkmeesters in Oldebroek verkopen voor 400 gulden aan Gerrit Piper en zijn vrouw Schultz 2½ schepel zaailand onder Aperloo. [88]

 

Zuideinde onder Doornspijk 24-11-1803: Claas Wolters Smit verkoopt voor 210 gulden aan Dries Cornelissen en zijn vrouw Lammertje Gerrits een half mudde zaailand. Dit zaailand grenst aan (oost) land van de wed. van Jacob Diecemers, (west) land van Gerrit Veldkamp, (zuid) land van Mr A. Raedt, met de uitweg over het land van G.Veldkamp en het land van de koper zelf. [89]

 

Oldebroek 1818: Klaas Wolters Smit is door de gemeente Oldebroek benoemd tot rotmeester van het Eekter rot. De functie van de rotmeester kwam het meest duidelijk tot uitdrukking in geval van brand, waarbij hij de leden van zijn rot moest waarschuwen en zonodig indelen bij de te verrichten werkzaamheden. Ook bij het verlenen van hand- en spandiensten, zoals bij de aanleg en onderhoud van wegen, werden de rotten ingeschakeld. In bijzondere gevallen stonden de rotmeesters de schout bij, zoals bij een rondgang door de gemeente in verband met belastingschatting.

 

BS Oldebroek 24-10-1819: Klaas Smit Laast weduwenaar van Geertje Aalts zoon van Wolter Smit en Geeltje Klaas immeker gewoond hebbende in gemelde sterfhuis is ovl. Oldebroek 24-10-1819 in het huis No. 205 binnen deze Gemeente … in den ouderdom van vierentaggentig jaren.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

12-11-1769: ged. Tijmen, zoon van Klaas Wolters en Lijsbeth Gerrits Prins.

06-01-1771: ged. Harmtjen, dochter van Klaas Wolters en Elizabeth Gerrits.

26-01-1772: ged. Harmtjen, dochter van Klaas Wolters en Elizabeth Gerrits.

21-03-1773: ged. Gerrit, zoon van Klaas Wolters en Liesbet Gerrits.

25-08-1774: ged. Gerrit, zoon van Klaas Wolters en Lisabeth Gerrits.

 

 

VIIo GEERTJE GERRITS (GERRIGJEN GERRITS) PRINS (van VIe), geb. Oosterwolde, ged. Oosterwolde (GD) 29-01-1758, werkvrouw (1825), buiten beroep (1828), ovl. Oldebroek 03-08-1828, otr. Doornspijk 21-03-1777, tr. Doornspijk 06-04-1777

 

GERBRIG (GERBRIG LUBBERS, GERBRIG E. LUBBERTS, GERREBREG LUBBERTSZ) PLETTE (PLATTE), geb. Oosterwolde, ged. Oosterwolde (GD) 12-12-1756, landeigenaar (1803), akkerbouwer (1803), daglooner (1825), ovl. Oosterwolde (gem. Doornspijk) 04-02-1825, zoon van Lubbert Hendriks en Eibertje Gerbrigs.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Gerrit Gerbrigsen Plette, geb. 04-11-1777, ged. Doornspijk 09-11-1777.

Lubbert (Gerbrigsen) Plette, geb. Oosterwolde (GD) 04-01-1780, ged. Doornspijk 09-01-1780.

Aaltjen Gerbrig Plette,geb. 20-10-1781, ged. Doornspijk 28-10-1781.

Hannis Plette, geb. 13-02-1784, ged. Oldebroek 15-02-1784.

Eijbertjen Plette, geb. 03-08-1787, ged. Doornspijk 05-08-1787.

Aaltjen Plette, geb. 21-01-1790, ged. Doornspijk 24-01-1790.

Elisabeth Gerbrichs (Liesbet) Plette, geb. 14-03-1792, ged. Doornspijk 18-03-1792.

Jennigjen Plette, geb. 05-02-1795, ged. Oldebroek 08-02-1795.

Geertjen Plette, geb. 02-06-1797, ged. Doornspijk 05-06-1797.

 

Oosterwolde (GD) 12-12-1756: ged. den 12 decbr: Gerbrig E, zoon van Lubbert Hendriksz aan den Winterdyk En Eibertje gerbrigs.

 

Doornspijk 06-04-1777: den 21. Maart sijn ondertrout Gerbrig Lubbers J.M. van oosterwolde wonende te Doornspijk en geertjen Gerrits j.D. van Oosterwolde wonende te Doornspijk den 6. April onverhinderd getroud.

&nnbsp;

Oostendorp onder Doornspijk 04-04-1782: Gerbrig Lubberts en zijn vrouw Geertje Gerrits Prins en  Jan Gerritsen Prins verdelen een nog onverdeeld gebleven deel van de nalatenschap van Gerrit Tijmens Prins en Geertje Everts (de richter van Oldebroek heeft zich kennelijk in de naam van de tweede vrouw van Gerrit Tijmens Prins vergist). Aan Jan Gerritsen Prins wordt toebedeeld een mudde zaailand dicht bij de "Gansenberg" naast de hof van Peter van Huiken. Aan Gerbrig Lubberts en Geertje Gerrits Prins wordt toebedeeld een daar eveneens gelegen mudde zaailand, na afsplitsing van een noordelijk deel ter grootte van een mudde. [90]

 

Oostendorp onder Doornspijk 22-01-1783: Gerbrig Lubberts en zijn vrouw Geertje Gerrits verkopen voor 350 gulden aan Eimert Jacobs een mudde zaailand op de "Scholtenenk". Deze mudde grenst aan (oost) land van burgemeester Sels en (west) land van Beert Gerrits. [91]

 

Zuideinde onder Doornspijk 19-05-1788: Cobus en Jan Gerrits Prins en Gerbrig Lubbertsen en zijn vrouw Geertje Gerrits Prins verkopen aan Claas Wolters Smit en zijn vrouw Geertje Aalts voor 133 gulden een half mudde zaailand genaamd het Vissersakkertje gelegen op de Streek, hen nagelaten door Elisabeth Gerrits Prins. Dit zaailand grenst aan (noord en oost) land van de wed. van Jacob Diesmers, (zuid) land van burgemeester Barneveld en (west) land van G. Veldkamp. [92]

 

Oldebroek 24-02-1797: Gerrebreg Lubbertsz is getuige bij de ondertrouw van zijn zwager Jan Gerrits Prins en Geertje Hendriks Nagelhout.

 

Gerbrig Plette is bij de stormvloed van 04/05-02-1825 verdronken.

 

BS Doornspijk 11-02-1825: “… die ons hebben verklaard dat op den vierden der maand februarij dezes Jaars des - ten - uren, in dit Ambt Kerspel Oosterwolde Buurschap Hooge rot in het huis No 72. in den ouderdom van zeventig jaren is overleden, zynde in den zeevloed omgekomen, Gerbrig Platte, daglooner geboren en wonende te Oosterwolde, echtgenoot van Geertje Gerrits Prins, werkvrouw te Oosterwolde, zoon van Lubbert Hendriksz en Eibertje Gerbrigs beiden overleden.”

 

Geertje Prins woont in Oldebroek, Zwarteweg nr. 217 (1828).

 

BS Oldebroek 05-08-1828: Geertje Prins, buiten beroep, geboren te Doornspyk en wonende te Oldebroek, dochter van wylen Gerrit Prins en wylen Aaltje van de Streek, in leven bouwlieden te Doornspyk, weduwe van Gerbrig Plette, in den ouderdom van zeventig jaren is ovl. Oldebroek 03-08-1828 ten haren huize No. 217 aan de Zwarte weg binnen deze Gemeente.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

09-11-1777: Gerrit, zoon van Gerbrichs Lubbers en Geertjen Gerrits.

09-01-1780: Lubbert, zoon van Gerbrigs Lubbers en Gerrigjen Gerrits.

28-10-1781: Aaltjen, dochter van Gerbrigs Lubbers en Geertjen Gerrits.

15-02-1784: Hannes, zoon van Gerberigs Lubbers en Geertjen Gerrits.

05-08-1787: Eijbertjen, dochter van Gerbrigs Lubbers en Geertjen Gerrits.

24-01-1790: Aaltjen, dochter van Gerbrig Lubberssen en Geertjen Gerrits.

18-03-1792: Liesbet, dochter van Gerbrig Lubbers en Geertjen Gerrits.

08-02-1795: Jennigjen, dochter van Gerbrig Lubberssen en Geertjen Gerrits.

08-02-1795: Jennigje, dochter van Gerbrich Lubbertszen en Geerdje Gerrits.

05-06-1797: Geertjen, dochter van Gerbrig Lubbers en Geertjen Gerritsz. [93]

 

 

VIIp JAN GERRITS PRINS (van VIe), ged. Oosterwolde (GD) 02-03-1760, landeigenaar (1793-1797), akkerbouwer (1793-1797), landbouwer (1820, 1822), zonder beroep (1831), ovl. Oosteinde (gem. Ermelo) 10-10-1831, otr. (schoutambt) Oldebroek 24-02-1797, tr. Oldebroek 15-03-1797

 

GEERTJE HENDRIKS (GEERDJE HENDRIKS) NAGELHOUT (NAGELHOLT), geb. Oldebroek, ged. Oldebroek 23-09-1753, ovl. Oosteinde (gem. Ermelo) 10-11-1820, dochter van Hendrik (Lamberts) Nagelhout en Marijtjen Gerrits (Marrigjen Gerrits), wed. van Hendrik Janssen van Olst.

 

Uit dit huwelijk is geboren:

 

Aaltje Prins, geb. Oldebroek 31-08-1797, volgt VIIIq.

 

Oldebroek 23-09-1753: ged. Geertjen, dochter van Hendrik Lambertsz Nagelholt en Marrijtjen Gerritzs.

 

Geertje Hendriks Nagelhout tr. Oldebroek 11-04-1781 Hendrik Janssen van Olst. Hendrik Janssen van Olst is geb. Oldebroek, ovl. Oldebroek 14-01-1793.

 

Oldebroek 11-04-1781: 1781 Ingeschreven den 23 Maart Hendrik Jansen van Olst J.M. en Geertje Hendriks Nagelholt J.D. beide van en te Oldebroek Deeze zijn na drie Zond: uitroepingen te Oldebroek in den Echt bevestigd op woensdag den 11 april.

Oldebroek 14-01-1793: Den 14 Jan. is Hendrik Janssen overleden.

Oldebroek 13-05-1796: Jan Gerritsen Prins doet belijdenis en wordt ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk van Oldebroek.

 

Jan Gerrits Prins en Geertje Hendriks Nagelhout wonen in Oldebroek (1797).

 

Oldebroek 24-02-1797:

 

Compareerden voor Hendrik Heymens & Willem Jansz Commissarien van Huwelyks Zaaken & voor Jacob deHen Secrts: te Oldebroek

1797; 24 febr:
Bruydegom; Jan Gerritsz Prins, J:M: geboren te Oosterwolden en woonende te Oldebroek ontbreekt zijn doopattest.
Bruijd; Geerdtje Hendriks nagelholt, wed? van Hendrik Janssen geboren & woonenden te Oldebroek was gedoopt den 23 sept? 1753 En Blyk van afgoeding vertoond!
Getuijgen; Evert Diesmertsz & Gerrebreg Lubbertsz, voor de Bruydegom & Lammert Hendriksz Nagelholt voor de bruijd.
1ste gebod; 26 feb.
2de gebod; 5 Maart
3de gebod; 12 Maart
Solemnisatie; den 15 Maart te Oldebroek kerkelyk voltrokken.

 

Oldebroek 15-03-1797:

 

Anno. 1797. 15 Maart. Zijnde woensdag. Zijn hier in den Echten Staat bevestigd Jan Gerrits Prins, J:M. Geboren te Oosterwolde en woonende alhier. Met Geertje Hendriks Nagelholt. Weduwe Hendrik Jansen van en te Oldebroek. op vertoond Attest van den Secretaris Jacob de Hen dato 14 Maart dat de opneming in ondertrouw en de drie proclamatiën Conform de wet, hier onverhinderd gedaan zyn. 16 Maart hier van Attest gegeven.

 

Oldebroek 31-08-1797: Jan Prins en Geertje Hendriks laten hun dochter Aaltje dopen.

 

Oldebroek 20-12-1809: Jan Gerrits Prins gaat met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Oldebroek naar de Gereformeerde Kerk van Doornspijk.

 

BS Ermelo 21-08-1820: Hendrik van Olst is een zoon van Hendrik van Olst en Geertje Hendriks Nagelhout. Hendrik van Olst  is geb. Oldebroek 21-04-1786. Hij is ovl. Oosteinde (gem. Ermelo) 20-08-1820 ten huize van zijnen Stiefvader Jan Prins, Landbouwer, in de voornoemde Buurschap Oosteinde in nommer vyf en Zeventig.

 

BS Ermelo 27-03-1822: Jan Prins woont in het Schoutambt Ermelo, Kerspel Nunspeet Buurschap Oosteinde.

 

BS Ermelo 11-11-1820: Geertje Hendriks Nagelhout, Huisvrouw van Jan Prins landbouwer in de gemelde Buurschap Oosteinde in nommer vyf en zeventig woonchtig, Dochter van Hendrik Nagelhout en van Marrigjen Gerrits is ovl. Oosteinde (gem. Ermelo) 10-11-1820 ten huize van haren voornoemden Echtgenoot, in den Ouderdom van Zeven en Zestig jaren … zynde de dagteekening en plaats harer geboorte … onbekend.

 

BS Ermelo 11-10-1831: Jan Prins, zonder beroep, wonende in de buurschap Oosteinde onder Nunspeet, gemeente Ermelo, weduwenaar van Geertje Hendriks Nagelhout (zijnde de dagteekening en plaats zijner geboorte, zoo mede de namen zijner ouders … onbekend.) is ovl. Oosteinde (gem. Ermelo) 10-10-1831 ten zijnen huize in letter M. no. 32. binnen deze Gemeentein den ouderdom van twee en zeventig jaren.

 

 

Jan Gerrits Prins – aanwijzingen voor plaatsbepaling grondbezit

 

Jan Gerrits Prins en zijn naaste verwanten hebben in eigendom in het kerspel Oosterwolde onder Doornspijk:

 

land in het Eektermerk nabij de Herenweg, ten zuiden van tussen het huis en hof de Veldhoenders en ten noorden van het zaailand Scholtenenk, in eigendom in 1793, verkocht in 1797

 

Oostendorp onder Doornspijk 09-01-1793: Hendrik Peters verkoopt voor 70 gulden aan Jan Willems een 1/4 deel in een huis en hof, genaamd de Veldhoenders. Dit huis en hof grenzen aan (oost) land van de heer Sels, (zuid en west) de Herenweg en (noord) land van Jan Prins. [94]

 

Oostendorp onder Doornspijk 03-05-1793: Dirk Gijsberts Koster verkoopt voor 170 gulden aan Philip Carel le Poire een mudde zaailand op Scholtenenk. Dit zaailand grenst aan (oost en noord) land van de heer Sels, (zuid) land van Jan Prins en (west) land van Beert Keiser. [95]

 

Oostendorp onder Doornspijk 10-05-1797: Jan Gerritsen Prins en zijn vrouw Geertje Hendriks verkopen voor 450 gulden aan Cornelis Aaltsen en zijn vrouw Gerrigje Gerrits een mudde zaailand. Dit zaailand grenst aan (oost) land van Sels, (zuid) de weg, (west) land van Beert Keiser en (noord) land van Philip Carel le Poire. [96]

 

 

VIIq HILLIGJE GERRITS PRINS (van VIe), ged. Doornspijk 19-03-1769, ovl. na 27-12-1791, Brunnepe (gem. Kampen) 24-10-1823 (?), tr.

 

PETER CORNELIS (PIETER) WINTER, geb. (?), begr. Kampen (Buitenkerk) 18-01-1801, zoon van Cornelis … en …

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Aaltien Peters Winter, ged. Kampen (Buitenkerk) 09-09-1792.

Gerrit Peters Winter, ged. Kampen (Buitenkerk) 02-02-1794.

Aaltien Peters Winter, ged. Kampen (Broederkerk) 05-03-1797.

Cornelis Peters Winter, ged. Kampen (Broederkerk) 19-01-1800.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

09-09-1792: Aaltien, dochter van Peter Corneles en Hillegien Gerrits.

02-02-1794: Gerrit, zoon van Pieter Winter en Hillegien Prins.

05-03-1797: Aaltien, dochter van Peter Cornelissen en Hillegien Gerrits. In een later handschrift is aan Cornelissen toegevoegd Winter en is aan Gerrits toegevoegd Prins.

19-01-1800: Cornelis, zoon van Peter Cornelis en Hillegien Prins. In een later handschrift is aan Cornelis toegevoegd Wenter.

 

Hilligjen Gerrits Prins en Evertjen Gerrits Prins verkopen in 1791 voor 280 gulden aan Feithenhof een omheinde weide, gelegen op de Streek in Zuideinde onder Doornspijk.

 

Zuideinde onder Doornspijk 27-12-1791: Hillegje en Evertje Gerrits Prins bijgestaan voor het gericht door Brand Gerrits verkopen voor 280 gulden aan Feithenhof een omheind weiland gelegen op de Streek, langs Feithenhofserf waarop thans Harm Driesen woont. [97]

 

Hilligje Gerrits Prins hertr.

 

JAN WILLEMS DE WILDE, geb. (?), overl. Kampen 15-06-1811, zoon van Willem de Wilde en Marrigje Gerrits van de Wetering.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Willem Jans de Wilde, geb. 06-08-1803, ged. Kampen (Broederkerk) 07-08-1803.

Tijmen de Wilde, geb. 07-11-1805, ged. Kampen (Broederkerk) 04-12-1805.

Maria de Wilde, geb. 04-01-1810, ged. Kampen 21-01-1810.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

07-08-1803: Willem, zoon van Jan Willems de Welde en Hillegien Gerrits Prins. In een later handschrift is Welde veranderd in Wilde.

04-12-1805: Tijmen, zoon van Jan Willems de Wilde en Hilletjen Gerrits Prins.

21-01-1810: Maria, dochter van Jan Willems de Wilde en Hilligje Gerrits.

 

Hilligje Gerrits Prins hertr. na 15-06-1811

 

JAN VAN BAAREN, geb. (?), ovl. (?), zoon van … en …

 

BS Kampen 20-09-1821: Hilligje Gerrits Prins woont te Kampen. Zij is aanwezig bij het huwelijk van Cornelis Peters Winter. Zij verklaart niet te kunnen schrijven.

 

BS Kampen 24-04-1823: Hilligjen Gerrits Prins woont alhier. Zij is aanwezig bij het huwelijk van Gerrit Peters Winter. Zij verklaart niet te kunnen Schrijven.

 

BS Kampen 27-10-1823: Hillegien Gerrits Prins woont te Brunnepe. Hillegien Gerrits Prins oud Acht en Vijftig Jaren, laatst weduwe van Jan van Baaren is ovl. Brunnepe (gem. Kampen) 24-10-1823 in het huis staande in Brunnepe No. 36.

 

BS Kampen 28-04-1836: Hilligje Gerrits Prins, laast weduwe van Jan van Baaren, moeder van Cornelis Peters Winter, is ovl. Kampen 24-10-1823.

 

 

VIIr EVERTJEN GERRITS PRINS (van VIe), geb. Doornspijk 22-04-1773, ged. Doornspijk 25-04-1773, zonder beroep (1847, 1849), ovl. Kampen 28-08-1849, otr. Kampen 13-01-1797, tr. Kampen (Bovenkerk) 05-02-1797

 

JURJEN JURRIAANS KASPERS (CASPERS), ged. Kampen (Buitenkerk) 07-12-1766, daghuurder (1813, 1817), arbeider (1824, 1828), dagloner (1840), zonder beroep (1847), ovl. Kampen 07-11-1847, zoon van Jurriaan Jurgens Kaspers en Merregien Hans.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Jurjen Kaspers, ged. Kampen (Broederkerk) 02-07-1797.

Gerrit Kaspers, ged. Kampen (Broederkerk) 18-08-1799.

Aart (Jurjaans) Kaspers, ged. Kampen (Broederkerk) 18-07-1802.

Geertrui (Jurriaans) Kaspers, geb. Kampen 27-02-1805, ged. Kampen (Broederkerk) 03-03-1805.

Jurren Jurriens Kaspers, geb. Kampen 13-06-1808, ged. Kampen (Bovenkerk) 19-06-1808.

Tiemen Kaspers, geb. Kampen 19-08-1810. ged. Kampen 26-08-1808.

Marregien Kaspers, geb. Kampen 14-10-1813.

een doodgeboren kind, geb. Kampen 27-02-1817.

 

Hilligjen Gerrits Prins en Evertjen Gerrits Prins verkopen in 1791 voor 280 gulden aan Feithenhof een omheinde weide, gelegen op de Streek in Zuideinde onder Doornspijk.

                                

Zuideinde onder Doornspijk 27-12-1791: Hillegje en Evertje Gerrits Prins bijgestaan voor het gericht door Brand Gerrits verkopen voor 280 gulden aan Feithenhof een omheind weiland gelegen op de Streek, langs Feithenhofserf waarop thans Harm Driesen woont. [98]

 

BS Kampen 10(?)-02-1812: Jurjen Jurriaans neemt de achternaam Caspers aan, samen met zijn zoon Gerrit (12 jaar) en dochter Geertruid (8 jaar). [99]

 

BS Kampen 16-10-1813: Jurjen Jurriaans Kaspers ondertekent de geboorteakte betreffende de geboorte van Marregien Kaspers met jurrien kaspers.

 

BS Kampen 28-02-1817: Jurjen Jurriaans Kaspers ondertekent de overlijdensakte betreffende de geboorte van een dood kind met j kaspers.

 

Het gezin van Evertjen Gerrits Prins en Jurjen Jurriaans Kaspers woont in Kampen, wijk 4 nr. 309 (1813), in Kampen, Nieuwstraat, wijk 4 nr. 204 (1817), in Kampen, wijk 3 (1840) en in Kampen (1847, 1849). [100]

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

02-07-1797: Jurjen, zoon van Jurjen Jurjens en Evertien Gerrits.

18-08-1799: Gerrit, zoon van Jurjen Jurjens en Evertje Gerrits. In een later handschrift is aan Gerrits toegevoegd Prins.

18-07-1802: Aart, zoon van Jurjaan Jurjaans en Evertje Gerrits Prins.

03-03-1805: Geertrui, dochter van Jurriaan Juriaans en Evertje Gerrits Prins. In een later handschrift is aan Juriaans toegevoegd Kaspers.

19-06-1808: Jurren, zoon van Jurren Jurren Casper en Evertje Gerrits Prins. In een later handschrift is Jurren Jurren veranderd in Jurrien Jurrien.

26-08-1810: Tiemen, zoon van Jurien Kaspers en Evertje Gerrits.

 

 

VIIs TIJMEN PETER (TIJMEN HENDRIK) PRINS (van VIf), ged. Kampen (Broederkerk) 28-09-1764, schoolmeester van de Buitenschool (1790), stadschoolmeester (1801), schoolmeester (1814, 1815, 1817, 1832), schoolonderwijzer (1816, 1821), schoolonderw. (1832), hoofdonderwijzer (1833), onderwijzer (1838, 1842), zonder beroep (1842, 1840, 1845), ovl. Kampen 03-03-1845, otr. Kampen (stadhuis) 11-05-1810, tr. Kampen 31-05-1810

 

HENDRIKJE VAN BLIJDENSTEIN, geb. Ruinerwold 25-03-1773, zonder beroep (1842, 1845, 1856), ovl. Kampen 24-11-1856, dochter van Jan Alberts van Blijdenstein en Lubbigje Alberts.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Petrus Prins, geb. Kampen 11-06-1811, volgt VIIIr.

Johannes Prins, geb. Kampen 21-05-1816, ovl. Kampen 03-03-1818.

 

Kampen vóór Pasen 1784: Tijmen Prins van het Cellebroederskwartier uit het Weeshuis doet belijdenis en wordt ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk van Kampen.

 

Kampen 04-04-1784: Tijmen Prins gaat met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Kampen naar de Gereformeerde Kerk van Zwolle.

 

Tijmen Peter Prins woont kennelijk tussen 1784 en ca. 1790 in Zwolle, zo is af te leiden uit het feit dat hij tussen 1784 en ca. 1790 lid is van de Gereformeerde Kerk van Zwolle. Mogelijk is Tijmen Peter Prins in Zwolle opgeleid tot onderwijzer.

 

Kampen 25-06-1785: Tijmen Peter Prins verzoekt Schepenen en Raad van Kampen een recht van het Groot Burger Weeshuis te mogen afkopen.

Schepenen en Raad van Kampen stemmen in met dit verzoek.

 

 “Den 25 Junij 1785.

Op den Requeste van Tijmen Peter Prins, verzoekende zich van het Groot Burger Weeshuis deezer Stad te mogen vrijkoopen, ingevolge de Resolutie daarvan zijnde.

Was geapost: Het verzoek ten Requeste gedaan word geaccordeerd zo als het ligd, en dienvolgens de Buiten Vaderen van de Groot Burger Weezen geauthorizeerd, ten fine als daarbij gemeld.” [101]

 

 

Kampen 1790: Tymen Prins. is in de Gereformeerde Kerk van Kampen bevestigd als Schoolm?.

 

Kampen 07-09-1790: T. Prins uit Zwolle, die is benoemd tot schoolmeester van de Buitenschool in Kampen, verzoekt Schepenen en Raad van Kampen zijn verhuiskosten te vergoeden.

Schepenen en Raad van Kampen bepalen dat aan hem vijfentwintig gulden zal worden uitgekeerd.

 

Eodem [7 September 1790]

Op den Requeste van T. Prins van Zwol naar hier beroepen Schoolmeester van de Buitenschool, verzoekende voor zijn transport van goederen enz. te mogen worden gededommageerd.

Was geapost: De Suppliant wordt gebeneficeerd met vijfentwintig guldens, eens, te betaalen door den Ontvanger deezer Stads Ecclesiatique goederen, uit de loopende Kamer. [102]

 

Kampen vóór 29-09-1790: Tijmen Prins gaat met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Zwolle naar de Gereformeerde Kerk van Kampen.

 

Kampen 08-02-1797: Janna Bekedam, weduwe van Albert van den Os, verzoekt Schepenen en Raad van Kampen Hendrik Pastoor en Tijmen Prins te benoemen tot voogden over haar drie minderjarige kinderen.

Schepenen en Raad van Kampen stemmen in met het verzoek.

 

De oorspronkelijke tekst luidt:

 

Den 8 Februarii 1797.

Op den Requeste van Janna Bekedam, wede Albert van den Os, verzoekende tot voogden over hare drie minderjarige kinderen, Hendrik Pastoor en Tijmen Prins.

Was geapost: De perzonen van Hendrik Pastoor en Tijmen Prins worden mits dezen geauthoriseerd tot voogden over de drie minderjarige kinderen van Janna Bekedam bij wijl(en) Albert van den Os in echte verwekt.” [103]

 

Kampen 15-11-1801: Cornelis de Groot, A. Dolsma en J. Prins, stadsschoolmeesters in Kampen, vragen Schepenen en Raad van Kampen hoe zij hebben te handelen betreffende een van de schoolopziener ontvangen aanschrijving.

Schepenen en Raad van Kampen geven instructies.

 

Mogelijk is voor T. Prins, J. Prins geschreven en/of gelezen.

Voor zover ik weet was er in deze tijd in Kampen geen stadschoolmeester J. Prins.

 

“Den 15 November 1801.

Op het Request van Cornelis de Groot, A. Dolsma en J. Prins, Stads Schoolmeesters alhier, te kennen gevende, dat zij van den Burger Serrurier in qualiteit van Schoolopziener, ontfangen hebben eene aanschrijving, ten requeste geannecteerd, verzoekende voorts te worden geinformeerd, of in hoeverre zij aan den last en de gevorderde opgave van dien Burger zich zullen hebben te gedragen.

Was geapost: Op het Rapport van de Scholarchen worden de Requestranten bij deze geautoriseerd, om aan de aanschrijving van de Schoolopziener Serrurier te voldoen, de gelibelleerde conferentie met denzelver bij te woonen, en aldaar zodanige openingen van denzelven aan te hooren, als hij in zijne qualiteit zal voorstellen, en zullen dezelven van het verhandelde en voorgevallen in die conferentie aan de Scholarchen rapporteeren.” [104]

 

Het gezin van Tijmen Peter Prins en Hendrikje van Blijdenstein woont in Kampen, Schapensteeg, Buitenespel (1803), in Kampen (1816, 1832) en in Kampen, Schapensteeg, wijk 4 nr. 208 (1818, 1845, 1856). [105]

 

Kampen 1803: Een lijst van stemgerechtigde burgers van de stad Kampen vermeldt Tijmen Prins van de Schapensteeg, Buitenespel.

 

Kampen 10-03-1809: T. Prins vraagt Schepenen en Raad van Kampen restitutie van salaris voor het personeel en haardstedengeld dat hij over 1808 aan de ontvanger heeft betaald.

Schepenen en Raad van Kampen stemmen in met de gevraagde restitutie en verlenen tevens ontheffing van het haardstedengeld voor komende jaren.

 

Den 10den van Lentemaand (Maart) 1809.

Op het Request van den Schoolmeester T. Prins, te kennen gevende, dat hij ten comptoir van den Ontvanger der beschreevene middelen betaald heeft voor het personeel over 1808 f. 51 – 14 – en voor haardstede geld f. 7 – 7 – , verzoekende daarvan restitutie te mogen erlangen.

Was geapost: Op het rapport van de Kameraars der Geestelijkheid wordt de Ontvanger van dezer Stads Geestelijkheid geautoriseerd aan de Requestrant te betalen, ingevolge het verzoek ten requeste gedaan, de som van agt guldens, vijftien stuivers en vier penningen eens, doch wordt daarbij verstaan dat het betaalde in het middel van de haardsteden, niet weder zal voldaan worden, dewijl de Requestrants woonhuis, als slechts twee haardsteden hebbende, vrij is van den impost, en dit bezwaar daar thans op ligt, uit hoofde dat de Requestrant eene haardstede in zijn privatien hof heeft.

[In marge: Request en Apostil waren geschreven ieder op een zegel van 10 stuivers. In fidem, I. Augier, secret.].” [106]

 

Kampen ..-..-1810: Hendrikje van Blijdenstein is bij haar ondertrouw/huwelijk jonge dochter van Ruinerwold.

 

Kampen 1814-1821: Verscheidene keren wordt Tijmen Prins, schoolmeester, benoemd tot executeur testamentair en treedt hij als zodanig op. [107]

 

Kampen (?): Tijmen Prins betaalt de 50e penning voor het hof aan het Bolwerk bij de Venepoort van G. Bruggink.

 

Kampen 30-08-1815: Tijmen Prins, schoolmeester te Kampen, verkoopt voor 400 gulden aan Paulus Romond een hof (een tuin) in Kampen aan de Heiligesteeg tussen Piet Verver en Abraham Seling, wijk 1 nr. 295. [108]

 

Tijmen Peter Prins was in 1832 eigenaar van vier percelen, gelegen in Kampen aan de Groenestraat en aan de Buiten Hofstraat, kadastraal bekend als Kampen, sectie F:

nr. 482, aangeduid als tuin, groot 00.03.90 ha.

nr. 483, aangeduid als huis en erf, groot 00.00.28 ha.

nr. 484, aangeduid als huis en erf, groot 00.00.30 ha.

nr. 695, aangeduid als huis en erf, groot 00.00.30 ha. [108a]

 

Tijmen
Prins was in 1832 eigenaar van o.a. drie percelen, kadastraal bekend als
Kampen, sectie F nr. 482, 483 en 484, gelegen in Kampen aan de Groenestraat

 

Tijmen Peter Prins was in 1832 eigenaar van o.a. drie percelen, kadastraal bekend als Kampen, sectie F nr. 482, 483 en 484, gelegen in Kampen aan de Groenestraat.

 

Tijmen 
Prins was in 1832 eigenaar van o.a. een perceel, kadastraal bekend als Kampen,
sectie F nr. 695, gelegen in Kampen aan de Buiten Hofstraat.

 

Tijmen Peter Prins was in 1832 eigenaar van o.a. een perceel, kadastraal bekend als Kampen, sectie F nr. 695, gelegen in Kampen aan de Buiten Hofstraat.

 

Kampen 29-12-1838: De erfgenamen van Hilligje Prins, de zus van Tijmen Prins, onderwijzer, laten de door haar nagelaten boedel inventariseren, zie VIf.

 

Kampen 13-07-1839: Tijmen Prins, onderwijzer, koopt voor 150 gulden van de andere erfgenamen van Hilligje Prins een deel van een schuldvordering, oorspronkelijk groot 350 gulden tegen een rente van 4 procent per jaar. De schuldvordering was ten behoeve van Hilligje Prins en ten laste van Jannigje Westerhof die als onderpand had gesteld een huis aan de Burgwal in Kampen. De akte bevat veel details. [109]

 

De hoofdinspecteur van het onderwijs in Nederland, mr. Henricus Wijnbeek (1772-1866), bezocht in 1833 de school van hoofdonderwijzer Tijmen Peter Prins en bracht hiervan verslag uit:

In de andere school zitten ruim 100 kinderen samengepakt in een naauw, donker en bedompt vertrek, waar geene geschikte gelegenheid voor het ruimte vereischend klassikaal onderwijs is.
 
De hoofdinspecteur gaf daarbij ook aan:
 
Bij afwezen van den burgemeester heb ik de beide wethouders over dien staat der gezegde schoolvertrekken onderhouden, doch geen lust bij hen kunnen opwekken om iets ter verbetering aan te wenden.”  [109a]

In 1840 bezocht de hoofdinspecteur Kampen opnieuw. Over de school van Tijmen Peter Prins merkte hij op:

Het vorige, donkere, bedompte en veel te bekrompen vertrek is vervangen door een fraai, ruim, gewuifd lokaal, langwerpig, met invallend licht ter regter- en linkerzijde van de leerlingen, en voorzien van goede tafels en verdere schoolmeubelen. De oude ongeschikte onderwijzer Prins wandelde nog in de school rond, ofschoon hij ontslagen is, opgevolgd zijnde door zijn zoon, die beter is opgeleid, maar ook nog Nieuwold's rad bezigt, en de kleinen op zangerigen toon leert lezen. Eerst in de hoogste klasse is de leestoon gepast. Voorts is het schrift zeer goed, doch vond ik het onderwijs nog niet op de hoogte van dat des voormelden onderwijzers de Rooij. De Bijbelsche geschiedenis droeg hij voor in vrij drooge verhalen. Er waren nagenoeg 190 leerlingen.” [109b]

 

In de doopaantekening zijn de namen als volgt geschreven:

 

23-06-1811: Petrus, zoon van Tijmen Prins en Hendrikje van Blijdenstein

 

 

VIIt ELISABETH (LISEBETH) PRINS (van VIf), ged. Kampen (Broederkerk) 24-02-1768, ovl. vóór 29-12-1838, tr. Amsterdam 25-04-1794

 

MATTHIJS DE WILDE, geb. ’s-Gravenhage ca. 1770, wagenmaker (1838, 1839), ovl. na 31-07-1839, zoon van Hermanus de Wilde en Lena van Olst.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Magdalena Susina de Wilde, geb…

NN de Wilde, geb…

 

Kampen vóór Pasen 1791: Lysebeth Prins van de Bovenkwartier uit het Weeshuis doet belijdenis en wordt ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk van Kampen.

 

Kampen 07-10-1791: Lysebeth Prins gaat met attestatie van de Gereformeerde Kerk van Kampen naar Amsterdam.

 

Kampen 14-03-1794: Elisabeth Prins gaat met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Kampen naar Amsterdam.

 

Kampen 29-12-1838: De erfgenamen van Hilligje Prins, de zus van Elisabeth Prins, laten de door haar nagelaten boedel inventariseren, zie VIf.

 

Als erfgenamen, vermoedelijk in de plaats van Elisabeth Prins, treden op:

 

Magdalena Susina de Wilde, getrouwd met Johannes Verbrugge, kleermaker in Amsterdam;

NN, die als voogdes heeft Marretje de Jong en als toeziend voogd Matthijs de Wilde, wagenmaker te Amsterdam.

 

Kampen 13-07-1839: Een aantal erfgenamen van Hilligje Prins verkoopt voor 150 gulden aan Tijmen Prins, onderwijzer, een deel van een schuldvordering, zie VIf.

 

Als erfgenamen, vermoedelijk in de plaats van Elisabeth Prins, treden op:

 

Magdalena Susina de Wilde, getrouwd met Joannes Verbrugge, kleermaker in Amsterdam; NN,  vertegenwoordigd door volmachtgeefster Marretje de Jong, wed. van Pieter de Wilde, echtgenote van Hendrik Jan Sieverdink.

 

Matthijs de Wilde hertr. Amsterdam 31-07-1839 Sara Scheulderman. Sara Scheulderman is geb. Amsterdam ca. 1793, dochter van Dirk Scheulderman en Sara Smit, wed. van Johan Anton Bollmeijer.

 

BS Amsterdam 31-07-1839: Matthijs de Wilde is wedn. van Elisabet Prins.

 

 

VIIu TIJMEN HENDRIKS (TIMEN HENDRIKS) PRINS (van VIg), ged. Oldebroek 01-05-1757, dagloner (1835), daglooner (1827, 1830, 1835), zonder beroep (1836, 1839), ovl. Wissel (gem. Epe) 21-03-1839, tr. Oldebroek 21-05-1786

 

ELISABETH GERRITS (ELIZABETH BRUMMEL) (van VIj), ged. Oldebroek 06-04-1766, boerin (1815), ovl. Mulligen (gem. Heerde) 04-12-1815, dochter van Gerrit Goossens en Geertjen Tijmens Prins.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Gerrit Prins, geb. 09-03-1787, ged. Oldebroek 11-03-1787, ovl. omstreeks of na 14-02-1811.

Grietje Prins, geb. Oldebroek 24-09-1788, volgt VIIIs.

Hendrik Prins, geb. Oldebroek 05-05-1792, volgt VIIIt.

Geertje Prins, geb. 31-01-1795, ged. Oldebroek 08-02-1795, dienstmeid (1854), ovl. Epe 23-09-1854.

Egbert Prins, geb. 05-09-1797, volgt VIIIu.

Beije Prins, geb. Oldebroek 14-06-1801, volgt VIIIv.

 

Oldebroek 06-04-1766: ged. Elisabeth, dochter van Gerrit Goossens en Geertjen Tiemens.

 

Tijmen Hendriks Prins woont in Oldebroek (1786). Elisabeth Gerrits woont in Oldebroek, Mulligen (1786).

 

Oldebroek 21-05-1786: 1786 Ingeschreven den 28? april Tijmen Hendriksz J. Man. van Oldebroek en Elizabeth. Gerrits, J.D. van Mulligen onder Oldebroek. Wijl deeze PerZonen Broeders en Zusters kinderen Zijn, hebben dezelve een Actie van Consent d. dato 7 april 1786 van t E. Hoff vertoond. deeze Zijn na driemaal vooraf te Zijn afgekondigd, te Oldebroek bevestigd op d. 21 Maij

 

Tijmen Hendriks Prins en Elisabeth Gerrits zijn neef en nicht. Hun beider grootouders zijn Tijmen Hendriks Prins en Elisabeth Aalts Steenbergen.

 

Oldebroek 11-03-1787: ged. Den 11 Maart Gerrit gebor. d. 9 Maart Zoon van Tijmen Hendriksz Prins en Elizabeth Gerrits. Getuige Fennetje Gerrits. Daarbij staat: 1811. d. 14 Febr. de ouderdom opgegeven.

 

Is doopgetuige Fennetje Gerrits een zus van Elisabeth Gerrits?

 

Oldebroek 17-02-1792: ged. Den 17 Maij Hendrik gebor. d. 5 Maij Zoon van Timen Hendriksz Prins en Elizabeth Gerrits. Getuige Elisabeth Prins. Daarbij staat: 1811. d. 14 Febr. de ouderdom opgegeven.

 

Oldebroek 1787 - 1801: Tijmen Hendriks Prins en Elisabeth Gerrits laten vijf kinderen dopen. Bij de doopaantekeningen betreffende Gerrit Prins en Hendrik Prins is het patroniem van de vader, Hendriks, vermeld. Bij de doop van Grietje Prins is de achternaam Prins niet vermeld.

 

BS Epe 1827-1836: Tijmen Hendriks Prins ondertekent de huwelijksakte betreffende het huwelijk van Hendrik maar niet de huwelijksakten betreffende de huwelijken van Grietje, Beije en Egbert. Hij verklaart dan niet te kunnen schrijven. [110]

 

Het gezin van Tijmen Hendriks Prins en Elisabeth Gerrits woont in Heerde (1815), vermoedelijk Mulligen, nr. 349 aangezien Elisabeth Gerrits daar is overleden. Tijmen Hendriks Prins woont in Heerde, Heerder Wezep, Mulligen, nr. 349 (1818), in Epe (1827, 1835, 1836) en in Ermelo (1830). [111]

 

Oldebroek 1818: Tijmen Prins heeft 2 stuks rundvee jonger dan 2 jaar, 6 stuks rundvee ouder dan 2 jaar, 1 paard ouder dan 3 jaar en 30 schapen. [112]

 

 

VIIv EGBERT HENDRIKS PRINS (van VIg), ged. Oldebroek 15-10-1758, ovl. vóór 17-06-1792, tr. Oldebroek 01-06-1788

 

BIJGJE (BIJE, BEIJE, BIEGJEN) HENDRIKS JUNTE (van VIo), geb. Oldebroek, ged. Oldebroek 12-04-1767, arbeidster (1820), arbeider (1828), dagloonster (), landbouwster (), zonder beroep (1840), ovl. Oldebroek 09-12-1840, dochter van Hendrik Jans Junte en Marijtjen Tijmens Prins.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Marrigje Egberts Prins, geb. 27-04-1788, volgt VIIIw.

Hendrik Prins, geb. 20-09-1789, ged. Oldebroek 27-09-1789.

 

Oldebroek 12-04-1767: ged. Biegjen, dochter van Hendrik Jans en Marrigjen Tiemens Prins.

 

Egbert Hendriks Prins en Bijgje Hendriks Junte zijn neef en nicht. Hun beider grootouders zijn Tijmen Hendriks Prins en Elisabeth Aalts Steenbergen.

 

Bijgje Hendriks Junte was hoogzwanger ten tijde van het regelen van de noodzakelijke toestemming voor het huwelijk met haar neef. Dochter Marrigje Egberts Prins is geboren vooraf aan het huwelijk.

 

Egbert Hendriks Prins en Bijgje Hendriks Junte wonen in Oldebroek (1788).

 

Oldebroek 01-06-1788: 1788. den 16 Maij ingeschreven Egbert Hendriks prins van en te Oldebroek en Bije Hendriks van en te Oldebroek Deeze perZonen Broeders en Zusters Kinderen zijnde hebben Consent van ‘t Edel Mog: Hoff Provintiael van Gelderland vertoond, volgens extract uijt het Memorie en resolutie Boek de dato d. 6 Maij 1788.Na drie voorg: Zond: Proclamatien opden 1 Juni te Oldebroek bevestigt.

 

Oldebroek 24-10-1790: Fennetjen Hendriks Prins, de zus van Egbert Hendriks Prins, tr. Jan Hendriks Junte, de broer van Bijgje Hendriks Junte.

 

Een neef trouwt met zijn nicht waarna de zus van de neef met de broer van de nicht trouwt.

 

BS Oldebroek 19-06-1813: Par devant Frederic Adolph de Spaen, Notair Imperial à la residence de Doornspyk, Canton Elburg, Departement de l’Issel Superieur, sont comparus les Sieurs Hendrik Heymens, adjoint Maire et Knelis Doorenwaerd Cultivateur, demeurant commune Oldebroek, canton et Departement susdits: lesquels ont, par ces presentes attesté pour aotorité, a qui il apartiendra, qu’ils Connaissent depuis long tems Meirgen Eibers Prins jeunnes fille, demeurant à Oldebroek Susdit, qu’ils Connaiscat egallement sa famille et qu’ils savent que son pere Egbert Hendriks Prins est decidé depuis nombre d’années, ce qu’ils ont affivree’s aux Notaire et temoins sousfigres, pour valoir ce qui de raison – Fait et passé en lecture dans dit Notaire en presence des Sieurs Hendrik Jan Vervoert percepteur des Droits  Directs et Jan Roozeboom Cultivateur tous deuze demeurant en ce canton temoins à ce expous …  l…r mille huit Cent et treize le Dix de … et out les Comparants, les temoin le dit Notaire après lecture et in leopoetation faite, signé le present Brevet.

 

Bijgje Hendriks Junte hertr. Oldebroek 17-06-1792 Kornelis Doorneweerd.

 

Oldebroek 17-06-1792: 1792 Ingeschreven den 2 Juni Cornelis Cornelisz J.M. van Doornspijk wonende te Oldebroek en Bije Hendriks wed? van en te Oldebroek den 17 Juni na drie voorg. Zond. proclamatien hier getrouwd

 

Kornelis Doorneweerd (Cornelis Cornelisz, Cornelis Cornelissen Doornweerd, Kornelis Doornweerd) is geb. Doornspijk 21-05-1773, ged. Doornspijk 30-05-1773, cultivateur (1813), daghuurder (1815, 1816), arbeider (1820, 1828), dagloner (1830, 1840), daglooner (1840), ovl. Oldebroek 06-03-1840, zoon van Kornelis Beertsen Doorneweerd (Kornelis Beerts) en Aaltje Reins (Aatje Reins Hagen, Aaltjen Reins).

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Cornelis Doorneweerd, geb. 19-01-1793, ged. Oldebroek 27-01-1793.

Hendrik Doorneweerd, geb. 03-08-1794, ged. Oldebroek 10-08-1794.

Beert Doorneweerd, geb. 03-03-1796, ged. Oldebroek 06-03-1796.

Jan Doorneweerd, geb. 30-05-1798, ged. Oldebroek 03-06-1798.

Elizabeth Doorneweerd, geb. 17-09-1800, ged. Oldebroek 21-09-1800.

Aaltje Doorneweerd, geb. Oldebroek 18-09-1802, ged. Oldebroek 19-09-1802, zie VIIIz.

Thijs Doorneweerd, geb. 11-01-1805, ged. Oldebroek 13-01-1805.

Tijmen Doorneweerd, geb. 20-11-1806, ged. Oldebroek 23-11-1806.

Rijn Doorneweerd, geb. 01-03-1809, ged. Oldebroek 05-03-1809.

Dries Doorneweerd, geb. 07-03-1811, ged. Oldebroek 10-03-1811.

 

Doornspijk 30-05-1773: ged. 30. Cornelis zoon van Cornelis Beerssen en Aaltjen Reins. Getuigen Annetjen Beers en Lubbetjen Wilms. Geboren 1773 den 21 Maj.

 

Cornelis Cornelissen heeft de naam Doornewaard als geslachtsnaam aangenomen (in 1813 of in 1826?).

 

In het Register van Naamgeving staan ook enkele familienamen die we nu ervaren als specifiek Oldebroeks, omdat ze veel voorkomen, maar die naar alle waarschijnlijkheid niet zijn afgeleid van “iets Oldebroeks”:

 

Cornelis Cornelissen                       Doornewaard

Rein Cornelissen                              Doornewaard

 

Cornelis Cornelissen en zijn broer Rein namen de naam aan van hun grootmoeder, Beerdje Jacobs Doorneweerd. [113]

 

BS Oldebroek 10-06-1813: Kornelis Doorneweerd verklaart ten overstaan van de notaris Meirgien Eibers Prins en haar familie depuis long temps goed te kennen et qu’ils savent que son pere Egberts Hendriks Prins est decèdé depuis nombre d’années. Hij ondertekent de verklaring met Korneles Kornelessen Doorneweert.

 

Marrigje Egberts Prins en mogelijk het gezin van Kornelis Doorneweerd woont in Oldebroek, op de Pol, op een hoger gelegen plek waar ooit kasteel Puttenstein stond.

 

Een van de stamboomonderzoekers vond in stukken van het Gemeentearchief van Oldebroek dat ene Marrigje Egbert Prins, geboren op 27 april 1788, tot aan haar trouwen op de Pol woonde. Het “erf en goed genaamd de Pol, staande en gelegen in het Oosterbroek”, werd gebouwd op de plaats waar tot aan het begin van de 15e eeuw het kasteel Puttenstein stond. De veldnaam Pol komt op veel plaatsen voor en heeft meestal de betekenis “hoger gelegen plek, heuveltje”. Een “pol” diende soms ook als markering van een grens. [114]

 

een deel van de topografische militaire kaart uit de jaren 1830 tot 1850 waarop is afgebeeld de pol in oldebroek, 
waar in de achttiende eeuw egbert hendriks prins woonde

 

De Pol. Topografische Militaire Kaart (Nettekening) 1830-1850.

 

BS Oldebroek 07-04-1815: Cornelis Doorneweerd woont aan de Broekdijk oostwaards binnen deze gemeente. Hij is getuige bij de aangifte van de geboorte van Egbert Smelink, een zoon van zijn stiefdochter Marrigje Egberts Prins (zie VIIIw): Cornelis Doorneweerd oud drie en veertig jaren Daghuurder (zijnde de laatstgenoemde een behuwd vader van de vrouw van den declarant).

 

BS Oldebroek 29-11-1816: Kornelis Doorneweerd woont in deze Gemeente. Hij is getuige bij de aangifte van de geboorte van Marselis Smedink, een zoon van zijn stiefdochter Marrigje Egberts Prins (zie VIIIw).

 

Kornelis Doorneweerd en Bijgje Hendriks Junte zijn gereformeerd (1830). [115]

 

BS Oldebroek 09-12-1840: Bijgje Junte woont te Oldebroek. Haar ouders zijn Hendrik Junte en Marrigje Prins.

 

Is de onderstaande Hendrik Prins die is geb. ca. 1789 dezelfde als Hendrik Prins, geb. 20-09-1789, ged. Oldebroek 27-09-1789?

 

BS Oldebroek 30-05-1835: Hendrik Prins, oud zes en veertig Jaren, van beroep daglooner en buurman van nagenoemde overledene doet aangifte van het overlijden van Dries Schoonderbeek, zie IXaj, die is ovl. Broekdijk (gem. Oldebroek) 30-05-1835 in deze Gemeente in de Buurschap de Broekdijk in het huis No. 81.

 

 

VIIw JAN HENDRIKS PRINS (van VIg),  geb. Oldebroek, ged. Oldebroek 19-10-1760, dagloner (1820, 1825), daglooner (1824), boerenknegt (1824), arbeider (1825), arb. (1828), landbouwer (1837), ovl. Bovenstreek (gem. Oldebroek) 01-01-1837, tr. Oldebroek 26-02-1792

 

STIJNTJE WICHMERTS (STIJNTJE WIJGEMATS, STYNTJE WYCHMETS, STIJNTJE WYCHMETS, STEINTJE WIJCHMETS, STIJNTJE WICHMANS, STEINTJE WICHMENS, STIJNTJE WIJCHMATE, STIJNTJE SNEELOOPER), ged. Oldebroek 03-06-1768, dagloonster (postume vermelding 1825), ovl. Oldebroek 24-07-1807, dochter van Wichmoet Lubberts en Neeltjen Beerts.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Grietje Prins, geb. Oldebroek 29-10-1792, volgt VIIIx.

Neeltje Prins, geb. Oldebroek 17-11-1793, volgt VIIIy.

Hendrik Prins, geb. Oldebroek 26-05-1796, volgt VIIIz.

Wichmet Prins, geb. Oldebroek 16-02-1799, volgt VIIIaa.

Egbert Prins, geb. Oldebroek 17-07-1802, ged. Oldebroek 25-07-1802, ovl. 05-02-1806, begr. Oldebroek 07-02-1806.

Fennigje Prins, geb. 14-09-1806, ged. Hattem 21-09-1806, ovl. Oldebroek 01-03-1808.

 

Oldebroek 03-06-1768: ged. Steijne, dochter van Wijgmoet Lubberts en Neeltjen Beerts.

 

Jan Hendriks Prins en Stijntje Wichmerts wonen in Oldebroek (1792, 1803) en in Hattem (1803).

 

Oldebroek 26-02-1792: den 3 februari Jan Hendrikz J.M. en Stijntje Wichmans J.D. beide van en te Oldebroek deeze Zijn na drie voorg. Zond: Proclamatien op den 26 Febr: te oldebroek getrouwd.

 

Het gezin van Jan Hendik Prins en Stijntje Wichmerts woont in Oldebroek (1803), in Hattem (1803), in Hattem, Wezep (1806).

 

Oldebroek 14-05-1803: Jan Hendriks Prins, Stijntje Wichmerts en hun kinderen Grietje, Neeltje, Hendrik, Wichmert en Egbert Prins gaan met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Oldebroek naar Hattem. [116]

 

Hattem 05-02-1806: ovl. Naam: Egbert Prins, Ouderdom: 3 Jaar, Wanneer overleden: 5? dito [February], Woonplaats: Weesp, Gehuwd of Ongehuwd: -, nalatende Kinderen: -, uit een of meer Huwelyken: - Aanverwanten: zoon van Jan Prins, Straat of Rot: onder ’t rot van Hattemer-Weesp, Buren: Hendrik Teunis en Lubbert Jans.

 

Oldebroek 05-02-1806: ovl. 5 Febr. Egbert Z v Jan Prins, en Stijntje Wichmerts, 4 ½ J.

 

Oldebroek 24-07-1807: ovl. 24 dato [July] Stijntje Wichmerts H v Jan Prins.

 

Oldebroek 01-03-1808: ovl. 1 Maart Een kind van Jan Hendriks Prins en Hendrikje Wichmerts. 1 J.

 

Oldebroek 03-03-1808: begr. Fennigje Jans Prins, kind van Jan Prins.

 

BS Oldebroek 1820-1825: Jan Hendriks Prins ondertekent niet de huwelijksakten betreffende de huwelijken van Grietje en Wichmet. Hij verklaart dan niet te kunnen schryven. Ook ondertekent hij niet de huwelijksakte betreffende het huwelijk van Hendrik. Hij verklaart dan zijn naam niet te kunnen tekenen. [117]

 

Jan Hendriks Prins woont in Oldebroek (1820, 1824, 1825), bij zijn dochter Grietje Prins in Oldebroek, nr. 170 (1830) en in Oldebroek (1837), vermoedelijk Bovenstreek nr. 170 aangezien Jan Hendriks Prins daar is overleden. [118]

 

De buurtschap Bovenstreek in Oldebroek lag ten zuiden van de kern Oldebroek en de Broekdijk. Dit gebied was in de zeventiende eeuw nog grotendeels onontgonnen. Na de ontginning ontstond langs de wegen een lintbebouwing die hier en daar het karakter van een buurtschap kreeg. Het naamdeel Boven verwijst naar hoger gelegen land. [119]

 

BS Oldebroek 30-03-1820: Volgens een uittreksel uyt de Aantekeneng der overledenen In het Schoutambt oldebroek is Steintje wichmens ovl. Oldebroek 24-07-1807: Des Jaars Eenduizend Agthondert en zeven den vierentwintig der maand July is overleden Steintje wichmens Huisvrouwe van Jan Prins.

 

BS Doornspijk 22-04-1820: Volgens een uittreksel uijt de Aantekening der overledenen in Het Schoutambt oldebroek is Steintje wijchmets Echtgenote van Jan Prins ovl. Des Jaars Eenduizend Achthondert en Negen den Dertigsten Der maand maij. Kennelijk is dit uittreksel onjuist, in het origineel staat dat Steintje Wichmens is begr. Oldebroek 24-07-1807.

 

BS Doornspijk 18-05-1824: Volgens een uittreksel uijt de Aantekening der overledenen van het Schout ambt oldebroek is Styntje wichmets Huisvrouw van Jan Hendriks Prins ovl. Des Jaars Eenduizend Achthonderd en zeven den vierentwintigsten Julij.

 

BS Oldebroek 05-03-1825: In de akte betreffende het huwelijk van Hendrik Prins staat Jan Hendriks, nu Jan Prins. Volgens een uittreksel uyt de Aantekening der Gemeente Oldebroek Provincie Gelderland wegens de overledenen in gemelde Schoutambt is Stijntjen Wichmerts ovl. Oldebroek 24-07-1807: Des Jaars Eenduizend Agthonderd en zeven den vierentwintigsten der maand July is overleden Stijntjen Wichmerts Huisvrouw van Jan Prins.

 

BS Oldebroek 02-01-1837: Jan Prins is wedn. van Stijntje Sneelooper.

 

BS Doornspijk 07-12-1868: De moeder van Neeltje Prins is Styntje Sneeloper.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

11-11-1792: Grietje, dochter van Jan Hendriks Prins en Stijntje Wichmans.

27-11-1793: Neeltje, dochter van Jan Prins en Stijntje Wichmoets.

29-05-1796: Hendrik, zoon van Jan Hendriksz en Stijntje Wichemerts.

20-02-1799: Wichmert, zoon van Jan Hendriks Prins en Stijntje Wichmerts.

25-07-1802: Egbert, zoon van Jan Prins en Stijntje Wichmerts.

21-09-1806: Fennigjen, dochter van Jan Hendriks en Styntjen Wichems. [120]

 

 

VIIx FENNETJEN HENDRIKS (FENNIGJE HENDRIKS) PRINS (van VIg), geb. Oldebroek, ged. Oldebroek 05-09-1762, dagloonster (1825, 1836), daglooner (1830), landbouwster (1837), ovl. Broekdijk (gem. Oldebroek) 24-03-1837, tr. Oldebroek 24-10-1790

 

JAN HENDRIKS (JAN HENDRIKSZ) JUNTE (van VIo), ged. Oldebroek 31-01-1762, dagloner (1825, 1830), daglooner (1836), landbouwer (postume vermelding 1837), ovl. Bovenstreek (gem. Oldebroek) 17-01-1836, zoon van Hendrik Jans Junte en Marijtjen Tijmens Prins.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Hendrik Jans Junte, geb. 08-05-1796, ged. Oldebroek 15-05-1796.

Hendrik Jans Junte, geb. 28-06-1797, ged. Oldebroek 02-07-1797.

Jan Jans Junte, geb. 07-04-1799, ged. Oldebroek 14-04-1799.

Egbert Jans Junte, geb. 15-04-1802, ged. Oldebroek 18-04-1802.

Gerrit Jans Junte, geb. 24-06-1806, ged. Oldebroek 06-07-1806.

 

Oldebroek 31-01-1762: ged. Jan, zoon van Hendrik Janzen in ’t Stuijvezandt en Marijtjen Timanzs.

 

Fennetjen Hendriks Prins en Jan Hendriks Junte zijn neef en nicht. Hun beider grootouders zijn Tijmen Hendriks Prins en Elisabeth Aalts Steenbergen.

 

Fennetjen Hendriks Prins is getuige bij de doop van drie kinderen van haar broers en van haar zus:

 

Oldebroek 27-09-1789: Fennigje Hendriks is getuige bij de doop van haar neef Hendrik, zoon van Egbert Hendriks Prins en Bije Hendriks, zie VIIv.

 

Oldebroek 07-04-1793: Fennetje Hendriks is getuige bij de doop van haar nicht Grietje, dochter van Willem Diecemertsz en Elisabeth Hendriks, zie VIIy.

 

Oldebroek 25-07-1802: Fennetje Hendriks is getuige bij de doop van haar neef Egbert, zoon van Jan Prins en Stijntje Wichmerts, zie VIIw.

 

Fennetjen Hendriks Prins en Jan Hendriks Junte wonen in Oldebroek (1790).

 

Oldebroek 24-10-1790: 1790 Ingeschreven d. 1 Octob. Jan Hendriksz wed? Van en te Oldebroek en Fennigje Hendriks J.D. Van en te Oldebroek Na drie voorg. Zond proclamatien Zijn deeze hier bevestigd op den 24 oct.

 

Ruim twee jaar eerder, op 01-06-1788 in Oldebroek, huwt Egbert Hendriks Prins, de broer van Fennetjen Hendriks Prins, met Bijgje Hendriks Junte, de zus van Jan Hendriks Junte.

 

Een neef trouwt met zijn nicht waarna de zus van de neef met de broer van de nicht trouwt.

 

Oldebroek 02-05-1804: Fennetjen Hendriks Prins, Jan Hendriks Junte en hun kinderen Hendrik, Jan en Egbert gaan met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Oldebroek naar Hattem. [121]

 

Jan Hendriks Junte tr. vóór 1789 NN NN.

NN NN is ovl. vóór 24-10-1790.

                                                            

Oldebroek 01-05-1826: Jan Hendriks neemt de naam Junte aan. [122]

 

Het gezin van Fennetjen Hendriks Prins en Jan Hendriks Junte woont in Oldebroek (1804), in Hattem (1804), in Oldebroek, nr. 107 A (1830), in Oldebroek (1836), vermoedelijk Bovenstreek nr. 117 aangezien Jan Junte daar is overleden en in Oldebroek (1837), vermoedelijk Broekdijk nr. 154 aangezien Fennetjen Hendriks Prins daar is overleden. [123]

 

De buurtschap Bovenstreek in Oldebroek lag ten zuiden van de kern Oldebroek en de Broekdijk. Dit gebied was in de zeventiende eeuw nog grotendeels onontgonnen. Na de ontginning ontstond langs de wegen een lintbebouwing die hier en daar het karakter van een buurtschap kreeg. Het naamdeel Boven verwijst naar hoger gelegen land. [124]

 

Fennetjen Hendriks Prins en Jan Hendriks Junte zijn gereformeerd (1830). [125]

 

BS Oldebroek 18-01-1836: De ouders van Jan Junte zijn Hendrik Junte en Marrigje Prins.

 

 

VIIy ELIZABETH HENDRIKS PRINS (van VIg), geb. Oldebroek, ged. Oldebroek 09-11-1766, neringdoende (1822), bouwvrouw (1823), winkelierster (1832), zonder beroep (1837, 1840), ovl. Oldebroek 21-04-1840, tr. Oldebroek 17-06-1792

 

WILLEM DIESMERS (WILLEM DIESMER, WILLEM DIESMERTS) BAKKER, geb. Oldebroek, ged. Oldebroek 25-02-1759, neringdoende (1822), bouwman (1823), winkelier (1832), zonder beroep (1835), landbouwer (postume vermelding 1837), ovl. Broekdijk (gem. Oldebroek) 24-10-1835, zoon van Diesmer Jans (Diesmer Bakker) en Jacobjen Jacobs (Jacobje Roest).

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Grietje Bakker, geb. 02-04-1793, ged. Oldebroek 07-04-1793.

Diesmer Bakker, geb. 11-07-1794, ged. Oldebroek 13-07-1794.

Hendrik Bakker, geb. 13-10-1796, ged. Oldebroek 16-10-1796.

Jacobje Bakker, geb. 21-08-1799, ged. Oldebroek 25-08-1799.

Eijbertje Bakker, geb. 12-01-1802, ged. Oldebroek 17-01-1802.

Jan Bakker, geb. 12-06-1804, ged. Oldebroek 17-06-1804.

Jacob Bakker, geb. 16-02-1808, ged. Oldebroek 21-02-1808.

 

Oldebroek 25-02-1759: ged. Willem, zoon van Diecemer Janzen en Jakobjen Jakobzs.

 

Elisabeth Hendriks Prins is getuigebij de doop van kinderen van twee broers en van een zus:

 

Oldebroek 28-09-1788: Elisabeth Hendriks is getuige bij de doop van haar nicht Grietjen, dochter van Thijmen Hendriksz en Elisabeth Gerrits, zie VIIu.

 

Oldebroek 17-02-1792: Elisabeth Prins is getuige bij de doop van haar neef Hendrik, zoon van Timen Hendriksz Prins en Elizabeth Gerrits, zie VIIu.

 

Oldebroek 11-11-1792: Lisabet Hendriks Prins is getuige bij de doop van haar nicht Grietje, dochter van Jan Hendriks Prins en Stijntje Wichmans, zie VIIw.

 

Oldebroek 29-05-1796: Elizabeth Hendriks is getuige bij de doop van haar neef Hendrik, zoon van Jan Hendriksz en Stijntje Wichemerts, zie VIIw.

 

Oldebroek 02-07-1797: Elisabeth Hendriks is getuige bij de doop van haar neef Hendrik, zoon van Jan Hendriks en Fennetje Hendriks, zie VIIx.

                                                                                                                                                                                     

Oldebroek 06-07-1806: Elisabeth Hendriks is getuige bij de doop van haar neef Gerrit, zoon van Jan Hendriksz en Fennetje Hendriks, zie VIIx.

 

Oldebroek 17-06-1792: den 25 Mei Willem Diesmertsz J.M. van en te Oldebroek en Elisabet Hendriks J.D. van en te Oldebroek Na drie voorgaande Zond. afkondiging Zijn deeze te Oldebroek bevestigt op d. 17 Juni.

 

Elizabeth Hendriks Prins en Willem Diesmers Bakker wonen in Oldebroek (1792). Het gezin van Elizabeth Hendriks Prins en Willem Diesmers Bakker woont in Oldebroek (1835), vermoedelijk Broekdijk nr. 76 aangezien Willem Bakker daar is overleden. Elizabeth Hendriks Prins woont in Oldebroek (1840). [126]

 

Willem Diesemertsz en Elisabeth Hendriks in: Oldebroek, Index op echtparen, protocollen 1796-1803 door P. Zunderman, 1999, inv. nr. 202, fol. 112.

 

 

VIIz MARTJEN GOOSEN (MATJE GOOSSENS, MARTJEN GOSENS, MARTJE, MATJE) PRINS (van VIh), geb. Oosterwolde, ged. Oldebroek 27-01-1765, dagloonster (1825, 1828), ovl. Oldebroek 17-06-1825, otr. (schoutambt) Oldebroek 25-10-1799, tr. Oldebroek 10-11-1799

 

GERRIT (GERRIT GERRITSZ) ELZERMAN (ELSERMAN), ged. Oldebroek 16-12-1770, dagloner (1825, 1830), arbeider (1828, 1834), daglooner (1840, 1843), ovl. Oldebroek 16-09-1843, zoon van Gerrit Teunisz Elzerman en Grietjen Gerrits (Vinke).

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Gerrit Elzerman, geb. 03-12-1799, ged. Oldebroek 08-12-1799.

Gerrit Elzerman, geb. 02-02-1802, ged. Heerde 14-02-1802.

Evertjen Elzerman, geb. 07-06-1804, ged. Heerde 10-06-1804.

Goossen Elzerman, geb. 18-07-1806, ged. Heerde 27-07-1806.

 

Oldebroek 16-12-1770: ged. Gerrit, zoon van Gerrit Teunis Elserman en Grietje Gerrits.

 

Martjen Goosen Prins is getuige bij de doop van haar halfbroer en halfzus:

 

Oosterwolde (GD) 13-07-1783: Matje Goossens is getuige bij de doop van haar halfbroer Tijmen, zoon van Goossen Tijmensz. Prins en Grietje Jans, zie VIh.

 

Oosterwolde (GD) 28-08-1785: Matje Goossens is getuige bij de doop van haar halfzus Gergjen, dochter van Goossen Tijmensz. Prins en Grietje Jans, zie VIh.

 

Martjen Goosen Prins en Gerrit Elzerman wonen in Oldebroek (1799).

 

Oldebroek 25-10-1799:

 

Compareerden voor Hend? Heijmensz & Willem Jansz Comm: van Huwel: Zaaken En voor Jacob de Hen Secret: te Oldebroek.

 

1799; 25 Octob:
Bruidegom; Gerrit Gerritsz Elserman, J M: Geboren & wonenden te Oldebroek was gedoopt den 16 decemb 1770
Bruid; Martjen Gosens Prins, J.D. Geboren & wonende te Oldebroek was gedoopt den 27 Jan: 1765
Getuijgen; Grietjen Gerrits moeder van de bruydegom & Gosen Tijmenssen Prins vader van de Bruijd.
Eerste gebod; 27 octob:
2de gebod; 3 Novb?
3de gebod; 10 November
Solemnisatie; den 10 November 1799 te Oldebroek kerkelijk voltrokken.

 

Oldebroek 26-10-1799: Doopattesten worden verstrekt aan Martjen Goosen Prins en Gerrit Elzerman kennelijk ten behoeve van hun ondertrouw en huwelijk. [127]

 

Oldebroek 10-11-1799: 10 Nov. Zyn hier in den Huwelyken Staat bevestigd Gerrit GerritsZ Elzerman J:M. en Martjen Gosens Prins J:D. beide geboren en wonende te Oldebroek op Adtest van den Secret: J: de Hen d:d. 10 Nov. 1799. dat dezelve den 25 Oct: 1799. voor de wet, in ondertrouw genomen, en de drie Zond: Huwel: proclamatiën onverhinderd ergaan zijn Hier van Adtest gegeven d: 13 Novemb: 1799.

 

Gerrit Elzerman woont in Oldebroek, wijk C, nr. 69-2 (1825) in Oldebroek, nr. 356 (1830), in Oldebroek, Voskuil nr. 413 (1840) en in Oldebroek (1843). [128]

 

Gerrit Elzerman is gereformeerd (1830), protestant (1840). [129]

 

 

VIIaa ELIZABETH (LIJSBETH) GOOSEN PRINS (van VIh), ged. Oosterwolde (GD) 16-12-1770, ovl. Oldebroek 09-11-1795, otr. Oldebroek 04-04-1795, tr. Oosterwolde (GD) 26-04-1795

 

JAN EVERTS (JAN EVERS) KLOMPMAKER (KLOMPEMAKER, KLOMPENMAKER), geb. Amsterdam ca. 1755, ged. Amsterdam, arbeider (1820), dagloner (postume vermelding 1836), ovl. Arnhem 27-05-1820, zoon van Jan … en Jakopien Jans.

                                

Uit dit huwelijk is geboren:

 

Jacobje Jans Klompmaker, geb. 06-11-1795, ged. Oldebroek 08-11-1795.

 

Elizabeth Goosen Prins is getuige bij de doop van twee zussen:

 

Oosterwolde (GD) 20-04-1788: Lijsabet Goossens is getuige bij de doop van haar zus Jannigjen, dochter van Goossen Tijmensz Prins en Grietj[] Jans, zie VIh.

 

Oosterwolde (GD) 04-10-1789: Lijsabet gooszens is getuige bij de doop van Hendrikje, dochter van Gooszen Timens Prins en Grietje Jans, zie VIh.

 

Oldebroek 04-04-1795: op adtest van oosterwolde d. 4 April Jan Evertsz J.M. geboortig en wonende te Oldebroek en Elisabeth Goosens, J.D. van oosterwolde na drie voorg. Zond. Proclamatien op den 24 April adtest gegeven na oosterwolde. De notitie dat Jan Evertsz is geboren in Oldebroek is kennelijk onjuist gelet op verscheidene andere bronnen die aangeven dat hij geboren is in Amsterdam.

 

Oosterwolde (GD) 04-04-1795: Den 4 April hier ingetekend Jan Everts J:M: van t Oldebroek Elisabeth Goosens J:D: geb: van Oosterwolde na 3 zondagse voorstellingen den 26 april bevestigd. In het doopboek zit een briefje met de tekst:  Ik Als moeder Jaakopien Jans Meede Gekonserter ben Van Weegens Mijn Soon Jan Everts om Met Elsabet Goosens tot den Egten Staat te gaan Wy als getuige Arent van Weye dit is het merck van gerrit jans eygen hant getrokken X Oldebroek den 4 april 1795.

 

Oldebroek 09-11-1795: 9 Nov: is Overleden Elisabeth Goossens Huisvrouw van Jan Everts aan de Zwarte weg onder ’t Rot van  Gerrit Pruime. In dit Ampt niet overluid nog begraven.

 

Jan Everts Klompmaker otr. (schoutambt) Oldebroek 08-11-1800, hertr. Oldebroek 30-11-1800 Hendrikje Aarts. Hendrikje Aarts is  geb. ca. 1758, ged. Oldebroek 18-01-1756, zonder beroep (1834), dagloonster (postume vermelding 1836), ovl. Oldebroek 02-12-1834, dochter van Aert Beerts en Aeltje Brands, wed. van Jacob Lubbertsz van Stelten.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Aaltje Jans Klompmaker, geb. 29-11-1801, ged. Oldebroek 06-12-1801.

Aart Jans Klompmaker, geb. 22-03-1805, ged. Oldebroek 24-03-1805.

 

Jan Everts Klompmaker woont in Oldebroek (1800).

 

Oldebroek 08-11-1800:

 

Compareerden voor W:J:  Spronk en H. Woltersze Commissarissen van Huwel. Zaaken en voor Jacob de Hen Secretaris te Oldebroek.

 

1800; 7 November

 

1800; 8 ditto
Bruydegom; Jan Evertsz, weduwnaar van Elisabeth gozens prins, geb: te amsterdam en wonenden te Oldebroek welk Zijn doopattest ontbreekt en Heeft blijk van afgoeding vertoond.
Bruid; Hendrikje Aards wed? van Jacob Lubbertsz van Stelten geboren te Oldebroek en wonende te Oosterwolden.
Getuijgen; Arend van Weije en G.J. Eevink voor de bruijdegom & Brand gerritsz van de Hul voor de Bruijd.
1ste gebod; 9 ditto
2de gebod; 16 ditto
3de gebod; 23 ditto
Solemnisatie; den 30 Novb 1800 te Oldebroek kerkelyk voltrokken.

 

Oldebroek 30-11-1800:

 

1800. den 30 November. Zijn hier in den Echten staat bevestigd Jan Everdsz wedr. van Elizabeth Goossens Prins geboren te Amsteldam Wonende te Oldebroek, en Hendrikje Aardts. Weduwe Jacob Lubbertsz van Stelten, Geboren te Oldebroek, Wonende te Oosterwolde. op den 8 Nov. 1800. alhier voor de wet in ondertrouw opgenomen volgens attest van den Secr: J de Hen d:d. 29 Novemb: dat de drie Huwelyx geboden hier en te Oosterwolde ongehinderd hebben gehad hier van attest gegeven den 1 Dec. 1800.

 

Jan Everts Klompmaker overlijdt op 27-05-1820 in de gevangenis van Arnhem.

 

Zat hij daar in voorlopige hechtenis of als veroordeelde? Wat is hem ten laste gelegd? Het zal niet gaan, vermoedelijk, om een licht misdrijf want daarvoor kon men ook in/bij de eigen woonplaats worden gedetineerd.

 

BS Arnhem 27-05-1820: Jan Evers Klompemaker, 65 jaar, geboren in Amsterdam en wonende in het Oldebroek is ovl. Arnhem 27-05-1820 ten huize van de cipier. De aangevers zijn een cipier en een oppasser in de gevangenissen.

 

Hendrikje Aarts, de niet-hertrouwde weduwe van Jan Klompmaker, lijkt geen sterke band met haar familie te hebben. Bij haar overlijden kennen de beide aangevers niet de namen van haar ouders. Twee jaar later verklaart haar zoon Aart Klompmaker niet de namen van zijn grootouders en hun laatste woonplaatsen te kennen.

 

BS Oldebroek 02-12-1834: Hendrikje NN, ged. Oosterwolde (GD), wed. van Jan Klompenmaker, 76 jaar oud, ouders NN NN en NN NN, is ovl. Oldebroek 02-12-1834.

 

BS Oldebroek 09-04-1836: o.a. Aart Klompmaker verklaart onder ede dat de namen van deszelfs grootouders uit de beide lynen zowel als derselver laatste woonplaatsen onbekend zijn.

 

 

VIIab JAN GOOSEN (JAN GOOSSENS, JAN GOOSSENSZ, JAN GOSENS) PRINS (van VIh), geb. 15-09-1774, ged. Oosterwolde (GD) 18-09-1774, daghuurder (1812), bouwman (1817), landbouwer (1825, 1827, postume vermeldingen 1828, 1831, 1835), ovl. Oldebroek 06-09-1827, otr. (schoutambt) Oldebroek 07-02-1800, tr. Oldebroek 23-02-1800

 

WOBBETJE DRIES (WOBBE DRIES, WOBBIGJE DRIES) PUTTENSTEIN (WOBBETJE POL), geb. Hattem, ged. Hattem 29-11-1772, landbouwster (1825, 1827, postume vermeldingen 1828, 1831, 1835), ovl. Oldebroek 31-08-1827, dochter van Dries Hendriks (Puttenstein) en Eesje Beerts (Eesje Beers, Eesje Beerds).

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Dries Prins, geb. Oldebroek 08-01-1801, volgt VIIIab.

Goossen Prins, geb. Oldebroek 13-02-1804, volgt VIIIac.

een levenloos geboren dochter, geb. Oldebroek 11-02-1809.

Eesjen (Elsjen) Prins, geb. Oldebroek 02-01-1811, ged. Oldebroek 06-01-1811, zonder beroep (1825), ovl. Oldebroek 20-02-1825.

Tijmen Prins, geb. Oldebroek 01-11-1817, ged. Oldebroek 09-11-1817, landbouwer (1886), ovl. Oldebroek 13-03-1886, begr. 18-03-1886 op begraafplaats “de Gemeente-erf ” aan de Zuiderzeestraatweg in Oldebroek, derde klasse.

 

Hattem 29-11-1772: ged. Wobbe, dochter van Dries Hendriks en Eesjen Beers.

 

Jan Goosen Prins en Wobbetje Dries Puttenstein wonen in Oldebroek (1800).

 

Oldebroek 07-02-1800:

 

Compareerden voor Hend? Heijmensz & Willem Jansz Comm: van Huwel: Zaaken En voor Jacob de Hen Secret: te Oldebroek.

 

1800; 7 febr:
Bruidegom; Jan goossens Prins, J M: gebor te Oosterwolde En wonende te Oldebroek gebor de 16 Sept: 1774.
Bruid; Wobbe Dries, J:D: gebor onder de Jurisdictie van Hattem, en wonende te Oldebroek, tot Hattem gedoopt den 29 november 1772.
Getuijgen; Goossen Timans Prins vader van de bruydegom En G Berghuis voor de Bruijd.
Eerste gebod; 9 febr
2de gebod; 16 febr:
3de gebod; 23 febr 1800
Solemnisatie; den 23 febr 1800 te Oldebroek kerkelijk voltrokken

 

Oldebroek 23-02-1800:

 

23 febr. Zijn hier in den Huwelijken Staat bevestigd. Jan Goossens prins. J:M. geboren te Oosterwolde, en Wobbe Dries J: D. geboren onder Hattem, beijde wonende te Oldebroek. op adtest van den Secret: Jacob de Hen. d:d 23 febr. 1800. dat dezelve op den 7 febr. 1800. alhier in wettign ondertrouw genomen en de Huwelijks geboden onverhinderd ergaan Zijn. Hier van adtest gegeven d: 24 febr. 1800.

 

Jan Goosen Prins is geb. 1509-1774 en ged. Oosterwolde (GD) 18-09-1774 volgens het doopboek van Oosterwolde (GD). Hij is geb. Oosterwolde (GD) 16-09-1774 volgens de aantekeningen van de commissarissen van huwelijkse zaken.

 

Oldebroek 1812: Jan Goosen Prins, geb. 16-09-1774, daghuurder, woont in Oldebroek, zo blijkt uit het Registre Civique, een bevolkingsadministratie aan het einde van de Franse tijd. [130]

 

BS Oldebroek 01-11-1817: Jan Gosensz Prins verklaart, bij de aangifte van de geboorte van Tijmen, niet te kunnen schrijven en niet zijn handtekening te kunnen zetten.

 

Het gezin van Jan Goossens Prins en Wobbetje Dries Puttenstein woont in Oldebroek (1817), in Oldebroek, Oosteinder rot (1818), in Oldebroek, nr. 84 (1818), in Oldebroek, nr. 100 (1825) en in Oldebroek, Ooster rot nr. 84 (1827). [131]

 

Oldebroek 1818: De gemeente Oldebroek heeft Jan Gosens Prins ingedeeld in het Oosteinder rot, het rot van rotmeester Jan Bultman. [132]

 

Oldebroek 1818: Jan Gozens Prins heeft 2 stuks rundvee jonger dan 2 jaar en 3 stuks rundvee ouder dan 2 jaar. [133]

 

BS Oldebroek 20-02-1828: Als ouders van Dries Prins worden genoemd Jan Goossens Prins en Wobbetje Pol.

 

BS Oldebroek 25-04-1835: In de akte van het huwelijk van Dries Prins en Aaltje van der Maten staat “meerderjarige zoon van Jan Goossensz en Wobbetje Dries in leven landbouwers alhier, hebbende de eerste volgens verklaring van partijen en getuigen steeds den geslachtsnaam Prins en de laatste die van Pol gevoerd, kleinzoon van vaderszijde van Goossen Hendriksz en Grietje van der Veen in leven landbouwers alhier en van moederszijde van Dries Puttenstein en Eesje Beerts in leven landbouwers alhier.”

 

BS Oldebroek 24-05-1878: Als ouders van Dries Prins worden genoemd Jan Goossens Prins en Wobbetje Puttenstein.

 

Bij het huwelijk van Dries Prins stelt de ambtenaar van de burgerlijke stand dat de bijnaam “Pol” ten onrechte in de overlijdensakte van Wobbetje Dries Puttenstein is opgenomen.

 

 

VIIac MARRIGJE GOOSEN (MERREGIEN GOOSENS) PRINS (van VIh), geb. 14-12-1778, ged. Oosterwolde (GD) 20-12-1778, arbeidster (1832), landbouwster (1835), zonder beroep (1840), dagloonster (1847), ovl. Oldebroek 25-11-1847, tr. Kampen 12-03-1804

 

WILLEM LUICHJES (WILLEM LUGJES, WILLEM LUCKE, WILLEM LUGGIEN) KOOPS, ged. Kampen ca. 1775 28-10-1781, dagloner (1830), arbeider (1832), landbouwer (1835), daglooner (1840, 1847, 1850), zonder beroep (1857), ovl. Oldebroek 26-08-1857, zoon van Luig Koops en Geertje Pol.

                                                                                                                              

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Geertje Koops, geb. 26-09-1804, ged. Kampen (Broederkerk) 30-09-1804.

Geertruij Koops, geb. 10-11-1805, ged. Kampen (Broederkerk) 17-11-1805.

Goosen Koops, geb. 10-05-1808, ged. Kampen (Broederkerk) 15-05-1808.

Margrita Koops, geb. Kampen 12-03-1811, ged. Kampen 24-03-1811.

 

Kampereiland 19-02-1804: Willem Luchjes Koops, jonge man van Kampereiland trouwt met Marrigje Goosen Prins, jonge dochter van Oosterwolde (GD) nadat zij op 03-04-1804 in ondertrouw zijn gegaan.

 

Marrigje Goosen Prins en Willem Luichjes Koops hebben in 1806 een huis en tuin aan de Buiten Nieuwstraat tegenover de Buitenkerk in Kampen. In 1809 hebben zij ook een turfdragersplaats in Kampen. Dit bezit stellen zij in onderpand voor het lenen van diverse sommen geld. In 1806 kopen zij een huis in Brunnepe.

 

Kampen 28-04-1806: Willem Luigje Coops en zijn vrouw Margje Goossen Prins verklaren schuldig te zijn aan A. W. van Delden en zijn vrouw Magdalena Rijteveld een bedrag van 200 Carolus guldens tegen een rente van 5 procent per jaar. Als speciaal onderpand stellen zij hun eigen huis, erf en where in Kampen, gelegen aan de Buiten Nieuwstraat tegenover de Buitenkerk. [134]

 

Kampen 13-12-1806: Willem Luichie Coops en Margje Goossens Prins verklaren schuldig te zijn aan Aart Jans en zijn vrouw Geesje Roelofs een bedrag van 225 gulden tegen een rente van 5 procent per jaar wegens de koop van een huis in Brunnepe. Als speciaal onderpand stellen zij hun huis, erf en where in Kampen gelegen aan de Buiten Nieuwstraat tegenover de Buitenkerk, tussen Canis en de Greeve, waar nog een verplichting op rust ten behoeve van J. W. van Delden. [135]

 

Kampen 25-01-1809: Willem Luichies en zijn vrouw Margje Gosen Prins lenen 500 gulden van G. J. ter Braak op basis van hun turfdragersplaats in Kampen. [136]

 

Het gezin van Marrigje Goosen Prins en Willem Luichjes Koops woont in Oldebroek, nr. 315 A (1830), in Oldebroek, Heerder Wezep nr. 154, vertrokken naar nr. 157a (1840) en in Oldebroek (1847). Willem Luichjes Koops woont in Oldebroek, Engeland nr. 9 (1850) en in Oldebroek (1857). [137]

 

Marrigje Goosen Prins en Willem Luichjes Koops zijn gereformeerd (1830), protestant (1840). Willem Luichjes Koops is Nederlands-Hervormd (1850). [138]

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

10-11-1805: Geertje, dochter van Willem Luggien Koops en Merrigien Goosen Prins.

10-11-1805: Geertruij, dochter van Willem Lucke Koops en Marrigien Gosen Priens.

15-05-1808: Goosen, zoon van Willem Luggien en Merrigien Goosen.

24-03-1811: Margrita, dochter van Willem Lucke Koops en Marrigje Goosen Prins.

 

 

VIIad AALTJE GOOSEN (AALDJE GOZENS, AALTJEN) PRINS (van VIh), geb. 27-04-1780, ged. Oosterwolde (GD) 30-04-1780, ged. Oldebroek, landbouwster (1831, 1853), zonder beroep (1840, 1850), ovl. Oldebroek 12-09-1853, otr. (schoutambt) Oldebroek 30-09-1808, tr. Oldebroek 23-10-1808

 

HARMEN ROELOFS (HERMEN ROELOFS) VAN DER MATEN (VAN DER MAATEN), geb. Oldebroek, ged. Oldebroek 12-11-1769, bouwman (1813), landbouwer (1830, 1831, 1840, 1853), zonder beroep (1850), ovl. Oldebroek 09-03-1853, zoon van Roelof Frankszen (Roelof Frankszn. van der Maten) en Batjen (Batje, Bartjen) Franks.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

een kind, geb. ca. 05-10-1811, ongedoopt ovl. Oldebroek 05-10-1811, begr. Oldebroek 08-10-1811.

Batje van der Maaten, geb. Oldebroek 17-01-1813, ged. Oldebroek 24-01-1813, zie VIIIac.

een levenloos geboren kind, geb. Oldebroek 08-10-1814.

 

Oldebroek 12-11-1769: ged. Harmen, zoon van Roelof Frankzen en Bartjen Franks.

 

Oldebroek 19-02-1804: Aaltje Gooszens is getuige bij de doop van haar neef Hendrik, zoon van Jan Gooszensz en Wobbetje Dries, zie VIIab.

 

Oldebroek 30-09-1808:

 

Compareerden voor mij J de.Hen Scholtus des ambts Oldebroek als Geautoriseerd van Mr. E A Daendels Balluw van Nederveluwen & Gerichte Lieden

 

1808; 30 september
Bruidegom; Harmen Roelofsz J.M. Geboren & wonende te Oldebroek gedoopt den 12 November 1769
Bruid; Aaldje Gozens Prins J.D. geboren te oosterwolde & wonende te Oldebroek Geb:  27e April 1780.
Get-en; Roelof franksze vader van de Bruidegom en Grietje Jans wed? G:T: Prins moeder der Bruid.
1? Gebod; 2? october
2? Gebod; 9? October
3? Gebod; 16? october

Solemnisatie; op den 23? october 1808 ingevolge Attestatie D? A Moojen te oldebroek kerkelijk voltrokken.

 

Oldebroek 23-10-1808:

 

23 oct: zyn hier in den Echt bevestigd Hermen Roelofs JM geboren en wonende te Oldebroek, en Aaltje goossens Prins J.D. geboren te oosterwolde wonende te Oldebroek op attest van den Schout J de Hen d d 22 Oct. ha dat dezelve op d: 30 Sept h.a. hier voor de wet in ondertrouw opgenomen en de drie Zond Huwelijks geboden onverhinderd ergaan zijn, hier van Extract gegeven op d. 24 Oct ha op t Zegel der Proclamatiën.

 

Oldebroek 05-10-1811: ovl. 5 Octob: Ongedoopt kind van Hermen Roelofsz en Aaltje Goossen Prins.

 

Oldebroek 05-10-1811: ovl. Octob: 5 – 8 Ong: kind van Hermen Roelofsz: en Aaltje Gooss: Prins.

 

Oldebroek 30-11-1808: Een doopattest wordt verstrekt aan Harmen Roelofs van der Maten. [139]

 

BS Oldebroek 1813-1814: Harmen Roelofs van der Maten verklaart bij de aangiften van de geboorten van Batje en van een dood kind niet te kunnen schrijven en niet zijn handtekening te kunnen zetten. [140]

 

Oldebroek 26-05-1826: Aaldje Prins is getuige bij de doop van Grietje, dochter van Aard van het Eekt en Hendrikje Prins, zie VIIaf.

 

Aaltje Goosen Prins en Harmen Roelofs van der Maten wonen in Oldebroek (1808). Het gezin van Aaltje Goosen Prins en Harmen Roelofs van der Maten woont in Oldebroek, Stuivezand (1813) in Oldebroek, Stuivezand (1814, vermoedeijk aangezien de getuigen bij de aangifte van de geboorte van een dood kind daar wonen, onder welke Jan Roelofs van der Maten, in Oldebroek, nr. 111, ws. Ooster rot (1830), in Oldebroek, Broekdijk Oost nr. 168 (1840), bij dochter Batje van der Maaten in Oldebroek, Lapstreek en Stuivezand nr. 2 (1850) en in Oldebroek (1853). [141]

 

Stuivezand was in de zeventiende eeuw de naam van een groot gebied in Oldebroek bestaande uit  cultuurgrond en boerderijen temidden van zandverstuivingen. Zandverstuivingen bleven tot in de negentiende eeuw een bedreiging voor de boeren. Met veel moeite probeerden zij het oprukkende zand in bedwang te houden. [142]

 

Harmen Roelofs van der Maten en Aaltje Goosen Prins zijn gereformeerd (1830), protestant (1840), Nederlands-Hervormd (1850). [143]

 

Harmen Roelofs van der Maten is begr. 15-03-1853 op begraafplaats “de Gemeente-erf ” aan de Zuiderzeestraatweg in Oldebroek, derde klasse. Aaltje Goosen Prins is daar begr. 16-09-1853, derde klasse.

 

 

VIIae GERRIGJE (GERRIGJE GOOSEN, GERRIGJE GOOSSENS) PRINS (van VIh), geb. 24-08-1785, ged. Oosterwolde (GD) 28-08-1785, dienstmeid (1817), zonder beroep (1826), dagloonster (1828), landbouwer (postume vermelding 1882), ovl. Oosterwolde (gem. Doornspijk) 25-06-1828, tr. Oosterwolde (GD) 26-04-1817

 

JACOB (JACOB EVERS, JACOB EVERTS) VAN DEN BERG, geb. Oldebroek 01-06-1785, ged. Oldebroek 12-06-1785, daglooner (1817), landbouwer (1818, postume vermelding 1882), daghuurder (1819, 1826), arbeider (1820), ovl. Oostendorp (gem. Doornspijk) 06-12-1826, zoon van Evert Diesmert (Evert Diesmers) en Grietje Everts (Grietje Evers).

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

een levenloos geboren zoon, geb. Doornspijk 04-03-1818.

Evert van den Berg, geb. Oldebroek 12-04-1819, ged. Oldebroek 02-05-1819.

Goossen van den Berg, geb.Oldebroek 21-03-1820, ged. Oldebroek 23-04-1820.

Diesemer van den Berg, geb. Oldebroek ca. 1822.

Grietje van den Berg, geb. Elburg 11-12-1824.

 

Oldebroek 12-06-1785: ged. Den 12 Jun. Jacob gebor. d. 1 Jun., Zoon van Everd Dicemersz en Grietje Everts. Getuige Grietje Jacobs.

 

Oldebroek 24-01-1813: Gerritje Goossens is getuige bij de doop van haar nicht Batje, dochter van Harmen Roelofsz en Aaltje Goossens, zie VIIad.

 

Oldebroek 23-04-1820: In het doopboek van de Gereformeerde Kerk van Oldebroek staat dat Goossen van den Berg is geb. 31-03-1820. In de geboorteakte staat dat hij is geb. 21-03-1820.

 

Gerrigje Prins woont in Oldebroek (1817). Jacob van den Berg woont in Oosterwolde (1817). Het gezin van Gerrigje Prins en Jacob van den Berg woont in Doornspijk (1818), in Oldebroek (1819), in Elburg (1826), vermoedelijk Oosterkwartier nr. 177 aangezien Grietje van den Berg daar is geboren en in Doornspijk (1826, 1828), vermoedelijk Oostendorp nr. 219 aangezien Jacob van den Berg en Gerrigje Prins daar zijn overleden. [144]

 

BS Doornspijk 05-03-1818: Jacob Evers van den Berg ondertekent de akte van aangifte van de geboorte van een dood kind met Jacob Everts van de Breg.

 

 

VIIaf HENDRIKJE (HENDRIKJE GOOSEN) PRINS (van VIh), geb. Oosterwolde (GD) 03-10-1789, ged. Oosterwolde (GD) 04-10-1789, dienstmeid (1820), landbouwster (1825, 1830, postume vermelding 1850), ovl. Broekdijk (gem. Oldebroek) 22-06-1830, tr. Oldebroek 28-04-1820

 

AART (AARD) (AART HERMENS) VAN HET EEKT, geb. Oldebroek 20-08-1793, ged. Oldebroek 25-08-1793, bouwknegt (1820), boerenknecht (1820), bouwman (1822, 1823), landbouwer (1825, 1830, 1840, 1848, 1850, 1864), ovl. Oldebroek 08-02-1864, zoon van Hermen Gerrits (Harmen Gerrits van ’t Eekt) en Grietje Aards.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Grietje van het Eekt, geb. Oldebroek 25-04-1822, ged. Oldebroek 26-05-1822.

Hermtje (Hermpjen) van het Eekt, geb. Oldebroek 12-12-1823, ged. 29-12-1823.

Goossen van het Eekt, geb. Oldebroek 08-09-1825.

 

Oldebroek 25-08-1793: ged. Aard, gebor. d. 20 Aug., zoon van Harmen Gerritsz en Grietje Aards. Getuige Stijntje Aards. Daarbij staat: 1804 d. 1 Dec. Doop-Cedul gegeven.

 

Aart Hermens heeft de naam Van ’t Eekt als geslachtsnaam aangenomen (in 1813 of in 1826?). De naam Van ’t Eekt was in Oldebroek een bestaande, oudere naam. [145]

 

Eekt in Oldebroek behoort tot de vroege nederzettingen die op een dekzandrug ontstonden. In het lage landschap langs de Zuiderzee waren dat de plekken die bewoners aantrokken. Er stond in Eekt een hof -’t Hof ter Eekt- die, net als de hof in Mulligen, bij ontginningsactiviteiten een belangrijke rol heeft gespeeld. De naam Eekt duidt op een groep eiken of een bos(je) bestaande uit eiken. [146]

 

Oldebroek 09-11-1817: Hendrikje Gooszens Prins is getuige bij de doop van haar neef Tijmen, zoon van Jan Gooszensz Prins en Wobbetje Dries.

 

Grietje Aards is werkvrouw (1820).

 

BS Oldebroek 28-04-1820: In de huwelijksakte staat dat Hendrikje Prins is geb. te Doornspijk, en te Doornspijk kerspel oosterwolde den Derden october Zeventien hondert Negenentaggentig.

 

BS Oldebroek 28-04-1820: Aart van t Eekt overlegt een verklaring waaruit blijkt dat hij is ingeschreven voor de Nationale Militie in de gemeente Oldebroek voor de lichting van 1816 en dat hij door de Militie-Raad, zitting gehouden hebbende te Deventer uithoofde van Eenige Zoon is vrijgesteld.

 

Zijn signalement luidt:

                                 

Lengte

: 5 vt. 2dm.  st..

Aangezigt

: ovaal

Voorhoofd

: gewoon

Oogen

: bruin

Neus

: lang

Mond

: klein

Kin

: breed

Haar

: zwart

Wenkbraauwen

: id

Merkbare teekenen

: een styve vinger

 

BS Oldebroek 28-04-1820: In een akte van bekendheid staat … Voor Dries Hoefhamer openbaar Notaris residerende te Elburg, kanton Elburg, kwartier Arnhem, Provincie Gelderland, in presentien der ondergenoemde getuigen zyn op heden den zeven en twintigsten Maart achttien honderd en twintig gecompareerd Evert Prins, Reijer Brummel, Andries van den Brink en Hendrik Beerdsen van ’t Issel allen grondeigenaren en Landbouwers wonende te Oldebroek, kanton en Provincie voornoemd, dewelke verklaarden wel te kennen Hendrikjen Prins dochter van Goossen Prins en Grietje Jans, in der tyd Ehelieden te Oldebroek gewoond hebbende, voorts dat hun zeer wel bekend is, dat de genoemde Goossen Prins voor ongeveert twintig Jaaren geleden te oldebroek en deszelfs vrouw Grietje Jans voor meer dan agt Jaaren geleden te oosterwolde ambt Doornspyk zelfde Kanton en Provincie zyn overleden. Dat zy mede hebben gekend de Grootouders van vaders zyde van gezegden Hendrikje Prins die geweest zyn Tymen Prins en Lysbet Aaldts en weeten dat deeze beiden voor meer dan dertig Jaren geleden … [147]

 

BS Oldebroek 28-04-1820: De huwelijksakte is niet ondertekend door de bruidegom en Bruid en Bruidegoms moeder welke verklaren niet te kunnen schrijven.

 

BS Oldebroek 1822-1825: Aart van het Eekt verklaart bij de aangiften van de geboorten van Grietje, Hermtje en Goossen niet zijn handtekening te kunnen zetten. [148]

 

Hendrikje Prins en Aart van het Eekt wonen in Oldebroek (1820). Het gezin van Hendrikje Prins en Aart van het Eekt woont in Oldebroek (1822), in Oldebroek, nr. 72 (1823, 1825), in Oldebroek, Broekdijk nr. 63 A (1830)en in Oldebroek, Broekdijk nr. 69 (1830). Aart van het Eekt woont in Oldebroek, Broekdijk nr. 78 (1840), in Oldebroek, Broekdijk 1e gedeelte nr. 24 (1850), in Oldebroek, bij het gezin van zijn dochter Hermtje van het Eekt, wijk J nr. 24 (1862) en in Oldebroek (1864). [149]

 

Hendrikje Prins en Aart van het Eekt zijn gereformeerd (1830). Aart van het Eekt is protestant (1840), Nederlands-Hervormd (1850, 1862). [150]

 

 

VIIag HENDRIKJE PRINS (van VIi), ged. Kampen (Broederkerk) 11-04-1753, begr. Kampen (Buitenkerk) 04-07-1798, otr. Kampen 24-04-1772, tr. Kampen (Buitenkerk?) 26-04-1772

 

GERRIT REUSEL, geb. ca. 1749, hovenier (1817), arbeider (1819), zonder beroep (1824), ovl. Kampen 17-04-1824, zoon van … Reusel en …

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Jannegien Reusel, ged. Kampen (Broederkerk) 29-04-1772.

Lisebeth Reusel, ged. IJsselmuiden 26-09-1773.

Hendrik Jan Reusel, ged. IJsselmuiden 02-10-1774.

Elisabeth Reusel, ged. IJsselmuiden 24-08-1777.

Hermen Reusel, ged. IJsselmuiden 14-07-1782.

Hendrik Wolter (Wolter) Reusel, ged. Kampen (Bovenkerk) 02-11-1783.

Catrijna Reusel, ged. Kampen (Bovenkerk) 14-08-1785.

Hendrik Jan Reusel, ged. Kampen (Broederkerk) 03-12-1786.

Hendrik Jan Reusel, ged. Kampen (Bovenkerk) 28-09-1788.

Hermen Reusel, ged. Kampen (Bovenkerk) 18-07-1790.

Hendrik Reusel, ged. Kampen (Bovenkerk) 22-04-1792.

Trientien Reusel, ged. Kampen (Broederkerk) 16-02-1794.

Hendrik Jan Reusel, ged. Kampen (Broederkerk) 14-02-1796.

Hendrik Jan Reusel, ged. Kampen (Broederkerk) 12-07-1797.

 

Kampen 24-04-1772: Gerrit Reusel is jonge man van IJsselmuiden. Hendrikje Prins gaat met attestatie over van de Gereformeerde Kerk van Kampen naar de Gereformeerde Kerk van IJsselmuiden.

 

Kampen (Buitenkerk) 04-07-1798: begr. De vrouw van Gerrit Reusel.

 

BS Kampen 23-12-1819: Wolter Reusel is geb. Kampen 04-11-1783. De doopdatum volgens het doopboek van de Hervormde Gemeente van Kampen is 02-11-1783.

 

Gerrit Reusel trouwt met Maria Prins, zijn schoonzus.

 

Gerrit Reusel hertr.

                                          

Maria Prins, zie VIIaj, ged. Kampen (Bovenkerk) 27-12-1761, werkvrouw (1795, 1821), ovl. na 1820, otr. Kampen 05-07-1782, tr. Kampen 21-07-1782

 

BS Kampen 19-04-1824: Gerrit Reusel woont te Kampen. Hij is ovl. Kampen 17-04-1824 in het Bovengasthuis: in het bovenhuis staande in de Nieuwstraat No. 101 W. 2.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

29-04-1772: Jannegien, dochter van Gerrit Reusel en Hendrikien Prins.

26-09-1773: Lisebeth, dochter van Gerrit Reusel en Hendrikjen Prins.

02-10-1774: Hendrik Jan, dochter van Gerrit Reusel en Hendrikjen Prins.

24-08-1777: Elisabeth, dochter van Gerrit Reusel en Hendrikjen Prins.

14-07-1782: Hermen, dochter van Gerrit Reusel en Hendrikjen Prins.

02-11-1783: Hendrik Wolter, zoon van Gerrit Reusel en Hendrikien Prins.

14-08-1785: Catrijna, dochter van Gerrit Reusel en Hendrikjen Prins.

03-12-1786: Hendrik Jan, zoon van Gerrit Reusel en Hendrika Prins.

28-09-1788: Hendrik Jan, zoon van Gerrit Reusel en Hendrikjen Prins.

18-07-1790: Hermen, zoon van Gerrit Reusel en Hendrikjen Prins.

22-04-1792: Hendrik, zoon van Gerrit Reusel en Hendrikjen Prins.

16-02-1794: Trientien, dochter van Gerrit Reusel en Hendrikien Prins.

14-02-1796: Hendrik Jan, zoon van Gerrit Reusel en Hendrikien Prins.

12-07-1797: Hendrik Jan, zoon van Gerrit Reusel en Hendrikin Prens.

 

 

VIIah ELISABETH PRINS (van VIi), ged. Kampen (Broederkerk) 22-09-1756, houdster van een kinderschool  (1795), ovl. Harderwijk 27-12-1813, otr. Kampen 05-09-1800,

 

LODEWIJK ERNST LIMBURG, geb. (?), ovl. (?), zoon van … Limburg en ….

 

Kampen vóór Pasen 1779: Elisabeth Prins doet belijdenis en wordt ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk van Kampen.

 

Kampen 27-07-1786: Elisabeth Prins, meerderjarig en ongetrouwd, laat haar testament maken. Zij legateert aan de Bovenkerk en Buitenkerk een goudgulden en aan de armen twee goudguldens. Vervolgens legateert zij 

 

haar broer Timen Hendriks Prins: een bijbel met zilveren sloten, een gouden ring met zeven stenen en twaalf zakdoeken

 

haar zus Maria Prins, vrouw van Toon van den Berg of bij haar overlijden haar nakomelingen: een zilveren geldknip, een geelgestikte rok, een zijden damasten rok, een paars bontjak, een paars nachthemd,  twee paarse bedsteemutsen, zes hemden, zes ronde kanten mutsen, zes servetten en zes feytels met kleine ruitjes

 

haar zus Hendrika Prins, vrouw van Gerrit Reusel of bij haar overlijden haar nakomelingen: een gouden slot, een rode kamelotten rok, een witte katoenen rok (bedrukt), een urdsitsen jak, een rode jak, vier heepjes musen ses ?, zes feytels, zes ronde mutsen en een witte boezelaar

 

haar zus Hermina Prins, vrouw van Jan Henniphof of bij haar overlijden haar nakomelingen: een gouden ring met een beeldje, een witte damasten rok, een groene kamelotten rok, vier smalle kanten mutsen, zes ronde mutsen, zes hemden, zes feytels en een regenkleed

 

Catherina Lambregts: een paar gouden oorbellen, een korset met punthaken, een zwarte zijden japon, een hermelijnen kappen, een gebandeerde jak en rok, twee witte katoenen schoteldoeken (bedrukt)

 

Margarita Spraakmans, vrouw van Roelof Storm Mz: een zilveren schaarketting, een zilveren naaldenkoker en alle meubelen op haar kamer

 

haar halfzus Alisa Prins: een gouden ringetje

 

haar halfzus Jannegien Prins: een paar zilveren gespen.

                                             

haar zussen Maria, Hendrika en Hermina Prins of bij hun overlijden hun nakomelingen : alle overige goederen.

 

Kampen 07-04-1795: Elis Prins verzoekt Schepenen en Raad van Kampen toestemming om een kinderschool te stichten in het buitenkwartier van Kampen.

Schepenen en Raad van Kampen verlenen toestemming.

 

“span>Den 7 April 1795

Op den Requeste van Elis(abeth) Prins, verzoekende te mogen geadmitteerd worden tot het houden van een Kinderschool in het Buitenquartier.

Was geapost: De Suppliante wordt toegelaaten, om een Kinderschool in het Buitenquartier te mogen houden.” [151]

 

Kampen 15-06-1796: Elisabeth Prins vraagt Schepenen en Raad van Kampen een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud.

Schepenen en Raad van Kampen laten het halve ziekengeld uitkeren.

 

Eodem (15 Junij 1796).

Op den Requeste van Elisabeth Prins, verzoekende om enige onderstand.

Was geapost: Rem(on)st(rant)e word het halve ziekegeld geaccordeert.” [152]

 

Kampen 04-04-1799: Adrianus van Leuven vraagt Schepenen en Raad van Kampen of hij wegens een vordering op Elisabeth Prins een deel mag ontvangen van de opbrengst van de verkochte goederen van Elisabeth Prins.

Schepenen en Raad van Kampen stemmen in met het verzoek.

 

“Den 4 April 1799.

Op den Requeste van Adrianus van Leuven, verzoekende zodanige penningen á f.30 - 3 - als bij de Vendumeester E. Moulin zijn leggende van de verkogte goederen van Elisabeth Prins, die hij aan de laage bank tot bekooming van een praetensie van f.47 - 4 – had uitgewonnen na voorgaande taxatie van den rekening van de Proc(ureur) Evers, groot f. 23 - 12 - , te mogen ligten en op rekening zijner wettige praetensie ontvangen.

Was geapost: De Suppliant wordt geauthoriseerd de gelibelleerde f.30 - 3 - : bij de Vendumeester te mogen ligten, en de rekening van de Proc(ureur) Evers getaxeerd op f.20 - 8 - . “ [153]

 

Kampen 10-02-1800: Elisabeth Prins verzoekt Schepenen en Raad van Kampen ermee in te stemmen dat Van Rhooden, gevangenbewaarder, de aan haar jaarlijks verschuldigde gelden rechtstreeks voldoet aan haar crediteur, J.A. van Leuven.

Schepenen en Raad van Kampen verlenen toestemming.

 

“Den 10 Feb(ruarij) 1800.

Op het Request van Elisabeth Prins, verzoekende dat de Rhoedendrager van Rhooden mogt worden geautoriseerd om aan haar crediteur J.A. van Leuven tot voorkoming van kosten zodanige penningen, als hij haar jaarlijks moet uitkeeren aan genoemde J.A. van Leuven te betalen, tot dat de geheele praetencie zal zijn voldaan.

Was geapost: Het verzoek ten requeste gedaan wordt door dezen geaccordeerd en dien volgens de Rhoedendrager van Rhooden gelast, om zodanige penningen als hij jaarlijks aan haar Suppliante verplgt is uit te keeren aan J.A. van Leuven te betalen, tot zo lange dezelve van zijne praetencie ten vollen zal zijn voldaan.” [154]

 

Vermoedelijk verhuurt Adrianus van Leuven c.q. J.A. van Leuven een pand aan Elisabeth Prins en is Van Rhooden onderhuurder.

 

Kampen 05-09-1800: Lodewijk Ernst Limburg is bij zijn ondertrouw jonge man van Holstein, geb. bij Hamburg hier woonagtig.

 

Kampen 10-11-1800: Elizabeth Prins geeft Schepenen en Raad van Kampen te kennen dat haar bruidegom Lodewijk Ernst Limburg is vertrokken, onbekend waarheen, dat zij, om hem te zoeken, een reis heeft ondernomen naar Holland, zij daartoe kosten heeft moeten maken, verzoekt Lodewijk Ernst Limburg te dagvaarden om het huwelijk met haar te voltrekken en haar sommatiebrieven ter hand te stellen om de door haar gemaakte kosten te verhalen op een premie die hij in Rotterdam tegoed heeft.

Schepenen en Raad van Kampen zijn akkoord met het dagvaarden van Lodewijk Ernst Limburg en wijzen het verzoek om sommatiebrieven op te stellen af.

 

Den 10 November 1800.

Op het Request van Elizabeth Prins, te kennen gevende, dat haar Bruidegom Lodewijk Ernst Limburg zich van hier begeven heeft, zonder dat zij weet werwaerds hij is; dat zij om hem op te zoeken eene reis hebbende moeten doen naar Holland, zij daertoe kosten heeft moeten maken, verzoekende overzulks, dat deze vergadering voornoemden Lodewijk Ernst Limburg moge indagen om het huwelijk met haaar te voltrekken, en dat ten aanzien van de door haar uitgevene penningen aan haar zodanige brieven van voorschrijving mogen gegeven worden, waarmede zij in staat gesteld worden, om de hem van slandwegen nog competeerende Preemie te Rotterdam voor zich te kunnen repeteeren.

Was geapost: Op het Rapport van de Hoofdlieden van het Bovenquartier wordt der Requestranten eerste verzoek in den requeste vermeld, en tendeerende om Lodewijk Ernst Limburg vanwege deze vergadering te doen indagen door dezen geaccordeerd; doch wordt gedifficulteerd in het verzoek, ten einde brieven van voorschrijving te bekomen ten offerte als bij requeste vermeld.[155]

 

Elisabeth Prins tr.

 

HENDRIK VERBEEK, geb. Barneveld 07-11-1757, ontvanger van de stad (1813), gepens: ontvanger (1819), ovl. Harderwijk 08-02-1819, zoon van Lubbartus Verbeek en Jannetje Gerbrecht Teunissen, wedn. van Jannetje Cirkel.

 

Het gezin van Elisabeth Prins en Hendrik Verbeek woont in Harderwijk (1813).

 

BS Harderwijk 30-12-1813: Hendrik Verbeek doet aangifte van het overlijden van Elisabeth Prins. Zij is ovl. Harderwijk 27-12-1813 ten zyne huize. In de overlijdensakte is vermeld zynde de ouders genaamt geweest Harmen Prins en Jannegien Vriese.

 

Hendrik Verbeek tr. Jannetje Cirkel. Jannetje Cirkel is geb. (?), dochter van … Cirkel en …

 

BS Harderwijk 10-02-1819: Hendrik Verbeek is ovl. Harderwijk 08-02-1819. In de overlijdensakte is vermeld in den ouderdom van Een en zestig jaren, … , gepens: ontvanger, weduwnaar van Jannetje Cirkel, laatst weduwnaar van Elisabeth Prins, geboren te Barneveld den 7 November 1757. Zoon van Lubbartus Verbeek en Jannetje, nalatende uit zyn Eerste Huwelijk twee zoons en drie dochters.

 

 

VIIai HERMINA PRINS (van VIi), ged. Kampen (Bovenkerk) 27-11-1757, zonder beroep (1826), ovl. Kampen 26-03-1826, otr. Kampen 15-11-1782, tr. Kampen (Broederkerk) 01-12-1782

 

JAN HENNIPHOF, geb. (?), begr. Kampen 08-11-1808, zoon van … Henniphof en …, wedn. van …

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Hermen Jan Henniphof, ged. Kampen (Broederkerk) 11-12-1782.

Hermen Willem Henniphof, ged. Kampen (Bovenkerk) 02-11-1783.

Jannigjen Henniphof, ged. Kampen (Bovenkerk) 16-03-1785.

Hermen Willem Henniphof, ged. Kampen (Bovenkerk) 21-02-1790.

Geesien Henniphof, ged. Kampen (Bovenkerk) 03-07-1791.

Herm Willems Henniphof, ged. Kampen (Bovenkerk) 29-06-1794.

Hendrik Jan Henniphof, ged. Kampen (Bovenkerk) 16-06-1799.

 

Kampen 04-01-1781: Hendrik van Eem en Aalt Prins verzoeken Schepenen en Raad van Kampen Hermina Prins, 24 jaar, meerderjarig te verklaren.

Schepenen en Raad van Kampen verklaren Hermina Prins meerderjarig.

 

Den 4 Januarij 1781.

Op den Requeste van Hendrik van Eem en Aalt Prins, verzoekende Veniam aetatis voor derzelven pupil Hermiena Prins oud 24 jaar en van een goed gedrag.

Was geapost: Op het rapport van de Heeren Hoofdlieden in het Bovenquartier word aan den Supplianten pupille Hermina Prins de verzogte veniam aetatis geaccordeerd ten fine en effecte als naar regten.[156]

 

Kampen 15-11-1782: Hermina Prins is bij haar huwelijk jonge dochter van Kampen. Jan Henniphof is weduwnaar van Kampen.

 

Hermina Prins is getuige bij de doop van enkele kinderen:

 

Kampen (Bovenkerk) 24-09-1800: Hermina Prins is doophefter bij de doop van Johannes Hendrik de Haan, een buitenechtelijke zoon van Geertjen de Haan.

 

Kampen (Bovenkerk) 25-05-1806: Hermina Prins is getuige bij de doop van Harmtjen Bakker, een buitenechtelijke dochter van Johanna Bakker.

 

Kampen 07-10-1810: Hermina Henniphof geb. Prins is getuige bij de doop van Hendrik Feith, een buitenechtelijke zoon van Catharina Feith.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

11-12-1782: Hermen Jan, zoon van Jan Henphof en Hermina Prins.

02-11-1783: Hermen Willem, zoon van Jan Hennephof en Hermina Prins.

16-03-1785: Jannigjen, dochter van Jan Henphof en Hermina Prins.

21-02-1790: Hermen Willem, zoon van Jan Hennephof en Hermina Prins.

03-07-1791: Geesien, dochter van Jan Henniphof en Hermina Prins.

29-06-1794: Herm Willems, zoon van Jan Henniphof en Hermina Prins.

16-06-1799: Hendrik Jan, zoon van Jan Henphof en Hermiena Prins. In een later handschrift is Henphof veranderd in Hennephof.

 

BS Kampen 03-05-1821: In de akte van het huwelijk tussen Herm Willems Henniphof en  Margrieta Voorweg staat dat Jan Henniphof is begr. te Kampen, den agstten November agttienhonderd agt volgens extracten uit de registers.

 

BS Kampen 27-03-1826: Hermina Prins woont te Kampen. Zij is ovl. Kampen 26-03-1826 in het huis staande in de Groene Straat No. 30 Wijk 2. Zij is weduwe van wijlen Jan Hennephof, oud vier en zeventig jaren zonder beroep.

 

 

VIIaj MARIA (MIETJE) PRINS (van VIi), ged. Kampen (Bovenkerk) 27-12-1761, werkvrouw (1795, 1821), zonder beroep (1821, 1831, 1848), ovl. Kampen 29-01-1848, otr. Kampen 05-07-1782, tr. Kampen 21-07-1782

 

ANTHONIE VAN DEN BERG, geb. (?), begr. Kampen 13-05-1792, zoon van … van den Berg en …

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Jannegien van den Berg, ged. Kampen (Broederkerk) 16-10-1782.

Hermen van den Berg, ged. Kampen (Bovenkerk) 01-04-1785.

Jannegien van den Berg, ged. Kampen (Buitenkerk) 07-05-1786.

Dievertjen van den Berg, ged. Kampen (Broederkerk) 22-09-1790.

 

Antonie van den Berg is een halve neef van Maria Prins. Hun moeders zijn halfzussen. Voor het huwelijk vragen zij dispensatie aan de Schepenen en Raad van Kampen.

 

Kampen 06-07-1782: Antoni van den Berg en Maria Prins, halve zusters kinderen, verzoeken Schepenen en Raad van Kampen, voor zover nodig, samen in het huwelijk te mogen treden.

Schepenen en Raad van Kampen verlenen de gevraagde huwelijksdispensatie.

 

Den 6den Julij 1782, fol.134.

Op den Requeste van Antoni van den Berg, en Maria Prins, te zamen halve Zusters kinderen, verzoekende, zo verre nodig, dispensatie, om te zamen in Huwlijk te mogen treden, en authorisatie op den Eerw(aarde) Kerkenraad, om de Huwlijks-Proclamatien te mogen doen afgaan.

Was geapost: De ten Requeste verzogte dispensatie word mits dezen aan de Supplianten verleend, en de Eerw(aarde) Nederduitsch Gereformeerde Kerkenraad deezer Stad geauthorizeerd, om aan den zelven de gewoone Huwlijks-Prroclamatien te doen geworden. [157]

 

Kampen 24-10-1782: De ontvanger van het vuurstedengeld van de stad Kampen verzoekt Schepenen en Raad op met namen genoemde personen, onder welke A. van den Berg, achterstallig vuurstedengeld te mogen verhalen door het huis te verkopen.

Schepenen en Raad stemmen in met het verzoek onder de voorwaarde dat de genoemde personen nog vier weken krijgen om het verschuldigde vuurstedengeld te betalen.

 

Den 24 October 1782.

Op de Requeste van G. Herweijer, Collecteur van het Vuurstedengeld der Stad Campen, verzoekende wegens agterstallig vuurstedegeld executie op de huijsen van de navolgende Persoonen.

 

 

A. van den Berg.

 

 

Was geapost: Wanneer de bij Requeste gemelde persoonen op heden en vier weeken hun verschuldigde Vuurstedegeld niet sullen hebben aanbetaaldt, word de Suppliant als Collecteur van het Vuurstegeld der Stad Campen, de executie op derzelver huijzen geaccordeert.[158]

 

Kampen 1795: Bij de volkstelling van 1795 noteerde men dat Maria Prins werkvrouw is, een gezin heeft van drie personen en woont aan de Cellebroersweg-zuidzijde.

 

Het gezin van Maria Prins verkeerde in behoeftige omstandigheden.

 

Kampen 13-02-1797: Maria Prins vraagt Schepenen en Raad van Kampen een bijdrage in de kosten van haar levensonderhoud.

Schepenen en Raad van Kampen laten vijf goudguldens uitkeren.

 

Den 13 Februarii 1797.

Op den Requeste van Maria Prins, wede Anthonij van den Berg, verzoekende onderstand.

Was geapost: De Suppliant word gebeneficeert met 5 goudguldens te betalen door den Ontfanger dezer Stads Domeijnen voor rekeninge van de kamer 1796. [159]

 

Na het overlijden van Anthonie van den Berg en in verband met haar tweede huwelijk reserveert Maria Prins voor elk van haar twee minderjarige kinderen Jannegjen en Dievertjen twee gulden wegens het erfdeel van hun vader.

 

Kampen 14-12-1798: Maria Prins, wed. van Anthonie van den Berg, verklaart voor haar minderjarige kinderen Jannigje en Dievertje te hebben gereserveerd een bedrag van twee gulden elk als vaders erfdeel. Zij belooft te doen zoals een goede moeder betaamt, waarmee de voogden, Gerrit Reufeld en Gerrit Christiaans, instemmen. [160]

 

BS Kampen 12-07-1821: In de akte van het huwelijk tussen Dievertjen van den Berg en Leendert Kok staat dat Antonie van den Berg is ovl. te Kampen en den dertienden Mei zeventienhonderdtweeënnegentig aldaar begraven.

 

Maria Prins otr. Kampen 30-11-1798, hertr.

 

HENDRIK HEKKER, geb. (?), schoenmaker (postume vermelding 1821), ovl. Meppel ca. 1802, zoon van … Hekker en …

 

Uit dit huwelijk is geboren:

 

Antonia Hekker, ged. Kampen (Bovenkerk) 27-10-1799.

 

BS Kampen 12-07-1821: Hendrik Hekker is ovl. te Meppel “voor ruim 19 jaar, ingevolge acte van bekendheid den tienden februarij achttienhonderdeenentwintig””.

 

Kampen 10-02-1821: In de akte van bekendheid staat dat diverse personen “ter instantie van Antonia Hekker jonge dogter wonende te Kampen en uit liefde tot de waarheid, verklaard hebben wel te weeten dat deszelfs Vader Hendrik Hekker, in leven schoenmaker te Kampen woonagtig, overleden is te Meppel, ruim 19 jaar geleden, en van wiens overlyden geene aantekening in de dood-registers, van dien tijd, te vinden is. Gevende de comparanten voor reden van wetenschap dat zy de ouders, van Antonia Hekker, zeer wel gekend hebben, en zig de dood van deze hare Vader, volkomen weten te binnen te brengen.

 

Maria Prins hertr.

 

GERRIT REUSEL, geb. ca. 1749, zonder beroep (1824), ovl. Kampen 17-04-1824, zoon van … Reusel en …

 

BS Kampen 19-04-1824: Gerrit Reusel, oud vijfenzeventig jaren, zonder beroep, weduwnaar van Maria Prins is ovl. Kampen 17-04-1824 in het bovenhuis staande in de Nieuwstraat No 101 W 2.

 

BS Kampen 15-02-1821: Maria Prins, werkvrouw wonende te Kampen, ondertekent de huwelijksakte van Antonia Hekker en Christiaan Pieters.

 

BS Kampen 12-07-1821: Maria Prins, zonder beroep wonende te Kampen, verklaart bij het huwelijk tussen Dievertjen van den Berg en Leendert Kok niet te kunnen schrijven.

 

BS Kampen 07-07-1831: Maria Prins, weduwe van den Bergh, zonder beroep wonende te Kampen, moeder van de bruid verklaart bij het huwelijk tussen Jannegjen van den Bergh en Jan Saul Spendel niet te kunnen schrijven.

                                                  

BS Kampen 31-01-1848: Mietje Prins oud negentig Jaren, geboren te Kampen zonder beroep weduwe van Antonie van den Bergh woont te Kampen. Zij is ovl. Kampen 29-01-1848 in het huis staande in de Groenestraat wijk vier nummer twee honderd zestien.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

06-10-1782: Jannegien, zoon van Antonij v.d. Berg en Maria Prins.

01-04-1785: Hermen, zoon van Antonie van den Berg en Maria Prins.

07-05-1786: Jannegien, dochter van Antoni van den Bergh en Maria Prins.

22-09-1790: Dievertjen, dochter van Antoni van den Bergh en Maria Prins.

27-10-1799: Antonia, dochter van Hendrik Hekker en Maria Prins.

 

 

VIIak ALIDA PRINS (van VIi), ged. Kampen (Bovenkerk) 06-11-1774, naaister (1829), zonder beroep (1858), ovl. Kampen 14-05-1858, otr. Kampen 23-11-1798, tr. Kampen (Broederkerk) 09-12-1798

 

JANNES DE HAAS, geb. ca. ..12-1773, timmerman (1812), ovl. Kampen 25-03-1812, zoon van … de Haas en …

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Zwaantjen de Haas, ged. (geref) Kampen (Bovenkerk) 10-03-1799.

Hermanes de Haas, ged. Kampen (Bovenkerk) 29-03-1801.

Hendrika de Haas, geb. 28-11-1803, ged. Kampen (Bovenkerk) 04-12-1803.

Harmpjen de Haas, geb. 21-07-1806, ged. Kampen (Bovenkerk) 03-08-1806.

Jurjan Arend de Haas, geb. 02-02-1809, ged. Kampen (Bovenkerk) 12-02-1809.

Juriaan Arend de Haas, geb. 10-12-1810, ged. Kampen 23-12-1810.

Geesje de Haas, geb. 10-12-1810, ged. Kampen 23-12-1810.

 

Kampen vóór Kerstmis 1794: Alida Prins doet belijdenis en wordt ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk van Kampen, wijk: Cellebroederskwartier.

 

BS Kampen 26-03-1812: Jannes de Haas is ovl. Kampen 25-03-1812 ten zyne huize Wyk I No 181. Hij is ovl. in den ouderdom van agt en dertig jaren en drie manden.

 

BS Zwolle 22-01-1829: Jannes de Haas is ovl. Kampen 25-03-1812.

 

BS Kampen 15-05-1858: Alida Prins woont te Kampen. Zij is ovl. Kampen 14-05-1858 in het huis, staande op de Burgwal wyk een nummer honderd zesenvyftig. In de overlijdsakte is vermeld weduwe van Johannes de Haas, de ouders van de overledene zyn onbekend.

 

 

VIIam JANNEGIEN (JANNETJE) PRINS (van VIi), ged. Kampen (Bovenkerk) 03-11-1776, ovl. tussen 03-08-1811 en 13-07-1842

 

Zij krijgt een dochter:

 

Geertruij Prins, ged. Kampen (Bovenkerk) 18-04-1802.

 

Kampen 18-04-1802:

 

Geertruij onegt

Moeder Jannegjen Prins

Doopgetuige de Grootmoeder Hendrika van Eem

het kind is ten doop gepraesenteerd

door Johanna Elisabeth Smeding, die in naam

der grootmoeder getuigd heeft.

&nbnbsp;

Johanna Elisabeth Smeding is vroedvrouw in Kampen (1811, 1813).

 

Mogelijk ook:

         &nnbsp;                                

Johanna Prinsspan style="background:yellow;mso-highlight:yellow">, geb. 21-02-1804 of 24-02-1804, ged. Kampen (Bovenkerk) 08-04-1804.

 

Kampen (Bovenkerk) 08-04-1804: ged. Johanna, dochter van Jannigjen Prins, Onegt Geb. 24 feb Doopgetuige Anna Elisabeth Niepes (DTB317). In een ander doopboek (DTB325) staat Gebr 21 Febr.

 

Jannegien Prins otr. Kampen 21-04-1809, tr.

 

OTTO ESSINK, geb. Nieuwenhuis, ca. (?), militair in dienst van keizer Napoleon I (1811), militair ten lande (1813), ovl. tussen 02-07-1813 en 13-07-1842, zoon van … Essink en …

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

 

Janna Essink, ged. Kampen 14-01-1810.

Jan Essink, geb. Kampen 03-08-1811, ged. Kampen 04-08-1811.o:p>

Hendrika Essink, geb. Kampen 02-07-1813.

 

Kampen 21-04-1809: Otto Essink is bij zijn huwelijk jonge man van Nieuwenhuis, geboortig en woonachtig.

 

Het Nederlandse gehucht Nieuwenhuis, bestaande uit slechts twee boerderijen en een paar huizen, lag ten zuiden van het dorp Oterdum. Nieuwenhuis en Oterdum hebben plaats moeten maken voor het Industriegebied Oosterhorn, thans gemeente Delfzijl.

Waarschijnlijk is met Nieuwenhuis bedoeld Neuenhaus, in het district Grafschaft Bentheim van de Duitse deelstaat Nedersaksen, nabij de Nederlandse grens.

Kampen 05-08-1811: “Op heeden den Vyfden augustus achtienhondert en Elf des voormiddags ten Elf uuren zyn voor ons Maire van Kampen arrondissement van Zwol Departement van de monden van den Yssel de functien uitoefenende van Officier Public de L ‘Etat civil erscheenen Johanna Elisabeth Smeding huysvrouw van Johannes Pelters geadmitteerde vroedvrouw oud twee en vyftig Jaren Woonende alhier dewelke geadsisteerd met twee getuygen den Eersten Hendrik Slotman, weever oud veertig Jaren woonachtig alhier en Hendrik van Grafhorst oud ses en dertig Jaren woonachtig alhier en heeft verklaard dat Jannetje Prins wettige Huysvrouw van Otto Essink in kijzerlyke dienst te Alkmaar in guarnizoen leggende oud acht en Twintig Jaren ten huijze van Hendrik Vos woonende alhier in de boven Nieuwstraat Wyk I N 29 op zaterdag den derden augustus laastleeden des  namiddags ten half een uur is bevallen van een kind van het mannelyk geslagt, en dat hetzelve genoemd is Jan Tengevolge van welke verklaring van voornoemde vroedvrouw en getuijgen hebben wy deze acte gepasseerd welke dezelve nevens ons hebben geteekend.

Kampen 06-06-1812: Jan Essink, het kind van Otto Essink genaamd Jan, is ovl. Kampen 06-06-1812 ten zijnen huize Wijk 1 No 18.

Kampen 03-07-1813: “Op heden den Derden Julij agtien honderd dertien des voormiddags ten Twaalf uuren is voor ons, Maire van Kampen, arrondissement van Zwol Departement der monden van den IJssel de werkzaamheden waarnemende  van ambtenaar van den Burgelijken Stand erschenen Johanna Elizabeth Smeding, oud vier en vijftig Jaren, geadmitteerde vroedvrouw dezer stads, geadsisteerd met Jan Leene, oud dertig Jaren Tapper en Jan Willem Hubach, oud veertig Jaren, mandemaker beide wonende alhier dewelke ons heeft verklaard dat Jantjen Prins vrouw van Otto Essink in dienst als militair ten lande den tweeden dezer ’S morgens ten half vyf uuren ten haren huize wijk 4 No 369 is bevallen van een kind van het vrouwelijk geslagt, en dat zij aan hetzelve den naam gegeven heeft van Hendrika ten gevolge van welke verklaring van voornoemde vroedvrouw en getuigen, hebben wy deze acte gepasseerd welke dezelve na voorlezing benevens ons hebben getekend, uitgezonderd de vroedvrouw welke verklaard heeft niet te kunnen schrijven.

Kampen 08-08-1814: Hendrika Essink, het kind van Otto Essink, was genaamd Hendrika, is ovl. Kampen 05-08-1814 ten zijnen huize Wijk 1 No 241.

 

 

 

 

BS Amsterdam 13-07-1842: Janna Essink tr. Bernardus Temmes, ged. (rooms-katholiek) Groningen (Oosterstraat) 10-05-1798, zeeman (1842), zoon van Berend Temmes en Marie Berends.

 

BS Norg 11-01-1850: Johanna Essink is ovl. Veenhuizen (gem. Norg) 10-01-1850. Zij is geb. Kampen, 38 jaar, zonder beroep (1850), voormalige woonplaats Amsterdam, dochter van Johannes Essink en Jansje Prins, wed. van Bernardus Temmes.

 

Het bedelaarsgesticht Veenhuizen

“Vanaf 1818 bouwde de Maatschappij van Weldadigheid enkele kolonies voor arme gezinnen en wezen in het zuidwesten van Drenthe en in het noordwesten van Overijssel: Frederiksoord, Willemsoord en Wilhelminaoord. De Maatschappij van Weldadigheid sloot in 1823 een contract met de Nederlandse regering om 4.000 wezen, 1500 bedelaars en landlopers en 500 gezinnen op te nemen.

Voor bedelaars en landlopers werd in Ommerschans in Overijssel een (straf)kolonie opgericht. Voor de te plaatsen kinderen werden in het Drentse Veenhuizen drie grote gestichten gebouwd. Uiteindelijk werden in het Derde gesticht in Veenhuizen ook bedelaars geplaatst. In 1843 werden de gestichten voor de wezen gesloten. Van 1845 tot 1886 werden in Veenhuizen ook gerepatrieerden uit Nederland-Indië opgevangen die besmet waren met lepra.

In 1859 werden de bedelaarsgestichten Veenhuizen en Ommerschans overgenomen door de rijksoverheid en omgevormd tot strafinrichtingen. Voor het gevangenispersoneel werd er een klein dorp gebouwd, om de inrichtingen heen. In 1890 werd Ommerschans gesloten. Veenhuizen is als gevangenis blijven bestaan.”

 

Janna Essink is overleden ten tijde van een cholera-uitbraak. In 1849 heerst er cholera in het bedelaarsgesticht Veenhuizen. Van de 332 zieken overlijden er 176.

 

In de doopaantekeningen zijn de namen als volgt geschreven:

 

14-01-1810: Janna, dochter van Otto Essink en Jannigje Prins

04-08-1811: Jan, zoon van Otto Essink en Jannetje Prins

 

 

VIIan TIJMEN EVERTS PRINS (van VIk) , geb. Oldebroek 14-07-1768, ged. Oldebroek 17-07-1768, koopman (1811), immeker (1812), bouwman (1821), byenhouder (1828), bijenhouder (1828, 1830), landbouwer (1832), rentenier (1840, 1850), zonder beroep (1853), ovl. Oldebroek 11-02-1853, tr. Oldebroek 06-09-1828

 

DRIESJE VAN LOO, geb. Oldebroek 02-12-1796, landbouwster (1828), zonder beroep (1840, 1850, 1874), ovl. Oldebroek 11-11-1874, dochter van Gerrit Alberts van Loo en Gerritje Hendriks van het IJssel.

 

Oldebroek 02-12-1796: ged. Den 4 Decemb. Driesjen gebor. d. 2 Dec. dochter van Gerrit Alberts en Gerritje Hendriks. Getuige Aaltje Hendriks.

 

Gerrit Alberts van Loo is landbouwer (1828). Gerritje Hendriks van het IJssel is landbouwster (1828).

 

Bolsmerk onder Doornspijk 16-04-1806: Bij het verdelen van de nalatenschap van Thys Jansen en zijn vrouw Aaltje Everts zijn betrokken hun meerderjarige kinderen Betje Thys, Biegje Thys en Jantje Thys en hun minderjarige kinderen Evertje Thys, Hendrikje Thys en Fennetje Thys. Tijmen Everts Prins en Jan Hendriks behartigen bij een verdeling als voogden de belangen van de minderjarige kinderen. [161]

 

Lummermerk onder Doornspijk 28-12-1807: Tijmen Everts Prins en Jan Hendriks behartigen bij een verdeling, na het overlijden van Bijgje Thijs en Hendrikje Thijs, als voogden de belangen van Fennetje Thijs, het minderjarige kind van Thys Jansen en zijn vrouw Aaltje Everts. [162]

 

Tijmen Everts Prins woont in Oldebroek (1811, 1812), in Oldebroek in het Lapstreker rot (1818), in Oldebroek, nr. 117 (1818) en in Oldebroek (1821). Tijmen Everts Prins en Driesje van Loo wonen in Oldebroek (1828), in Oldebroek, Het Dorp 16 (1830), in Oldebroek (1832), in Oldebroek, Dorp nr. 17 (1840), in Oldebroek, Dorp Oldebroek nr. 57 (1850) en in Oldebroek (1853). Driesje van Loo woont in Oldebroek, wijk E nr. 57 (1862) en in Oldebroek (1874). [163]

 

Oldebroek 17-02-1811: Tijmen Prins, geb. 14-07-1768, koopman, woont in Oldebroek, zo blijkt uit het Registre Civique, een bevolkingsadministratie aan het einde van de Franse tijd. [164]

 

Oldebroek 1812: Tijmen Everts Prins, geb. 14-07-1768, immeker, woont in Oldebroek, zo blijkt uit het Registre Civique, een bevolkingsadministratie aan het einde van de Franse tijd.

 

Oldebroek 1818: De gemeente Oldebroek heeft Tijmen Everts Prins ingedeeld in het Lapstreker rot, het rot van rotmeester Jan Alberts. [165]

 

Oldebroek 1818: Tijmen Prins  heeft 1 stuks rundvee jonger dan 2 jaar en 3 stuks rundvee ouder dan 2 jaar. [166]

 

BS Oldebroek 06-09-1828: In een huwelijksbijlage staat Den zeventienden July zeventienhonderd Achtensestig is Geboren Tijmen zoon van Evert Tymens Prins en Beertjen Andries.

 

BS Oldebroek 06-09-1828: Tymen Everts Prins is meerderjarige Zoon van Evert Tymens Prins en Beertje Andries, kleinzoon van Tymen Prins en Elisabeth Aalts van vaderszyde en van moederszyde van Andries Gerrits en Hendrikje Hendriks, allen in leven landbouwers, gewoond hebbende en overleden te Oldebroek.

 

BS Oldebroek 06-09-1828: In een akte van bekendheid staat … Heden den negentienden Augustus een duizend achthonderd achtentwintig, verscheen voor ons Berend Lubbers, plaats vervangend Vrederegter van het Canton Elburg, Arrondissement Arnhem, Provincie Gelderland bij ongesteldheid van den Heer Vrederegter denzelven Vervangende, geädsisteerd met onzen griffier Tijmen Prins, van beroep bijenhouder wonende te Oldebroek, te kennen gevende voornemens te zijn zich ten huwelijk te begeven, en daarbij nodig heeft te overleggen de acten van overlijden zijner moeder en van zijne grootouders uit beide Linien, doch dat hem zulks onmogelijk is, aangezien er van het overlijden dier persoonen geene aanteekening ervintelijk is, waarom hij zulks door eene acte van bekendheid door ons afgegeven wenschte te doen vervangen ten welken einde hij voor ons deed verschijnen de navolgende personen als; Gerrit Stouwdam rentenier, Jan Ledeboer, Reijnders, Schilder, Hendrik Lapstreek, rentenier en Jan Schrijver, koopman, alle wonende te Oldebroek, en van competente ouderdom, de welke personen ter requisitie als boven en uit liefde tot de waarheid hebben verklaard dat het hun wel bekend is dat Beertje Andries moeder, Tijmen Prins en Elizabeth Aalts, grootouders uit de vaderlijke Andries Gerrits en Hendrikje Hendriks Grootouders uit de moederlijke linie van den requirant, alle gewoond hebbende te Oldebroek, voor meer dan veertig jaren in die Gemeente zijn overleden. Gevende comparanten voor reden van wetenschap dat zij de voormelde personen alle in persoon gekend hebben, dat zij dezelve meermalen hebben ontmoet en dat hun lieder dood en begravenis dewelke zij zich nog duidelijk herinneren als eene wereldkundigen zaak algemeen bekend is. Van welke verklaring wij deze acte van bekendheid hebben opgemaakt en aan de comparanten voorgelezen, waarna dezelve door de comparanten ons, en onzen griffier geteekend is, zullende deze acte na behoorlijk te zijn geregistreerd en Brevet aan den requirant worden uitgereikt. …

 

Tijmen Everts Prins en Driesje van Loo zijn gereformeerd (1830), protestant (1840), Nederlands-Hervormd (1850). Driesje van Loo is Nederlands-Hervormd (1862). [167]

 

Tijmen Everts Prins is begr. 16-02-1853 op begraafplaats “de Gemeente-erf ” aan de Zuiderzeestraatweg in Oldebroek, derde klasse. Driesje van Loo is daar begr. 16-11-1874, derde klasse.

 

 

VIIao WEIMTJE DRIES (WIJMPJE DRIES, WIJMPTJE DRIES, WEINTJE DRIES, WIJMTJE DRIES) PRINS (van VIm), geb. Oldebroek 04-10-1774, ged. Oldebroek 09-10-1774, landbouwster (postume vermelding 1835), ovl. Oldebroek 06-06-1806, begr. Oldebroek 08-06-1809, otr. (schoutambt) Oldebroek 11-04-1800, tr. Oldebroek 04-05-1800

 

GIJSBERT REIJERS (GIJBERT REIJERSZ, GIJSBERT REIJERSZOON, GIJSBERT REYERS, GIJSBERT RIJENS) HAGEDOORN, ged. Elburg 18-11-1770, bouwman (1823), landbouwer (postume vermelding 1835), ovl. Oldebroek 25-01-1814, zoon van Reijer Gijsberts Hagedoorn en Neeltjen Everts Vinke.

 

Uit dit huwelijk zijn geboren:

Elizabeth (Gijsberts) Hagedoorn, geb. Oldebroek 29-01-1801, ged. Oldebroek 01-02-1801.

Neeltje Hagedoorn, geb. Oldebroek 05-02-1804, ged. Oldebroek 12-02-1804.

Dries Hagedoorn, geb. Oldebroek 27-04-1806, ged. Oldebroek 04-05-1806.

 

Elburg 18-11-1770: ged. Giesbert, zoon van Reijer Giesberts en Neeltje Everts.

 

Weimtje Dries Prins woont in Oldebroek (1800). Gijsbert Reijers Hagedoorn woont in Elburg (1800).

 

Oldebroek 10-04-1800: Een doopattest wordt verstrekt aan Weimtje Dries Prins kennelijk ten behoeve van haar ondertrouw en huwelijk. [168]

 

Oldebroek 11-04-1800:

 

Compareerden voor Hend? Heijmensz en W: Jansze CommisSarien van Huwel: Zaken en voor J de Hen Secrets te Oldebroek

 

1800; 11 April
Bruydegom; Giesbert Reijersz  J:M: gebor: te Oosterwolde en Wonendeonder de Vrijheid van Elburg was gedoopt te Elburg den 18 Novemb: 1770
Bruid; Weimtje Dries, J.D. gebor: en Wonenden te Oldebroek was geb: den 4 Octob: 1774
Getuijgen; Neeltjen Everts moeder van de Bruijdegom & Lutjen Everts moeder van de Bruid
1ste gebod; 13 April
2de gebod; 20 April
3de gebod; 27 April
Solemnisatie; op den 4 Maij 1800 te Oldebroek kerklijk voltrokken

 

Oldebroek 04-05-1800:

 

4 Maij. Zyn hier in den Echten Staat bevestigd Gijsbert Reijersz J: M. geboren en wonende onder Elburg. en Weimtje Dries, J: D. Geboren en wonende te Oldebroek. op adtest van den Secret. J: de Hen, d: d. 3 Maij 1800. dat de Zelve op den 11 April 1800. alhier in Wettigen  ondertrouw genomen en den drie Huwelijks geboden onverhinderd ergaan Zijn. Zo hier als In Elburg. Hier van adtest gegeven d: 5 Maij 1800.

 

Weimtje Dries Prins en Gijsbert Reijers Hagedoorn zijn neef en nicht. Hun beider grootouders zijn Evert Everts en Weijmtje Gerrits.

 

Oldebroek 04-06-1802: Weimtje Dries Prins doet belijdenis en wordt ingeschreven als lid van de Gereformeerde Kerk van Oldebroek.

 

Oldebroek 06-06-1809: ovl. 6 dato [Junij] Wijmptje Dries. H v Gijsbert Reijersz 34

 

BS Oldebroek 26-01-1814: Gysbert Reyers is ovl. Oldebroek 25-01-1814 binnen deze gemeente op ’t Eek.

 

BS Elburg 28-10-1823: Elizabeth Gijsberts Hagedoorn, echtgenote van Engbert Kruithof, dochter van Gijsbert Reijerszoon Hagedoorn, bouwman, en Wijmptje Dries Prins, is ovl. Elburg 26-10-1823.

 

BS Oldebroek 23-05-1835: Neeltje Hagedoorn tr. Cornelis Stange. Neeltje Hagedoorn is “meerderjarige dochter van wylen Gysbert Reyersz die volgens verklaring van partyen en getuigen steeds den familienaam Hagedoorn heeft gevoerd en van wylen Weimtje Dries (Prins) in leven landbouwers alhier kleindochter van vaderszyde van wijlen Reier Gysberts en Neeltje Everds, van moederszyde van wylen Dries Prins en Lutgertje Everdse allen in leven landbouwers alhier.”

 

BS Oldebroek 23-05-1835: Als huwelijksbijlagen zijn o.a. overgelegd:

 

een uittreksel uit het overlijdensregister van Oldebroek waarin staat: “Op den zesden der maand Junij des jaars een duizend achthonderd negen, is overleden Wymtje Dries Prins, huisvrouw van Gijsbert Reyersz.”

 

een uittreksel uit het overlijdensregister van Oldebroek waarin staat: “Bij vonnis der regtbank van eersten aanleg te Arnhem van den zevenden Augustus achttien honderd zestien, is verstaan te zijn bewezen dat Op den vyfentwintigsten der Maand Januarij, des jaars een duizend achthonderd en veertien is overleden Gysbert Reyers.”

 

een brevet van 09-05-1835, opgemaakt door de notaris te Doornspijk, waarin staat dat o.a. Tymen Prins, bijenhouder, verklaart “dat zij zich nog zeer wel herinneren dat de personen van Reyer Gysberts en Neeltje Everts die geweest zijn grootouders uit den vaderlyken linie van Neeltje Hagedoorn, landbouwster te Oldebroek, wel wetende dat die personen voor meer dan veertig jaar te Oldebroek zyn overleden, gevende voor rede van wetenschap dat zij dezelve personen zeer goed gekend hebben en zich hunlieden dood en begrafenis nog kunnen voorstellen”.

 

 

Noten bij Generatie VII

1. Kamperveen 25-10-1722: den 25 october Reynd Jansz laaten doopen syn dogter Grietje, waarvan moeder is Petertje Helmichs. aan de noordvendige. Kamperveen 19-11-1724: den 19 november heeft Reijnd Jans laaten doopen syn dogter Neeltje waarvan moeder is Petertje Helmichs, woonende aan den noordwendigen. Kamperveen 30-10-1729: Den 30. october heeft Reynd Jans aan den noordwendigen laaten doopen syn dogter Jannetje waarvan moeder is Petertje Helmichs. Kamperveen 20-01-1732: den 20 Januari heeft Reijnd Jansz  laaten doopen syn dogter Geertje, waarvan moeder is Petertje Helmichs aendenoordwend. Kamperveen 12-12-1734: den 12 December heeft Reijnd Jansz aan de noordwendigen laaten doopen syn dogter hendrikje waarvan moeder is Petertje Helmichs. Kamperveen 24-08-1738: Den. 24 August. heeft Reynd Jansz laaten doopen syn soon Helmich, waarvan moeder is Petertje Helmichs aan den noordwende. Kamperveen 19-02-1741: ged. en Reynd Jansz syne dogter Claasje waarvan moeder is petertje Helmichs mede aan de nooddwendige.

2. Kamperveen 08-04-1765: Jannetje. Reine Jans en Geertje Beerts Echtelieden en Ledematen deser Gemeente hebben op den 8 April hunnen Dogter Jannetje laten dopen. Kamperveen 04-05-1766: Grietje. Reine Jans en Geertje Beerts Echtelieden en Ledematen deser Gemeente hebben op den 4den Maij hunne Dogter Jannetje laten dopen. Kamperveen 06-09-1770: Evert. den d 6 September hebben Rein Jans en Geertjen Beers hare soon laten dopen genaamt Evert. Kamperveen 13-06-1773: Jan. d 13 Junij hebben Jan Jans en Geertien Beers haren soon Laten dopen genaamt Jan.

3. D. Otten, Oude namen in Oldebroek (Oldebroek 1996) 35.

4. Kamperveen 19-01-1777: ged. Peter, zoon van Aalt Peters en Hindrikje Beers, EchteL. op t Zuidt Eynde. Kamperveen 05-09-1779: ged. Evert, zoon van Aalt Peters Custos en Hendrikje Beerts, EchteL. op t Zuidt Eynde, geboren d’1 Sept. Kamperveen 21-10-1781: ged. Hendrik, zoon van Aald Peters Custos en Hindrikje Beers, Echtel. op t ZuidEijnde. Kamperveen 18-01-1784: ged. Brand, zoon van Aaldt Peters Custos en Hendrikje Beerts, Echtel. op t ZuidEynde. Kamperveen 12-10-1788: ged. Dirk, zoon van Aalt Peters en Hendrikje Beerts, Echtel. op t SuidEynde.

5. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 255.

6. Rechterlijk Archief Kampen 104, fol. 48.

7. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 29.

8. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 314.

9. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 255.

10. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1791-1802 door H. Fikse, 1999-2003, fiche 281: “Verschenen Gerrit Snel en Willempje Hendriks echtel. Jochem Hendriks Hillebrands en Annigje Aalts Prins echtel. Hendrik Jans Winter en Swaantje Gerrits echtel. en Peter Jans Winter verklaren voor f 206,- te hebben verkocht aan Rijk Jansen Roseboom en Marrigje Beerts echtel. een half mudde "de Galgenakker" gen. waaraan oost en zuidw Jan Willems Boerendans westw Jacob Jansen van de Zandweg en J.W. Boerendans en noordw de weg gelandet is get 29 april 1799

11. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1803-1810, kerspel Oosterwolde, door H. Fikse, 2002, fiche 395: “Verschenen Jochem van de Bosch en Annetje Prins echtel. en Gerrit Snel en Marrigje Hendriks echtel. verkopen voor f450,- aan Timen Klaas Smit en Fennigje Gysberts echtel. een mudde zaailand waaraan oostw Styntje Gysberts, westw Andries Willems, zuidw Beertje Willems en noordw koper zelf gelandet is … get 6 oct 1799

12. Notarieel Archief Kampen, inv. I-570, nr. 1130, d.d. 24-07-1819 (notaris mr. G.J. van Wijhe).

13. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 177.

14. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 178.

15. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 178.

16. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 178.

17. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 U. 2 jan. 1804 – 4 apr. 1809. Inv. nr. O.A. 211, fol. 165v.

18. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 178.

19. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 153.

20. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 156.

20a. Nieuw Archief Kampen, Register van notulen van de Raad 20-01-1826 – 11-10-1828, inv.nr. 01.1.8, fol. 144, 19 december 1826. Voor een transcriptie zie Bronnen bij Generatie VII. Niet vermeld bij J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998).

21. Tekst overgenomen uit/ontleend aan: Frits David Zeiler, 1825: de “vergeten” watersnood in: Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis 16 (2007) 1, 19-26.

22. J. ter Pelkwijk, Beschrijving van Overijssels Watersnood, in Februarij 1825 (Zwolle 1826; beredeneerde heruitgave Kampen 2002), 168-178.

23. Notarieel Archief Kampen, inv. I-560a, nr. 22, d.d. 12-04-1811 (notaris mr. F.L. Rambonnet).

23c. Nieuw Archief Kampen, Register van notulen van de Raad 20-01-1826 – 11-10-1828, inv.nr. 01.1.8, fol. 117 en fol. 144, 19 december 1826. Voor een transcriptie zie Bronnen bij Generatie VII.

23d. Nieuw Archief Kampen, Register van notulen van de Raad 20-01-1826 – 11-10-1828, inv.nr. 01.1.8, fol. 220, 221, ca. juni 1827. Voor een transcriptie zie Bronnen bij Generatie VII.

23e. Nieuw Archief Kampen, Register van notulen van de Raad 20-01-1826 – 11-10-1828, inv.nr. 01.1.8, fol. 220, 221, ca. juni 1827. Voor een transcriptie zie Bronnen bij Generatie VII.

23f. [105157724], NCRD, Nationaal Gevangenismuseum.

23g. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Image of rijksmonument number 41746, Huis van Bewaring - Spinhuis - gevangenis: Interieur, detail van buitenzijde van deur van cachot, met beslag en grendels.

23h. Ontleend aan Historisch Centrum Overijssel, Strafinrichtingen in de provincie Overijssel, Inventaris, Zwolle, beschrijving; archieftoegang 0127, inleiding onder 1.08.14.

23i. Nieuw Archief Kampen, Register van notulen van de Raad 20-01-1826 – 11-10-1828, inv.nr. 01.1.8, fol. 299, ca. maart 1828. Voor een transcriptie zie Bronnen bij Generatie VII.

24. Rechterlijk Archief Kampen, 104, fol. 284v.

24a. Kadastrale Atlas 1832. Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel der grond-eigenaren en der ongebouwde en gebouwde vaste eigendommen, benevens van derzelver inhouds-grootte, klassering en belastbaar inkomen, volgens het kadaster. Grafhorst, sectie A genaamd de Grafhorst, nrs. 85 en 86: Jan Jacobusz. Prins woont in Grafhorst.

24b. Kadastrale Atlas 1832. Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel der grond-eigenaren en der ongebouwde en gebouwde vaste eigendommen, benevens van derzelver inhouds-grootte, klassering en belastbaar inkomen, volgens het kadaster. Grafhorst, sectie A genaamd de Grafhorst, nrs. 85 en 86.

25. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 317.

26. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 41.

27. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 41.

28. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 41.

29. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 233, 234.

30. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 91.

31. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 35.

32. Frits David Zeiler, 1825: de ‘vergeten’ watersnood in: Tijdschrift voor Waterstaatsgeschiedenis 16 (2007) 1, 19-26, aldaar 22-23.

33. Nieuw Archief Kampen, Stedelijke Rekeningen.

34. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 258.

35. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 U. 2 jan. 1804 – 4 apr. 1809. Inv. nr. O.A. 211, fol. 84v.

36. BS Kampen 28-12-1811: Gerrit Prins woont op het Haatland N. 50. De naam van Hendrina Gerrits Bouwmeester is geschreven als HerMiena Bouwmeester. Willem Prins is geb. Kampen 26-12-1811. BS Kampen 18-04-1814: Willem Prins is ovl. Kampen 17-04-1814 ten zynen Huize wyk 3 L. D no. 31. BS Kampen 14-05-1814: Gerrit Prins woont op het kamper Eiland, No 16. De naam van Hendrina Gerrits Bouwmeester is geschreven als Hendrina Gerritsen Bouwmeester. Willemina Prins is geb. Kampereiland (gem. Kampen) 12-05-1814 ten zijnen huize op het kamper Eiland, No 16. BS Kampen 31-01-1817: Gerrit Aaltsen Prins woont onder Kampen. De naam van Hendrina Gerrits Bouwmeester is geschreven als Hendrina Bouwmeester. Elizabeth Prins is geb. Kampen 30-01-1817. BS Kampen 25-05-1818: Gerrit Prins woont op het kamper Eiland. Elizabeth Prins woont op het Eiland. Zij is is ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 24-05-1818 ten huize van den vader staande op het Eiland No. 16. BS Kampen 13-04-1819: Gerrit Aaltzen prins, Landman oud vier en vijftig Jaren wonende in deze gemeente is ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 10-04-1819 ten zijnen huize staande op het kamper Eiland No. 33.

37. Notarieel Archief Kampen, inv. I-565, nr. 366, d.d. 01-11-1814 (notaris mr. G.J. van Wijhe).

38. Notarieel Archief Kampen, inv. I-567, nr. 612, d.d. 17-06-1816 (notaris mr. G.J. van Wijhe).

39. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 83.

40. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 84.

41. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 84.

42. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 97.

43. Notarieel Archief Kampen, inv. I-573a, nr. 1624, d.d. 30-04-1823 (notaris mr. G.J. van Wijhe).

44. J. ter Pelkwijk, Beschrijving van Overijssels Watersnood, in Februarij 1825 (Zwolle 1826; beredeneerde heruitgave Kampen 2002), 174.

45. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 84.

46. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 15, 16.

47. Rechterlijk Archief Kampen 104, fol. 222v.

48. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 173.

49. BS Kampen 27-08-1818: Volgens een uittreksel uit het Doodboek van de Buitenkerk der Stad Kampen is Mense Sellis begr. Kampen (Buitenkerk) 13-11-1807. BS Kampen 16-12-1819: Volgens een uittreksel uit het Doodboek van de Buitenkerk der Stad Kampen is Mense Sellis begr. Kampen (Buitenkerk) 13-11-1807. BS Kampen 23-08-1821: Volgens een uittreksel uit het Doodboek van de Buitenkerk der Stad Kampen is Mense Sellis begr. Kampen (Buitenkerk) 13-11-1807.

50. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 173.

51. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 173.

52. Rechterlijk Archief Kampen 105, fol. 309.

53. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 193.

54. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 326.

55. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 182.

56. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 182.

57. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 182.

58. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 182.

59. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 322.

60. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 322.

61. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 246.

62. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 U. 2 jan. 1804 – 4 apr. 1809. Inv. nr. O.A. 211, fol. 84.

63. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 U. 2 jan. 1804 – 4 apr. 1809. Inv. nr. O.A. 211, fol. 85.

64. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 U. 2 jan. 1804 – 4 apr. 1809. Inv. nr. O.A. 211, fol. 148v.

65. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 262.

66. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 96.

67. BS Kampen 15-03-1813: Jan Prins woont in de Gemeente Kampen. Jantien Prins is geb. Haatland, Kampereiland (gem. Kampen) 13-03-1813 ten zijnen huize op het haatland no 59. BS Kampen 14-07-1818: Jan Prins woont op het haatland, gemeente Kampen. Aalt Prins is geb. Haatland, Kampereiland (gem. Kampen) 11-07-1818 op het haatland. BS Kampen 09-06-1825: Jan Prins woont in deze Gemeente. BS Kampen 17-04-1827: Jan Prins woont alhier. Kadastrale Atlas 1832. Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel der grond-eigenaren en der ongebouwde en gebouwde vaste eigendommen, benevens van derzelver inhouds-grootte, klassering en belastbaar inkomen, volgens het kadaster. Kampen, sectie C genaamd De Kerk, nr. 51: Jan Prins woont op het Kampereiland. BS Kampen 18-06-1835: Jan Prins woont alhier. BS Kampen 26-05-1836: Jan Aalts Prins en Niesjen Lubbers wonen alhier. BS Kampen 03-10-1836: Jan Prins woont op het Eiland. BS Kampen 19-01-1839: Stientje Prins woont op het Eiland. Zij is ovl. Kampereiland (gem. Kampen) 19-01-1839 in het huis staande op het Eiland D. nummer vijftig. BS Kampen 27-05-1839: Jan Prins woont op het eiland/te Kampereiland. Hij is ovl. Kampereiland (gem. Kampen 27-05-1839) in het huis staande in de gemeente Kampen op het Eiland wyk D nummer een envijftig.

67a. Kadastrale Atlas 1832. Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel der grond-eigenaren en der ongebouwde en gebouwde vaste eigendommen, benevens van derzelver inhouds-grootte, klassering en belastbaar inkomen, volgens het kadaster. Kampen, sectie C genaamd De Kerk, nr. 51.

68. Notarieel Archief Kampen, inv. I-554a, nr. 3151, d.d. 21-03-1838 (notaris mr. F. Rambonnet).

69. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 96.

69a. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 67, aldaar genoemd Niesje Lubberts Vos.

70. Notarieel Archief Kampen, inv. I-558b, nr. 4079, d.d. 04-08-1842 (notaris mr. F. Rambonnet).

71. Vgl. J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 246: Niesje Lubberts van de Weerd; J. Grooten, Pachters van de stadserven op het Kampereiland 1432-1998 (Kampen 1998) 22, 67, 96, 235, 328: Niesje Lubberts Vos.

72. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1777-1790 door H. Fikse 1996-2003, fiche 212: Compareerde Aart Berents Gerrigje Berents geass. met Gerrit Gerrits en Griete Hendriks, Hendrik Jans en Jentje Goosens en Jan Mulder en Hendrik Gerriots als voogden over de minderjarige kinderen van Gerrit Berents verkopen voor f 170,- aan de wed. Dries Berents een half mudde zaailand in de "Brand" waaraan oostw Eibert Jacobs en westw kopers zelf gelandet zijn . Dezelfden verkopen voor f 260,- aan Hendrik Gerritsen een mudde zaailand waaraan oostw Jan van Loon en westw Wientjeswegje gelandet is .Dezelfden verkopen voor f 330,- aan Frederik Cornelis en Jentje Aarts echtel 3 schepel in het Oostendorp waaraan oostw Aart Berents en westw Gerrigje Berents gelandet is get 24 jan 1783

73. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1777-1790 door H. Fikse 1996-2003, fiche 212: “Verschenen Frederik Cornelis en Jentje Aarts echtel. lenen f 600,- van Aart Berents en Jacobje Gerrits echtel. onderpand hun huis staande op een akker zaailand op Aart Berents grond en een akker zaailand aan de Winterdijk van Dries Berents aangekocht get 24 jan 1783”

74. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1777-1790 door H. Fikse 1996-2003, fiche 212: Verschenen Jacobus Gerrits Prins en Geertruid Gerrits echtel. lenen f 150,- van de minderjarige kinderen van Gerrit Berents met namen Hendrik en Dirk Gerrits onderpand een huis hof berg en schuur met de zaai en weilanden door hun zelf bewoont "de Hof ter Eekt" gen. get 12 febr 1783

75. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1777-1790 door H. Fikse 1996-2003, fiche 216: “Op heden een magescheid gesloten tussen Jan Berends Mulder en Hendrik Gerritsen als voogden over de onmondige kinderen van Gerrit Berendsen bij Geertuid Gerrits in echt verwekt met namen Dirk en Hendrikje Gerrits en de 2 mondige kinderen Gerrit Gerritsen (Puttenstein) en Aaltje Lens echtel. en Jantje Gerrits ten eenre en Cobus Gerritsen Prins wed en boedelhouder van wijlen Geertruid Gerrits ten andere zijde over de ongerede goederen door Gerrit Berendsen nagelaten
Het eerste lot gevallen op de kinderen van Gerrit Berendsen betreft 4 schepel aan de tochtsloot f 400.- de nieuweweg weg langs de tochtsloot f 150,- een halve bakoven f 2,10 hier moet bijkomen f 21,- maakt f 573,-
2e lot het "Klaverkampje" aan de westkant van de nieuwe weg f 250,- 1/5 in een kamp van 7 gresen in Lummermerk f 345,- maakt f 595,- aan het 1e lot uitkeren f 21,- maakt f 573,-
in 5 portie te verdelen maakt f 114,- enz enz.
Vervolgens dat leengoed verleent op Gerrit Gerritsen (Puttenstein) als oudste zoon en dat Gerrit Berendsen dat zelfde leen bewoond heeft dus moet hij daarvoor f f 684,- aan de anderen uitkeren enz enz. verder volgt een uitgebreide omschrijving der verdere verdeling get 7 juni 1786

76. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1777-1790 door H. Fikse 1996-2003, fiche 216: “Wij Gerrit Gerritsen (Puttenstein) en Aaltje Lens (van de Kamp) echtel bekennen schuldig te zijn aan de 2 onmondige kinderen van Gerrit Beertsen bij Geertruid Gerrits in echt verwekt volgens contract aan Dirk Gerritsen f 395,- en aan Hendrik Gerritsen nog f 250,- en een obligatie van f 150,- die Cobus Prins had opgenomen enz enz. get 16 april 1788”

77. D. Otten, Oude namen in Oldebroek (Oldebroek 1996) 35.

78. Doornspijk 20-10-1776: ged. 20 Octobr. Gerrit zoon van Kobes Gerrits en Geertruitje Gerrits. Getuigen Kobes Gerrits Gebooren 17 October. Doornspijk 02-11-1777: ged. 2 Novbr.  Gerrit zoon van Jacobus Gerrits. en Geertruitje Gerrits. Getuigen Jacobus Gerrits Gebooren 31 October. Doornspijk 28-02-1779: ged. 28 Febr. Gerrit zoon van Jacobus Gerrits en Geertruid Gerrits. Getuigen Jacobus Gerrits Gebooren 23 Februari. Doornspijk 02-09-1781: ged. 2 Septbr: Maaij dogter van Kobes  Gerrits en Geertrui Gerrits. Getuigen Kobes Gerrits Gebooren 28 aug.

79. Zie noot 74.

80. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1777-1790 door H. Fikse 1996-2003, fiche 212: Verschenen Evert Diesmers en Griertje Everts echtel. lenen f 300,- van Marten Reiersen onderpand hun 2 mudde "het Haenkampje" en "de Entenakker" gen bij de Hof ter Eekt gelegen waaraan oost en noordw het erve van Cobus Prins op woont zuidw het erf van burgem Barneveld en westw wijlen juffr Wolfsen gelandet is get 20 febr 1783”

81. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1777-1790 door H. Fikse 1996-2003, fiche 243:

Verschenen Cobus Gerrits Prins leent f 200,- van Goosen Hendriks onderpand zijn 4 gresen in Bolsmerk waaraan oostw ritm. Julien, westw G. Roseboom gelandet is get 8 febr 1783”

82. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1777-1790 door H. Fikse 1996-2003, fiche 245: Verschenen Marrigje Tijmens wed. van Jan Nagelhoud geass. Met haar zoons Harmen Nagelhoud en Maria Hendriks echtel. en Gerrit Nagelhoud en Petertje Everts echtel. verkopen voor f 850,- aan Hendrik Jansen Ramaker een kamp weiland groot 5 gresen waaraan oostw de secret. Toewater, zuidw Kobus Prins,westw de heer A. Brouwer en Jan Vinke en noordw de diaconie van Elburg gelandet is get 8 febr 1790

83. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1777-1790 door H. Fikse 1996-2003, fiche 226: “Op heden een magescheid opgericht tussen Geertruid Cornelis wed. van wijlen Gerrit Tijmens Prins geass. met Arend Jacobs ten eenre en Klaas Wolters als vader en voogd van zijn 3 minderjarige kinderen Tijmen Gerrit en Harmpje bij wijlen Elisabeth Gerrits Prins en echt verwekt benevens Cobus Gerrits en Geertruid Gerrits echtel.
Zijnde gemelde wijlen Elisabeth en Cobus kinderen uit het eerste huwelijk van Gerrit Tijmens Prins en Stijntje Gerrits in leven destijds echtel
Voorts Geertje Gerrits Prins geass. met Reier Gijsberts benevens Cobus en Gosen Prins als voogden over Jan Gerrits Prins onmondige zoon uit zijn 2e huwelijk bij wijlen Aaltje Jansen verwekt waaruit de meerderjarige Geertje ook gesproten is
Dan nog Jan Willems Kragt en Evert Prins als voogden over Tijmen Hilligje en Evertje Gerrits Prins kinderen uit zijn 3e huwelijk met Geertruid Cornelis ten andere zijde
De waarde van de boedel bedraagt f 755,- waarvan de eersten de helft is f 311,- en de gezamelijke verdere erfgenamen de wederhelft is f 377,- en ieder kind f 53,- ontvangt
Uit het ongerede ontvangt Geertruid f 680,- en wordt de verdere verdeling uitvoerig beschreven”

84. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1803-1810, kerspel Oosterwolde, door H. Fikse, 2002, fiche 418: Magescheid gesloten tussen Harmen, Berend, Hendrik, Dirkje en Klaas Wolters en Evert Schryver en Hendrikje Wolters nagelaten kinderen van Wolter Harms en Geertje Klaas in leven echtel. over de ouderlyke boedel bestaande uit 6 gresen op de Stouwe get. op f 800,- 6 gresen in Lummermerk get. op f 800,- en 6 gresen in de Zyen get. op f 500,- alles tesamen f 4900,- welke aan Harmen, Berend, Hendrik en Dirkje Wolters toebedeelt get. te Oldebroek 4 aug 1784

85. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1777-1790 door H. Fikse 1996-2003, fiche 223: Verschenen Cobus en Jan Gerrits Prins en Gerbrig Lubbertsen en Geertje Gerrits Prins echtel. verkopen aan Claas Wolters Smit en Geertje Aalts echtel. voor f 133,- een half mudde zaailand het "Vissersakkertje" gen. gelegen op de Streek hun aangekomen van Elisabeth Gerrits Prins waaraan noord en oostw de wed. Jacob Diesmers, zuidw burgem. Barneveld en westw G. Veldkamp gelandet is get 19 mei 1788

86. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1803-1810, kerspel Oosterwolde, door H. Fikse, 2002, fiche 409: Magescheid gesloten tussen Klaas Wolters Smit getrouwd geweest met Geertje Aalts ten eenre en Jan Aaltsen als momber over de minderjarige kinderen Fennetje, Annetje, Aaltje en Stijntje Gijsberts alle kinderen die Geertje Aalts bij haar man Gijsbert Hendriks heeft verwekt ten andere zijde over al het ongerede dat wijlen Gijsbert Hendriks heeft bezeten
Aan Klaas Wolters Smit toebedeelt 4 gresen in 6 gresen waarvan Gerritje Jans 2 gresen toebehoren gelegen in het Noordermerk over de grotewoldweg
Verder 2/3 parten van 3 ½ gres in 7 gresen waarvan 1/3 toebehoort Gerritje Jans en de andere 3 ½ aan de wed. Lens Hendriksen gelegen Noord buitendijks aan het buitendijks woldwegje
Aan Fennetje Gijsberts en Tijmen Klaas Smit echtel toebedeelt 5 schepel zailand op het Hooge "de Klinker" gen. en de helft van de Riethaare aan de Kleineweg
Aan Annetje Gijsberts de helft van het erfje aan de Zwarteweg waarvan de andere helft aan Fennetje is toebedeelt en 3 schepel "de Klinker" gen.naast de 5 schepel van Fennetje
Aan Aaltje Gijsberts 3 schepel op het Hooge bij het "Ottersnest" en een half mudde waaraan oostw de Kleineweg en noordw Jan Berends Mulder gelandet is en 4 gresen in Lummermerk
Aan Stijntje Gijsberts 4 gresen in Lummermerk waaraan noordw Jan Willems Kragt en een mudde op het Hooge "de Klinker" gen.waarmede partijen in vriendschap gescheiden zijn 16 mrt 1796

87. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1803-1810, kerspel Oosterwolde, door H. Fikse, 2002, fiche 409: Magescheid gesloten tussen Klaas Wolters Smit getrouwd geweest met wijlen Elisabeth Gerrits Prins ten eenre en Gerrit Cobussen Prins ten andere zijde over het ongerede dat Cobus en Elisabeth van hun vader Gerrit Tijmensen Prins hebben geerfd
Aan Klaas Wolters Smit toebedeelt 1 ½ morgen weiland aan de Zwarteweg onder Oldebroek
Aan Gerrit Cobussen Prins 4 gresen in de Wenden kort bij "Stoltenberg" waarmede partijen in vriendschap zijn gescheiden den 17 oct 1799”

88. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1791-1802 door H. Fikse, 1999-2003, fiche 281: Voor ons Jacob Veldkamp en Jan Gerrits Blaauw als gecommitteerden en de leden Hendrik Beertsen en Claas Woltersen als kerkmeesters te Oldebroek verkopen voor f 400,- aan Gerrit Piper en vrouwe Schultz echtel. 2 1/2 schepel zaailand onder Apperloo get 11 nov 1800

89. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1803-1810, kerspel Oosterwolde, door H. Fikse, 2002, fiche 383Verschenen Claas Wolters Smit verkoopt voor f 210,- aan Dries Cornelissen en Lammertje Gerrits echtel. een 1/2 mudde zaai-land waaraan oostw de wed. Jacob Diecemers, westw Gerrit Veldkamp, zuidw Mr A.Raedt met de uitweg over 't land van G.Veldkamp en het land van koper zelf get. 24 nov 1803

90. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1777-1790 door H. Fikse 1996-2003, fiche 212: ”Een magescheid gemaakt tussen de kinderen van wijlen Gerrit Tijmens Prins en Geertje Everts in leven echtel. aan Jan Gerritsen Prins aanbedeelt een mudde zaailand kort bij de "Gansenberg" naast de hof van Peter van Huiken waartegen aan Gerbrig Lubberts en Geertje Gerrits Prins wordt toegedeelt een mudde mede daargelegen het noordermud van het voorschreven mud afgedeelt get 4 april 1782”

91. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1777-1790 door H. Fikse 1996-2003, fiche 212: Verschenen Gerbrig Lubberts en Geertje Gerrits echtel. verkopen voor f 350,- aan Eimert Jacobs een mudde zaailand op de "Scholtenenk" waaraan oostw burgem Sels en westw Beert Gerrits gelandet is get 22 jan 1783

92. Zie noot 85.

93. Doornspijk 09-11-1777: ged. 9 Novbr. Gerrit zoon van Gerbrichs Lubbers en Geertjen Gerrits. Getuigen Gerbrich Lubbers. Gebooren 4 November. Doornspijk 09-01-1780: ged. 9 januari Lubbert zoon van Gerbrigs Lubbers en Gerrigjen Gerrits. Getuigen Gerbrig Lubbers. Gebooren 4 Januari. Doornspijk 28-10-1781: ged. 28 Octobr. Aaltjen dogter van Gerbrigs Lubbers en Geertjen Gerrits. Getuigen Gerbrig Lubbers. Gebooren 20 October. Doornspijk 15-02-1784: ged. 15 Febr. Hannes. zoon van Gerberigs Lubbers en Geertjen Gerrits. Getuigen in het oldebroek op mijne permissie gedoopt. Gebooren 13 Februari. Doornspijk 05-08-1787: ged. 5 Aug. Eijbertjen Dogter van Gerbrigs Lubbers en Geertjen Gerrits. Getuigen Gerbrig Lubbers. Gebooren 3 Aug. Doornspijk 24-01-1790: ged. 24 Januari Aaltjen dogter van Gerbrig Lubberssen en Geertjen Gerrits. Getuigen Gerbrig Lubberssen. Gebooren 21 Januari. Doornspijk 18-03-1792: ged. 18 Maart Liesbet. dogter van Gerbrig Lubbers en Geertjen Gerrits. Getuigen Gerbrig Lubberssen. Gebooren 14 Maart. Doornspijk 08-02-1795: ged. 8 Febr. Jennigjen dogter van Gerbrig Lubberssen en Geertjen Gerrits op verzoek te Oldebroek gedoopt. Getuigen Gerbrig Lubbertsen. Gebooren 5 Febr. Oldebroek 08-02-1795: Den 8 Febr. op verzoek van Dom. Heineken hier gedoopt, dog te Doornspjk aangetekend Jennigje, gebor. d. 5  Febr., Dochter van Gerbrich Lubbertszen en Geerdje Gerrits. Doornspijk 05-06-1797: ged. Geertjen, Gebooren de 2 Juni en 5 dito Gedoopt. Vader Gerbrig Lubbers. Moeder Geertjen Gerritsz. Getuijge Gerbrig Lubbers.

94. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1791-1802 door H. Fikse, 1999-2003, fiche 284: “Verschenen Hendrik Peters verkoopt voor f 70,- aan Jan Willems een 1/4 portie in een huis en hof (de Veldhoenders) gen. waaraan oostw de heer Sels westen zuidw de herenweg en noordw Jan Prins gelandet is
Verschenen Willempje Peters geass. met Hendrik Peters verkoopt voor f 70,- haar portie in dat huis
Verschenen Hendrik Martens en Aart van Dijken als voogden over kinderen van Hendrik Martens en Hendrik Martens als meerderjarige zoon verkopen voor f 102,- aan de kinderen van Peter Hendriks (Veldhoen) voor de ene helft en aan Jan Willems voor de andere helft een huis en hof "de Veldhoenders" gen waaraan oostw de heer Sels westen zuidw de herenweg en noordw Jan Prins gelandet is get 9 jan 1793

95. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1791-1802 door H. Fikse, 1999-2003, fiche 284: Verschenen Dirk Gijsberts Koster verkoopt voor f 170,- aan Philip Carel le Poire een mudde zaailand op "Scholtenenk" waaraan oost en noordw de heer Sels, westw Beert Keiser, zuidw Jan Prins gelandet is get 3 mei 1793

96. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1791-1802 door H. Fikse, 1999-2003, fiche 288: “Wij G. Roseboom en H.A.Wijnne doen cond: Verschenen Jan Gerritsen Prins en Geertje Hendriks echtel. verkopen voor f 450,- aan Cornelis Aaltsen en Gerrigje Gerrits echtel. een mudde zaailand waaraan oostw Sels westw Beert Keiser zuidw de weg en noordw Philip Carel le Poire gelandet is get 10 mei 1797

97. Zie noot 53.

98. Zie noot 53.

99. Kampen, Register op de naamsaannemingen, fol. 98.

100. BS Kampen 16-10-1813: Jurriën Kaspers woont alhier. De naam van Evertjen Gerrits Prins is geschreven als Evertien Gerrits. Marregien Kaspers is geb. Kampen 14-10-1813 ten zijnen huize wijk 4 No 309. BS Kampen 28-02-1817: Jurrien Kaspers woont in Kampen. Zijn vrouw is Kampen 27-02-1817 ontijdig van een dood kind verlost, ten haren huize staande in de Nieuwstraat No 204 wijk 4. Kampen 1840: Evertjen Gerrits Prins woont in Kampen in wijk 3. BS Kampen 09-11-1847: Jurrien Kaspers woont te Kampen. Hij is ovl. Kampen 07-11-1847 in het huis, staande in de Nieuwstraat wyk twee nummer een honderd een en Zestig. BS Kampen 29-08-1849: Evertjen Prins, oud twee en Zeventig Jaren, geboren te Kampen, zonder beroep, weduwe van Jurrien Kaspers, dochter van wijlen Gerrit Prins en Geertruida van ’t Hul woont te Kampen. Zij is ovl. Kampen 28-08-1849 in het huis in de Nieuwstraat wyk 2 nummer honderd zestien.

101. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 R. 3 jan. 1780 – 28 dec. 1786. Inv. nr. O.A. 208, fol. 241v.

102. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 S.  4 jan. 1787 – 24 dec. 1795. Inv. nr. O.A. 209, fol. 95.

103. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 T. 2 jan. 1796 – 12 dec. 1803. Inv. nr. O.A. 210, fol. 57.

104. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 T. 2 jan. 1796 – 12 dec. 1803. Inv. nr. O.A. 210, fol. 220v.

105. BS Kampen 21-05-1816: Tijmen Prins woont te Kampen. Johannes Prins is geb. Kampen 21-05-1816. BS Kampen 04-03-1818: Johannes Prins oud een Jaar en negen maanden, zoon van Tijmen prins en Hendrikje van Blijdenstein is ovl. Kampen 03-03-1818 ten huize van den vader staande in de Schaapensteeg No. 208 wijk 4. Kadastrale Atlas 1832. Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel der grond-eigenaren en der ongebouwde en gebouwde vaste eigendommen, benevens van derzelver inhouds-grootte, klassering en belastbaar inkomen, volgens het kadaster. Kampen, sectie F genaamd de Stad, nrs. 482, 483, 484, 695: Thijmen Prins woont in Kampen. BS Kampen 05-03-1845: Tijmen Prins, oud twee en tachtig Jaren, geboren te Kampen, zonder beroep gehuwd aan Hendrikje van Blijdenstein zonder beroep, woont te Kampen. Hij is ovl. Kampen 03-03-1845 in het huis staande in de Schapensteeg, wijk 4 nummer tweehonderd en acht. BS Kampen 25-11-1856: Hendrikje van Blydenstein, oud twee en tachtig Jaren, geboren te Ruinerwold, zonder beroep, Weduwe van Tymen Prins woont te Kampen. Zij is ovl. Kampen 24-11-1856 in het huis staande in de Schapensteeg, wijk 4 nummer tweehonderd en acht. In de akte staat de ouders van de overledene zyn onbekend.

106. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 U. 2 jan. 1804 – 4 apr. 1809. Inv. nr. O.A. 211, fol. 163.

107. Notarieel Archief Kampen, inv. I-565, nr. 355, d.d. 23-09-1814 (notaris mr. G.J. van Wijhe), inv. I-568a, nr. 688, d.d. 06-02-1817 (notaris mr. G.J. van Wijhe),  inv. I-572a, nr. 1420, d.d. 22-06-1821 (notaris mr. G.J. van Wijhe),  inv. I-572a, nr. 1421, d.d. 22-06-1821 (notaris mr. G.J. van Wijhe).

108. Notarieel Archief Kampen, inv. I-565, nr. 482, d.d. 30-08-1815 (notaris mr. G.J. van Wijhe).

108a. Kadastrale Atlas 1832. Oorspronkelijke Aanwijzende Tafel der grond-eigenaren en der ongebouwde en gebouwde vaste eigendommen, benevens van derzelver inhouds-grootte, klassering en belastbaar inkomen, volgens het kadaster. Kampen, sectie F genaamd de Stad, nrs. 482, 483, 484, 695.

109. Notarieel Archief Kampen, inv. I-555b, nr. 3411, d.d. 13-07-1839 (notaris mr. F. Rambonnet).

109a. Ontleend aan de website www.remery.nl. Aldaar is aangegeven dat de rapporten van mr. H. Wijnbeek berusten in het Archief van Binnenlandse Zaken, Vde afdeling, in ´s Gravenhage.

109b. Ontleend aan de website www.remery.nl. Aldaar is aangegeven dat de rapporten van mr. H. Wijnbeek berusten in het Archief van Binnenlandse Zaken, Vde afdeling, in ´s Gravenhage.

110. BS Epe 10-11-1827: Tymen Hendriks Prins woont te Epe. Bij het huwelijk van Hendrik Prins ondertekent hij de huwelijksakte. BS Epe 17-04-1830: Tymen Hendriks Prins woont te Ermelo. Bij het huwelijk van Grietje Prins verklaart hij niet te kunnen schrijven. BS Epe 25-04-1835: Tymen Prins woont te Epe. Bij het huwelijk van Beije Prins verklaart hij niet te kunnen schrijven. BS Epe 16-04-1836: Tijmen Prins woont te Epe. Bij het huwelijk van Egbert Prins verklaart hij niet te kunnen schrijven.

111. Zie noot 110. BS Heerde 05-12-1815: Elisabeth Gerrits, oud vyftig jaren van Beroep Boerin, gehuwd, dogter van Gerrit Gosens en Geertjen Tymens, is ovl. Mulligen (gem. Heerde) 04-12-1815 in het huis No 349 in de buurschap Mullegen onder deze gemeente. Oldebroek 1818: Tijmen Prins woont in Oldebroek, in Heerder Wezep, Mulligen, nr. 349, zie: Veehouders in 1818 en het aantal Runderen, paarden en schapen, J. Kolkman, 2005.

112. Veehouders in 1818 en het aantal Runderen, paarden en schapen, J. Kolkman, 2005.

113. D. Otten, Oude namen in Oldebroek (Oldebroek 1996) 74.

114. D. Otten, Oude namen in Oldebroek (Oldebroek 1996) 59.

115. BR Oldebroek 01-01-1830, I fol. 133. De naam van Bijgje Hendriks Junte is geschreven als Bijgje Prins.

116. Oldebroek 19-10-1760: ged. Den 19 Octob?.  Zone Jan, zoon van Hendrik Timenzen Prins En Grietjen Egbertzs. Daarbij staat: voor jan cautie gegeven naar Hattem voor 7 jaren Den 14 Maij 1803. Oldebroek 03-06-1768: ged. Den 3 Junij Dogter Steijne, dochter van Wijgmoet Lubberts, En Neeltjen Beerts. Daarbij staat: Voor Steijne cautie gegeven naar Hattem voor 7 jaren d. 14 Maij 1803. Oldebroek 11-11-1792: ged. Grietje, gebor. d. 29 Octob., dochter van Jan Hendriks Prins en Stijntje Wichmans. Getuige Lisabet Hendriks Prins. Daarbij staat: voor Grietje cautie gegeven naar Hattem voor 7 jaren, d. 14 Maij 1803. Oldebroek 27-11-1793: ged. Neeltje, gebor. d. 17. Nov., dochter van Jan Prins en Stijntje Wichmoets. Daarbij staat: voor Neeltje cautie gegeven naar Hattem voor 7 jaren. d. 14 Maij 1803. Oldebroek 29-05-1796: ged. Hendrik, gebor. d. 26 Maij, zoon van Jan Hendriksz en Stijntje Wichemerts. Getuige Elizabeth Hendriks. Daarbij staat: voor Hendrik cautie gegeven naar Hattem voor 7 jaren d. 14 Maij 1803. Oldebroek 25-07-1802: ged. Egbert, gebor. d. 17 Julij, zoon van Jan Prins en Stijntje Wichmerts. Getuige Fennetje Hendriks. Daarbij staat: voor Egbert cautie gegeven naar Hattem voor 7 jaren d. 14 Maij 1803. Hattem 21-09-1806: Den 14 Sept geb: & den 21 d? gedoopt. Fennigjen Dogter van Jan Hendriks & Styntjen Wichems E.L.

117. BS Oldebroek 30-03-1820: Jan Prins woont in dit Schoutambt. Jan Prins verklaart bij de gelegenheid van het huwelijk van Grietje Prins niet te kunnen schryven. BS Doornspijk 22-04-1820: Jan Prins woont te Oldenbroek. BS Doornspijk 18-05-1824: Jan Hendriks Prins woont te Oldebroek. Hij verklaart bij de gelegenheid van het huwelijk van Wichmet Prins niet te kunnen schryven. BS Oldebroek 05-03-1825: Jan Prins woont te Oldebroek. Jan Prins verklaart bij de gelegenheid van het huwelijk van Hendrik Prins zijn naam niet te kunnen tekenen.

118. Zie noot 117. BS Oldebroek 25-05-1825: Jan Prins woont binnen deze gemeente. BS Oldebroek 29-05-1825: Jan Prins woont binnen deze gemeente. BR Oldebroek 01-01-1830, I fol. 252. BS Oldebroek 02-01-1837: Jan Prins woont alhier. Hij is ovl. Bovenstreek (gem. Oldebroek) 01-01-1837, in deze Gemeente, Buurschap Bovenstreek in het huis No. 170.

119. D. Otten, Oude namen in Oldebroek (Oldebroek 1996) 32.

120. Zie noot 116.

121. Oldebroek 31-01-1762: ged. Den 31 dito [Janrij] Zone Jan, zoon van Hendrik Janzen in ’t Stuijvezandt & Marijtjen Timanzs. Daarbij staat: 1804 d. 2 Maij cautie gegeven voor Jan naa Hattem voor 7 jaaren. Oldebroek 05-09-1762: ged. Den 5 septem?? . Dogter Fennetjen, dochter van Hendrik Timenzen Prins En Grietjen Egbertzs. Daarbij staat: 1804 d. 2 Maij aan Fennetje cautie gegeven voor 7 jaaren na Hattem. Oldebroek 02-07-1797: ged. Hendrik, gebor. d. 28 Jun., zoon van Jan Hendriks en Fennetje Hendriks. Getuige Elisabeth Hendriks. Daarbij staat: 1804 d. 2 Maij aan Hendrik cautie gegeven voor 7 jaaren naa Hattem. Oldebroek 14-04-1799: ged. Jan, geboren. d.7 April, zoon van Jan Hendriksz en Fennetje Hendriks. Getuige Bije Hendriks. Daarbij staat: 1804 d. 2 Maij aan Jan cautie gegeven voor 7 jaaren naa Hattem. Oldebroek 18-04-1802: ged. Egbert, gebor. d.15 April, zoon van Jan Hendriksz en Fennetje Hendriks. Getuige Gerritje Martens. Daarbij staat: 1804 d. 2 Maij aan Egbert cautie gegeven voor 7 jaaren naa Hattem.

122. Oldebroek, Register op de naamsaannemingen 1813-1826, akte 10.

123. BR Oldebroek 01-01-1830, I fol. 165. BS Oldebroek 18-01-1836: Jan Junte woont alhier. Hij is ovl. Bovenstreek (gem. Oldebroek) 17-01-1836 in deze Gemeente, Buurschap de Bovenstreek in het huis No. 116. BS Oldebroek 25-03-1837: Fennigje Prins woont alhier. Zij is ovl. Broekdijk (gem. Oldebroek) 24-03-1837 in deze Gemeente, Buurschap Broekdijk, in het huis No. 154.

124. D. Otten, Oude namen in Oldebroek (Oldebroek 1996) 32.

125. BR Oldebroek 01-01-1830, I fol. 165.

126. BS Oldebroek 26-10-1835: Willem Bakker woont alhier. Hij is ovl. Broekdijk (gem. Oldebroek) 24-10-1835 in deze Gemeente in de Buurschap de Broekdyk in het huis No 76. BS Oldebroek 21-04-1840: Elisabeth Hendriks is ovl. Oldebroek 21-04-1840 ten haren huize binnen deze Gemeente.

127. Oldebroek 27-01-1765: ged. Den 27. Dito [Jan:] Dogter Martjen, dochter van Gosen Tiemensen Prins En Evertjen Beerts. Daarbij staat: 1799 d. 26 Oct. Doopattest gegeven. Oldebroek 16-12-1770: ged. Den 16. dito. [Decemb.] Zoon Gerrit, zoon van Gerrit Teunis Elserman. En Grietje Gerrits. Daarbij staat: 1799 d. 26 Oct. doopattest gegeven.

128. BS Oldebroek 17-06-1825: Matje Prins van beroep dagloonster te oosterwolde Geboren Dochter van wijlen Goossen Prins en wijlen Evertje jakobs Echtgenote van Gerrit Elzerman dagloner in dit schoutambt is ovl. Oldebroek 17-06-1825 ten haren huize No 69-2 letter C binnen deze gemeente. BR Oldebroek 01-01-1830, II fol. 248. BR Oldebroek 01-01-1840, II fol. 239. BS Oldebroek 18-09-1843: Gerrit Elzerman woont te Oldebroek. Hij is ovl. Oldebroek 16-09-1843 ten zijnen huize.

129. BR Oldebroek 01-01-1830, II fol. 248. BR Oldebroek 01-01-1840, II fol. 239.

130. Transcriptie Registre Civique Oldebroek 1812 door J. Kolkman 2007.

131. BS Oldebroek 01-11-1817: Jan Gosensz Prins woont in deze Gemeente. Jan Gozens Prins woont in Oldebroek, nr. 84, zie:Veehouders in 1818 en het aantal Runderen, paarden en schapen, J. Kolkman, 2005. BS Oldebroek 21-02-1825: Jan Prins en Wobbetje Dries zijn Landbouwers in deze gemeente wonende. Eesje Prins is ovl. Oldebroek 20-02-1825 ten haren huize No. 100. BS Oldebroek 01-09-1827: Wobbetje Pol, geb. Heerde, landbouwster, 56 jaar, echtgenote van Jan Goossens Prins, dochter van Dries Pol en Eesje Beerds woont te Oldebroek. Zij is ovl. Oldebroek 31-08-1827 ten haren huize No 84 in het Oosterrot. BS Oldebroek 07-09-1827: Jan Goossens Prins, geb. Oosterwolde (GD), landbouwer, 56 jaar, wedn. van Wobbetje Pol, zoon van Goossen Prins en Grietje Jans, woont te Oldebroek. Hij is ovl. Oldebroek 06-09-1827 ten zijnen huize No 84 in het Oosterrot.

132. Lijsten van gezinshoofden en alleenstaanden per rot. Archief gemeentebestuur van Oldebroek 1795-1813, inv. 63.

133. Zie noot 108.

134. Rechterlijk Archief Kampen 105, fol. 234v.

135. Rechterlijk Archief Kampen 105, fol. 257v.

136. Rechterlijk Archief Kampen 105, fol. 312.

137. BR Oldebroek 01-01-1830, II fol. 194. BR Oldebroek 01-01-1840, I fol. 234, 237. BS Oldebroek 27-11-1847: Marrigje Prins, ged. Doornspijk, oud 71 jaar, dochter van Goossen Prins en NN, echtgenote van Willem Koops, woont in Oldebroek. Zij is ovl. Oldebroek 25-11-1847 ten haren huize binnen deze Gemeente. BR Oldebroek 01-01-1850, fol. 595. BS Oldebroek 28-08-1857: Willem Koops, ged. Kampen, oud 82 jaar, zoon van Luig Koops en Geertje Pol, wedn. van Marrigje Prins, woont in Oldebroek. Hij is ovl. Oldebroek 26-08-1857 ten zijnen huize binnen deze Gemeente.

138. BR Oldebroek 01-01-1830, II fol. 194. BR Oldebroek 01-01-1840, I fol. 234, 237. BR Oldebroek 01-01-1850, fol. 595.

139. Oldebroek 12-11-1769: ged. Den 12 November Zoon Harmen, zoon van Roelof Frankzen En Bartjen Franks. Daarbij staat: 1808 Den 30 Nov. Doop-Extract gegeven.

140. BS Oldebroek 19-01-1813: Hermen Roelofs verklaart bij de aangifte van de geboorte van Batje niet te kunnen schrijven en niet zijn handtekening te kunnen zetten. BS Oldebroek 08-10-1814: Hermen Roelofs van der Maten verklaart bij de aangifte van de geboorte van een dood kind niet te kunnen schrijven en niet zijn handtekening te kunnen zetten.

141. BS Oldebroek 19-01-1813: Hermen Roelofs woont in het Stuvesand binnen deze Gemeente. BS Oldebroek 08-10-1814: Jan Roelofs van der Maten, getuige bij de aangifte van de geboorte van een dood kind, woont in het Stuyvezand binnen deze gemeente. BR Oldebroek 01-01-1830, I fol. 170. BS Oldebroek 15-09-1832: Goossen Prins woont in het Ooster rot te Oldebroek. Willemina Prins is geb. Oldebroek 15-09-1832 ten zynen huize no. 111 binnen deze Gemeente. BR Oldebroek 01-01-1840, I fol. 252. BR Oldebroek 01-01-1850, fol. 462. BS Oldebroek 09-03-1853: Harmen Roelofs van der Maten woont te Oldebroek. Hij is ovl. Oldebroek 09-03-1853 ten zijnen huize binnen deze Gemeente. BS Oldebroek 14-10-1853: Aaltje Prins woont te Oldebroek. Zij is ovl. Oldebroek 12-09-1853 ten haren huize binnen deze Gemeente.

142. D. Otten, Oude namen in Oldebroek (Oldebroek 1996) 29.

143. BR Oldebroek 01-01-1830, I fol. 170. BR Oldebroek 01-01-1840, I fol. 252. BR Oldebroek 01-01-1850, fol. 462.

144. BS Oosterwolde 26-04-1817: Gerrigje Prins woont te Oldebroek. Jacob van den Berg woont te Oosterwolde. BS Doornspijk 05-03-1818: Jacob Evers van den Berg woont in dit Canton. BS Oldebroek 12-04-1819: Jacob van den Berg woont in deze Gemeente. BS Oldebroek 22-03-1920: Jacob van den Berg woont in deze Gemeente. BS Elburg 13-12-1824: Jacob van den Berg woont alhier te Elburg. Grietje van den Berg is geb. Elburg 11-12-1824 in het huis no 177 ooster Kwartier. BS Doornspijk 08-12-1826: Jacob Everts van den Berg woont te Doornspijk voornoemd. Hij is ovl. Doornspijk 06-12-1826 in deze Gemeente Kerspel Doornspijk, buurtschap Oostendorp, in het huis No. 219. BS Doornspijk 26-06-1828: Gerrigje Prins woont te Doornspijk. Zij is ovl. Doornspijk 25-06-1828 in deze Gemeente Kerspel Doornspijk Buurschap Oostendorp in het huis No. 219.

145. D. Otten, Oude namen in Oldebroek (Oldebroek 1996) 73.

146. D. Otten, Oude namen in Oldebroek (Oldebroek 1996) 27-28.

147. Het ontbrekende deel  van de akte staat kon op de film van www.familysearch.org niet worden gevonden op de locatie waar deze kan worden verwacht.

148. BS Oldebroek 26-04-1822: Aart van het Eekt woont In deze Gemeente. Bij de aangifte van de geboorte van Grietje verklaart Aart van het Eekt niet zijn handtekening te kunnen zetten. BS Oldebroek 13-12-1823: Aart van het Eekt woont in het huis No. 72 binnen deze Gemeente. Hermtje van het Eekt is geb. Oldebroek 12-12-1823 ten zijnen Huize. Bij de aangifte van de geboorte van Hermtje verklaart Aart van het Eekt niet zijn handtekening te kunnen zetten. BS Oldebroek 09-12-1825: Aart van het Eekt woont in het huis No. 72. Goossen van het Eekt is geb. Oldebroek 08-09-1825 ten zynen huize. Bij de aangifte van de geboorte van Goossen verklaart Aart van het Eekt niet zijn handtekening te kunnen zetten.

149. Zie noot 148. BS Oldebroek 28-04-1820: Hendrikje Prins woont In dit Schoutambt. Aard van Het Eekt woont In dit Schoutambt. BS Oldebroek 22-06-1830: Hendrikje Prins woont te Oldebroek. Zij is ovl. Oldebroek 22-06-1822 ten haren huize no 69 aan den Broekdyk binnen deze Gemeente. BR Oldebroek 01-01-1830, I fol. 104. BR Oldebroek 01-01-1840, I fol. 127. BR Oldebroek 01-01-1850, fol. 380. BR Oldebroek 01-01-1862, fol. 1275. BS Oldebroek 08-02-1864: Aart van ’t Eekt woont te Oldebroek. Hij is ovl. Oldebroek 08-02-1864 ten zijnen huize binnen deze Gemeente.

150. BR Oldebroek 01-01-1830, I fol. 104. BR Oldebroek 01-01-1840, I fol. 127. BR Oldebroek 01-01-1850, fol. 380. BR Oldebroek 01-01-1862, fol. 1275.

151. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 S.  4 jan. 1787 – 24 dec. 1795. Inv. nr. O.A. 209, fol. 210.

152. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 T. 2 jan. 1796 – 12 dec. 1803. Inv. nr. O.A. 210, fol. 18v.

153. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 T. 2 jan. 1796 – 12 dec. 1803. Inv. nr. O.A. 210, fol. 140.

154. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 T. 2 jan. 1796 – 12 dec. 1803. Inv. nr. O.A. 210, fol. 167v.

155. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 T. 2 jan. 1796 – 12 dec. 1803. Inv. nr. O.A. 210, fol. 185v.

156. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 R. 3 jan. 1780 – 28 dec. 1786. Inv. nr. O.A. 208, fol. 65v.

157. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 R. 3 jan. 1780 – 28 dec. 1786. Inv. nr. O.A. 208, fol. 134.

158. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 R. 3 jan. 1780 – 28 dec. 1786. Inv. nr. O.A. 208, fol. 148.

159. Oud Archief Kampen. Apostillen van Campen en haar Jurisdictie. 1624-1809. Deel 26 T. 2 jan. 1796 – 12 dec. 1803. Inv. nr. O.A. 210, fol. 58.

160. Rechterlijk Archief Kampen 105, fol. 44.

161. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1803-1810, kerspel Oosterwolde, door H. Fikse, 2002, fiche 420: Magescheid gemaakt tussen Betje, Biegje en Jantje Thys meerderjarige kinderen van wylen Thys Jansen en Aaltje Everts echtel. ten eenre en Timen Everts Prins en Jan Hendriks als voogden over Evertje Hendrikje en Fennetje Thys thans nog minderjarig over de nalatenschap van hun overleden ouders
Aan Biegje een half erfje best. uit een huis hof en 5 morgen zaai en weiland te Oldebroek in de Endehoek gelegen en 3 gresen in Oosterwolde tesamen getax. op f 1200,-
Aan Jantje 10 gresen leenroerig aan St Marie te Utecht ingevolge de leenbrief van 29 mei 1761, get. op f 1650,- moet aan het 5e lot f 450,- uitkeren get. Oldebroek 16 april 1806

162. Uittreksels protocol van bezwaar ORA Doornspijk 1803-1810, kerspel Oosterwolde, door H. Fikse, 2002, fiche 411: Magescheid gesloten tussen Kornelis Driesen en Batje Thijs echtel. Gerrit Hendriks en Jantje Thijs echtel en Evertje Thijs ten eenre en Tijmen Everts Prins en Jan Hendriks als voogden over het minderjarig kind van Fennetje Thijs ten andere zijde als erfgenamen van wijlen hun zusters Bijgje en Hendrikje Thijs in febr dezes jaars overleden
Aan Fennetje Thijs minderjarige dochter van Thijs Jansen en Aaltje Everts in leven echtel. 3 gresen aan de Grote Woldweg getaxeert op f 300,- get te Oldebroek 28 dec 1807

163. Zie noot 118. Oldebroek 1818: Tijmen Prins woont in Oldebroek, nr. 117, zie: Veehouders in 1818 en het aantal Runderen, paarden en schapen, J. Kolkman, 2005. BS Oldebroek 12-03-1821: Tijmen Prins woont in deze Gemeente. BS Oldebroek 06-09-1828: Tymen Prins is geboren te Oldebroek en woont te ’t zelfder plaatse. Driesje van Loo woont te Oldebroek. BR Oldebroek 01-01-1830, I fol. 21. BS Oldebroek 20-03-1832: Tymen Prins woont binnen deze Gemeente. BR Oldebroek 01-01-1840, I fol. 23. BR Oldebroek 01-01-1850, fol. 199. BS Oldebroek 12-02-1853: Tijmen Prins woont te Oldebroek. Hij is ovl. Oldebroek 11-02-1853 ten zijnen huize binnen deze Gemeente. BR Oldebroek 01-01-1862, fol. 1070. BS Oldebroek 12-11-1874: Driesje van Loo woont te Oldebroek. Zij is ovl. Oldebroek 11-11-1874 ten haren huize binnen deze Gemeente.

164. Registre Civique, Archief gemeentebestuur van Oldebroek 1795-1813, inv. nr. 64, formulier 161.

165. Zie noot 118.

166. Zie noot 81.

167. BR Oldebroek 01-01-1830, I fol. 21, BR Oldebroek 01-01-1840, I fol. 23. BR Oldebroek 01-01-1850, fol. 199. BR Oldebroek 01-01-1862, fol. 1070.

168. Oldebroek 09-10-1774: ged. Den 9 Octob. Dochter Weimtje gebor. d. 4 Oct., dochter van Dries Timensz Prins en Lutgertje Everds. Getuige Neeltje Everds. Daarbij staat: doopattest gegeven d. 10 April 1800.

 

 

Bronnen bij Generatie VII

 

Testament van Elisabeth Prins, 1786

 

Is an den Ed: gerichte erscheenen Elisabeth Prins meerderjarige ongehuwde dogter, gaande en staande en by blykenden goeden verstanden en dezen zo verre nodig geadsisteerd met secret: Ranbonnet als haaren gekoozen en toegelaten momber, en verklaarde by dezen te maaken haare laatste en uiterste vrye en onbedwongen wille in manieren nabeschreven. Zy legateerd aan de Boven en buitenkerken deeser stad een goudgd: en aan den nooddruftigen armen deeser stad twee goudgd: alles eens Zy maakt en bespreekt aan Haare broeder Timen Hendriks Prins Een bybel met silvere krappen een gouden ring met seven stenen en twaalf sakdoeken Aan Haar suster Maria Prins Huisvrouw van Toon van den Berg of by derzelver overlyden aan haare wettige descendenten een silveren beugel, een geelgestikte rok, een syden damasten dito, een paars bontjak een nagtgronde dito twee bestemutsen ses hemden, ses ronde mutzen met kanten, ses servetten en ses feytels met kleine Ruitjes. Aan haar suster Hendrika Prins Huisvrouw van Gerrit Reusel of by haar overlyden aan derzelver wettigen descendenten een gouden slot een rood kamelotten rok een wit sitsen dito, een Urdsitsen Jak en een rood dito vier heepjes musen ses ?, ses feytels ses ronde mutzen en een witte boeselaar. Aan haar suster Hermina Prins Huisvrouw van Jan Henniphof of by haar overlyden aan haare wettige descendenten, Een gouden ring met een Beeltje, een witte damaste rok met groene kamelotten dito, vier mutzen met smalle kanten, ses ronde mutsen, ses hemden, se feytels en een regenkleed. Aan Catherina Lambregts een paar gouden bellen een heurslyf met punthaaken, een swarte syden Japon een merlyn kappen een gebandeest jak en rok, twee sitse schoteldoeken Aan Margarita Spraakmans Huisvrouw van Roelof Storm Mz een silvere scheerenketten een silveren naaldekooker en verders alle de meubelen die op haar kamer sullen gevonden worden. Aan haar halve suster Alisa Prins een goeden Ringien en aan haar halven suster Jannegien Prins een paar silveren gespels. Institueerde verders tot Haare enige en universeelen erfgenaamen om haare overige na te laten goederen eeuwiglyk en erfelyk te besitten en te behouden, Haare die hier vooren genoemde susters met naame Maria, Hendrika en Hendrika Prins of by derselver overlyden haare wettige descendenten Laatselyk versoekt en qualificeert zy tot executeurs van dit Haar tenstament de Hr F:W: Stennekes Burgemeester deeser stad en Roelof Storm Mz, met al sodantige magt als executeuren van Testamenten, competeerd Z.A. Coram P.D. van Heimenberg G. Bondam.

 

 

Aantekeningen inzake de vordering van Kampen op Jacobus Aaltsen Prins (1757-1830) in het Register van de notulen van de Raad, 20-01-1826 – 11-10-1828.

 

Fol. 117

De Heer President geeft te kennen dat vermits Cobus Aaltsen Prins, Stads Meijer op het Eiland zich niet ontzien heeft, een groot gedeelte van zijne goederen van het erve te vervoeren en te verdonkeren, terwijl hij van zijne producten te gelde maakt, zonder daarvan ten Stadskantine iets te voldoen, zoodat hij over 1824 nog schuldig is f 699,-, weshalven de Heer Stads Ontvanger, van het een en ander onderrigt, het nodig geoordeeld had, den boedel van hem Cobus Aaltsen Prins voorlopig in beslag te nemen.

Waarover zijnde gedelibereerd is goedgevonden Heeren Burgemeester & Wethouderen te autoriseren, om de begonnen arrestprocedure tegen genoemden Stads Meijer te vervolgen, en verder alle maatregelen te nemen die het belang van Stadsfinantiën zullen vorderen, desnodig, met eisch om exëcutie van personeel arrest tegen voornoemden debiteur Cobus Aaltsen Prins.

[…]

 

Fol. 144

Den 19 December 1826

Is de Raad vergaderd geweest en waren absent de Heeren Beeckman en Nobel.

Na resumtie der Notulen van de vorige vergadering,

Gelezen:

[…]

Een Rekwest van J.A. Prins Meijer op het Erve No 18, verzoekende dat tegen hem gedirigeerd wordende exëcutie zijner goederen voor zijne verschuldigden pacht, in zoo verre moge gewijzigd, dat hij tot op Petri aanstaande op het erve moge blijven wonen met genot van de voortbrengselen, als wanneer hij de in beslag genomen goederen en al wat hij bezit zou cederen, om alsdan verkocht te worden.

Is hetzelve gesteld in handen van Burgemeester & Wethouderen ten fine van rapport.

[…]

 

Fol. 220

Een adres van den Stadsontvanger de Heer H.A de Chalmot dato 11 Junij 1827, daarbij overleggende kopij eene insinuatie aan hem ontvanger, in die zijne kwaliteit geëxploiteerd door den Deurwaarder J.C. Koeroe te Zwolle, dato 9 Mei 1827, namens Jacobus Aaltsen Prins, landman te Grafhorst, thans gedetineerde in civiele gijzeling in het huis van verzekering te Zwolle, houdende citatie van denzelven, tegen woensdag den 13en dezer, des voormiddags ten tien uren, ter zitting van de Regtbank van eersten aanleg te Zwolle, ten einde aldaar bij vonnis te zien gelasten, dat hij Jacobus Aaltsen Prins, onverwijld, op vrije voeten zal worden gesteld, met condemnatie van den gedaagden in zijne kwaliteit, in de kosten en schade door deze arrestatie veroorzaakt, zich daartoe grondende op eene dispositie van welgemelde Regtbank op het Rekwest van genoemden Jacobus Aaltsen Prins, ten voorschreven einde strekkende, mede kopijlijk overgelegd dato 9 Junij 1817, ten zelven dage geregistreerd, en waarbij de rekwestrant had overgelegd een extract uit de Registers van den burgelijken Stand der Stad Kampen, waaruit zoude consteren, dat hij den 2en october 1757 is gedoopt en alzoo, in october 1826 zijn zeventigste jaar is ingetreden, en dus, inge

Fol. 221

volge het bepaalde bij Art. 801 van het wetboek van burgelijke regtpleging en art. 2066 van het burgerlijk wetboek, niet langer in civielen detentie mogt gehouden worden.

Waarover zijnde gedelibereerd en in aanmerking genomen, dat de gedetineerde Jacobus Aaltsen Prins door het overleggen van zijne geboorte of doopacte thans heeft bewezen zijn zeventigste jaar te zijn ingetreden, is goedgevonden in het ontslag van denzelven genoegen te nemen en den Heer Ontvanger voornoemd te autoriseren tot het passeren eener Notariele Acte, daartoe dienende, ingevolge de wet.

Extract dezer zal aan den Heer Stads Ontvanger wordende uitgereikt tot desselfs narigt.

[…]

 

Fol. 299

[…]

Een adres van den Heer Stads ontvanger van 21 februari 1828 , overleggende [..]

Een adres van denzelven van 6 maart 1828, overleggende rekeningcourant wegens den pachterlasten Kobes Aaltsen Prins, met bijgevoegde rekening van den Heer Mr. W Bijsterbos, bediende Procureur in die zaak.

                Hetzelve gesteld in handen van de finantiele commissie om er op te berigten.

[…]

 

 

“Inventaris der nalatenschap van Hendriena Gerrits Bouwmeester in leven huisvrouw van Klaas Klaassen Kragt te Kampen”

 

 

“Op heden den Achttienden April Achttienhonderdenvijftig des morgens ten Elf uren heb ik Meester Frederik Lodewijk Rambonnet Françaiszoon Notaris in het Arrondissement Zwolle resideerende te Kampen vergezeld van natenoemene aan mij Notaris bekende getuigen mij begeven naar het huis staande en gelegen te Kampen op den Vloeddijk in wijk 3 Numero 222, bewoond wordende door Klaas Klaassen Kragt, buiten beroep wonende te Kampen wiens echtgenoote Hendriena Gerrits Bouwmeester, eerder getrouwd geweest met Gerrit Aalts Prins, aldaar op den vierden Februarij Achttienhonderdvijftig is overleden, en welke overledene bij hare testamentaire dispositie gepasseerd voor mij notaris den Zestienden Julij Achtienhonderdnegenenveertig, behoorlijk na het overlijden geregistreerd, tot hare eenige erfgenamen heeft geïnstitueerd onder den last van levenslang vruchtgebruik van haren echtgenoot voormeld, de kinderen of derzelver afstammelingen uit haar vorig huwelijk met Gerrit Aalts Prins; teneinde ten voorschreven woonhuize te inventariseeren de nalatenschap van gemelde overledene Hendriena Gerrits Bouwmeester welke aangezien de echtelieden onder vigueur van het voormalig Code Napoleon waren gehuwd, en alle tot den boedel behoorende vaste goederen staande hun huwelijk zijn aangekocht, mitsdien uitmaakt de halfscheid van den gemeenschappelijken boedel waarvan alzoo deze inventarisatie loopen zal.

 

Geschiedende deze inventarisatie alzoo ter instantie van en waren dientengevolge alhier tegenwoordig

 

1. Klaas Klaassen Kragt buiten beroep wonende te Kampen , zooveel nodig voor zich zelven, aangezien de gemeenschap van goederen waarin hij met voornoemde zijne echtgenoote is gehuwd geweest, en voorts als aanwijzer der goederen.

 

De gezamenlijke erfgenamen van wijlen Hendriena Gerrits Bouwmeester; als:

 

2. Aalt Gerrits Prins, Landman wonende op het Kamper Eiland onder de Gemeente Kampen.

 

3. Hendrik Gerrits Prins, Landman, wonende op het Kamper Eiland onder de Gemeente Kampen.

 

4. Willemina Gerrits Prins, buiten beroep, echtgenoote van en ten dezen geadsisteerd en geautoriseerd door  Mense Klaassen Selles, Landman beide wonende op het Kamper Eiland onder de Gemeente Kampen

 

5. Mense Klaassen Selles voornoemd, zooveel nodig voor zich zelven, als mede ter adsistentie en autorisatie zijner gemelde echtgenoote.

 

6. Adolf Klaassen Selles, Landman wonende onder de Gemeente Genemuiden, in kwaliteit van vader en wettig voogd over zijn nog minderjarige kind genaamd Hendriena Selles bij nu wijlen zijne echtgenoote Jannigje Gerrits Prins in echte verwekt

 

En verder in tegenwoordigheid van

 

7. Aalt Gerrits Prins voornoemd, in kwaliteit van toezienden voogd over opgemelde minderjarige

 

Zijnde Aalt Gerrits-Hendrik Gerrits-Willlemina Gerrits en Jannigje Gerrits Prins, kinderen en Hendriena Selles kleinkind van de erflateresse Hendriena Gerrits Bouwmeester en van wijlen haren eerderen echtgenoot Gerrit Aalts Prins.

 

En zal voorts deze inventarisatie plaats hebben tot constatering van den staat dezes gemeenschappelijken boedels onder voorbehoud en ongepriejudicieerd de regten van partijen of van ieder ander belanghebbende

 

De aanwijzing en oplevering der goederen zal gedaan worden door Klaas Klaassen Kragt voornoemd, terwijl de taxatie der goederen zal geschieden door den medecomparant Petrus Telder, Afslager van publieke verkoopingen, wonende te Kampen, die als door partijen benoemde deskundige vooraf den bij de wet gevorderden eed in handen van den Heer Kanton Regter van het Kanton Kampen heeft afgelegd.

 

Zijnde allede voormelde comparanten aan mij Notaris bekend.

 

En heeft alstoen deze inventarisatie plaatsgehad in maniere navolgende.

 

 

 

I Op de zolder

 

7 byenkorven op eene gulden

1,-

een boombytel, vork en houtwerk op zestig cents

0,60

eenige zakken en koedekken veertig cents

0,40

een paardedeken, manekap, zeventig cents

0,70

yzeren ketting en drie slagtemessen vyftig cent

0,50

twee paar schaatsen, eenige latten, luiwagen op tachtig cents

0,80

een hoenderkorf, leeuwrikskooi vyftig cent

0,50

eenig touwwerk, vyfenzestig cents

0,65

een koperen bierkraan, twee stallampen op vyfendertig cent

0,35

een barometer vyftig cents

0,50

een privé, een hoekbufetje en 2 tonnetjes op eene gulden vyfentwintig cents

1,25

eenig mandenwerk en oud ijzer

0,80

een koekepan vyftig cent

0,50

twee inmaaktonnen en twee melkvleuten tachtig cents

0,80

drie balies eengulden dertig cent

1,30

een ton met weite, zes gulden

6,-

eenig grof aardewerk en oud blik, vyftig cent

0,50

een paardehalster en cingel, dertig cent

0,30

een lessenaar en ladetafel, geverfd hout, een gulden

1,-

een winkeltrap zestig cents

0,60

een pakkist, twee melkvleuten zeventig cents

0,70

een boerenkist een gulden vyfentwtintig cent

1,25

een geverfd rond tafeltje en een leuningstoel met matten zitting, eene gulden zestig

 

Cent

1,60

een peluw, twee kussens en een bed (veeren) op 10 gulden

10,-

twee wollen dekens en twee lakens op drie gulden

3,-

twee iemekookers en lappen op zeventig cent

0,70

drie stoven vyfenzeventig cents

td>

0,75

een potje met groene erwten dertig cent

0,30

een iemekap met paardeboonen veertig cent

0,40

 

 

II In een beneden voorkamer

 

een spiegel met vergulde lyst, twee gulden vyfenzeventig cents

2,75

een groote en 2 kleine glasgordynen zestig cents

0,60

een stallantaarn vyfentwintig cent

0,25

een uittrektafeltje geverfd eenegulden

1,70

twee keukenstoelen, en twee dito en twee stoven, tweegulden vyfenzeventig cent

2,75

 

 

III In een kastje aldaar

 

eenig different glas en wit aardwerk vyftig cent

0,50

melkkan, suikerpot en verder wit aardwerk vyftig cents

0,50

negentien schalen enborden en eentheepot (wit aardwerk) eenegulden vyftig cents

1,50

zes stuks grof enwit aardwerk, dertig cent

0,30

een strykyzer, blikken melkpot en theebus eene gulden, vyftig cents

1,50

een bijbel en drie differente boeken twee gulden

2,-

een mandje met scheurlinnen en een houtenbak op zestig cent

0,60

twee flessen, een aardenpan en pot en verder aardwerk veertig cents

0,40

een hengelmand twintig cents

0,20

 

 

IV In een bedstede aldaar

 

een bed, peluw en vier kussens zesentwintig gulden

26,-

een bonte, een wollen deken en twee bedlakens op zes gulden, vyftig cents

6,50

 

 

V In een achterkamer

 

een spiegel met vergulden lyst en twee schilderyen met glas vier gulden

4,-

twee vogelkooyen met vogels, tweegulden vyftig cents

2,50

een vriesche klok vyftien gulden

15,-

twee lepelrekken met lepels en twee blikken trommetjes eenegulden dertig cents

1,30

eensteenen komfoor met koperen koffyketel een gulden twintig cents

1,20

een tinnen koffykan en koffymolen twee gulden

2,-

een halfdozyn theegoed dertig cents

0,30

een stoof en een melktonnetje, vyftig cents

0,50

een geverfde tafel zestig cents

0,60

een hoekbufetje met eenig gekleurd aardwerk tachtig cents

0,80

twee groote en een klein glasgordyn vyftien cent

0,15

zes keukenstoelen, tweegulden vyftig cent

2,50

een blikken trom, kan, drie messen, eenig aardwerk zestig cent

0,60

eenig grof aardwerk, vyftig cent

0,50

 

 

VI In een bedstede aldaar

 

een bed, twee peluwen en vier kussens, achtendertig gulden

38,-

een dekbed zeven gulden

7,-

twee bedlakens en een wollen deken, drie gulden vyftig cents

3,50

een bedmatras twee gulden

2,-

 

 

VII In de keuken

 

eenig different grof aardwerk zestig cent

0,60

twaalf differente schalen en borden en nog drie (wit aardwerk) eene gulden veertig

 

Cent

1,40

een yzeren waterketel en een yzer komfoor op eene gulden veertig cents

1,40

een yzeren waterketel, eengulden twintig cent

1,20

drie verschillende yzeren stook- en kookpotten, drie gulden vyftig cents

3,50

een yzeren doofpot en een yzer komfoor zeventig cents

0,70

haardhaal, schop, tang en blaaspyp eene gulden tachtig cents

1,80

een blikken pannetje, en dito zeepbak benevens hengelmand, dertig cent

0,30

zes stuks blikwerk, waaronder lamp, vly, kruik, tregter, vyftig cents

0,50

drie borden, suikerpot en melkkan, wit aardwerk, twintig cents

0,20

een rek met lepels, gedeeltelijk defect, dertig cent

0,30

een wastobbe, houten lepels drie, slypplank, dertig cents

0,30

een tang, pannekoekmes en twee kamerbezems

0,60

 

 

VIII In de tuin

 

twee emmers vyfenzeventig cent

0,75

twee dito, tweegulden

2,-

een koperen puthaak en melkvleut op vyfenzestig cent

0,65

een watervat met schepper en balie eene gulden enveertig cent

1,40

een waterbalie zestig cent

0,60

een honingpers twee gulden

2,-

 

 

IX In de stal

 

twee zwartbonte melkkoeyen op honderdveertig gulden

140,-

twee ladders, een gulden veertig cents

1,40

timmergereedschap, een gulden vyftig cent

1,50

een zwart vierjarig merriepaard honderd en tien gulden

110,-

ongeveer tweehonderd pond hooi twee gulden

2,-

een vleesblok dertig cent

0,30

 

 

X In de tuin

 

een kruiwagen, zestig cents

0,60

slijpsteen, eene gulden, vyftig cents

1,50

eenig oud houtwerk en brandhout op twee gulden vyftig cent

2,50

een schop en greep zestig cents

0,60

eenige stobben op zestig cents

0,60

vyfkippen en een haan, drie gulden

3-

vyf korven met byen, zeven gulden, vyftig cents

7,50

 

 

XI In de gang

 

een thermometer en een klokje en een blikken trom twee gulden vyftig cent

2,50

 

 

XII In de kelder

 

eenig spek en vleesch, eene gulden vyftig cents

1,50

 

 

XIII In een andere voorkamer

 

een rolgordyn veertig cents

0,40

zeven stuks schilderijen met glas op drie gulden

3,-

een halfdozyn theegoed zeventig cents

0,70

negen differente gekleurde kommen eene gulden

1,-

een karafen twee zoutvaatjes dertig cents

0,30

een blauw aardewerk en gekleurd delfsch theegoed, te zamen vyf half dozyn, twee

 

gulden vyftig cents

2,50

een theepot en twee kannetjes dito, vyfendertig cent

0,35

een karaf met eenige likeurglaasjes en pleten lepeltjes zestig cents

0,60

een tinnen tabakspot en komfoor, eene gulden vyfentwintig cents

1,25

een latafel, zes gulden vyftig cent

6,50

een geverfde opslagtafel, twee gulden dertig cent

2,30

zes stoelen met rood trypen zitting drie gulden

3,-

een leuningstoel en een keukenstoel op twee gulden vyftig cents

2,50

een rond tafeltje zestig cents

0,60

een geverwd kabinet vyfentwintig gulden

25,-

een glasgordyn zeventig cent

0,70

een vloerkleed, drie gulden

3,-

 

 

p> XIV In het kabinet

 

zes bedlakens op negen gulden

9,-

 

 

XV Kleederen en lijfstoebehoren der overledene

 

een zilveren ooryzer met gouden stiften op twaalf gulden

12,-

twee gouden halssloten gemonteerd met koralen op vierentwintig gulden

24,-

een tas met een zilveren beugel, gemonteerd op tien gulden

10,-

twee zilveren schoengespen gemonteerd op tien gulden

6,-

een zilveren brandewynskom en vier dito lepels gemonteerd op vyftien gulden

15,-

nog twaalf zilveren lepels, kleine keur wegende achtentwintig lood en vyfwigjes, op

 

drie en twintig gulden

23,-

een kerkboek met zilveren krappen en ketting gemonteerd op zes gulden

6,-

twee gouden mutsespelden gemonteerd op twee gulden

2,-

de boven en onderkleederen der overledene te zamen gewaardeerd op veertig gulden

40,-

 

 

XVI Kleederen en lyfstoebehooren van den man

 

een zilver horlogie met zilver ketting gemonteerd op acht gulden

8,-

diverse boven en onderkleederen van den man op vyfentwintig gulden

25,-

 

 

XVII Contante gelden

 

de aanwyzer verklaart dat hy op heden bezit zeshonderd drie gulden aan contanten,

 

als driehonderd en vyftig gulden aan goud, tweehonderd vyftien gulden aan ryksdaalders

 

en achtendertig gulden aan guldens. Zynde dit ook de gelden die op het overlyden

 

voorhanden waren verminderd met sedert het overlyden betaalde schulden en

 

vermeerderd met  sedert het overlyden ontvangene gelden, doch welke uitgaven zyn

 

geloopen over reeds op het overlyden bestaande schulden, en welke ontvangsten

 

gerekend zyn uit reeds by het overlyden tegoed zynde gelden

603,-

 

 

XVIII Tegoed zynde gelden

 

van den deurwaarder Moulin opbrengst van het erfhuis, voor zoo verre het nog niet

 

byden rendant ontvangen is, drie duizend gulden

3000,-

van Klaas van der Linde overgeleverd hooi  vyfenveertig gulden

45,-

 

 

XIX Vaste goederen

 

Een huis en where te Kampen op de Vloeddyk met tuin, aangekocht van Daniël

 

Boterenbrood, bij acte gepasseerd voor den ondergeteekenden notaris, den

 

eenendertigsten mei achttienhonderd negen en veertig, blykens inden boedel

 

voorhandene expeditie

 

Een mate groenland gelegen in den Polder van Broeken en Maten, gemeente

 

Kampen aangekocht van Adolf Klaassen Selles by acte, gepasseerd voor mij

 

notaris den elfden December des vorigen jaars, blykens voorhandene expeditie.

 

 

 

XX Effecten en zoovoort

 

Eene obligatie ten laste het Russische keizerryk, groot nominaal Duizend Gulden

 

Rentende vyfprocent, jaarlyks verschynende opden eersten Januarij, genegoteerd

 

by Hope en Compagnie.

 

 

 

Bedragende alsoo de voordeeligen staat des boedels behalven de niet uitgetrokkene

 

posten de som van vier duizend driehonderdvyfenveertig gulden vijfenzestig cent

4345,65

 

 

Nadeelige staat

 

Aan Daniël Boterenbrood duizend gulden onbetaalde kooppenningen van het

 

hiervoren vermelde huis met de rente van af primo november tegen vier procent

1000,-

 

 

Aan Adolf Klaassen Selles, onbetaalde kooppenningen van het hiervoor omschrevene

 

Land

300,-

aan meiden en knechtenloon honderdvyfentwintig gulden

125,-

aan Buitendyk, smidsverdienste vyf gulden

5,-

 

 

Bedragende alzo de nadeeligen staat des boedels de som van een duizend vier

 

Honderd en dertig guldens zegge

1430,-

 

 

Daarna heeft de rendant te kennen gegeven dat hy geene verdere schuld kende ten laste des boedels en dat de rykslasten tot heden waren aangezuiverd.

 

 

 

Daarop heeft Klaas Klaassen Kragt als aanwyzer der goederen en als in het bezit zynde derzelve en het huis bewonende alwaar dezelve zich bevinden, verklaart, alles te hebben opgegeven en aangewezen wat tot den boedel behoort, en heeft hy daarna in handen van my notaris afgelegd de eed, dat hy niets heeft verduisterd noch gezien heeft, noch weet dat iets verduisterd is.

 

En zyn daarop alle de hierin omschrevene goederen gelden en papieren gelaten in het bezit van

 

Klaas Klaassen Kragt, die zulks erkent en aanneemt dezelve weder op te leveren daar en waar zulks mogt worden gevorderd, met uitzondering alleen van de kleederen, lyfstoebehooren en cierraden der overledene, welke de overige comparanten, als erfgenamen der overledene tot zich genomen hebben.

 

 

 

En hiermede werkzaam geweest zynde tot den namiddag ten twee uure: is hiervan dit proces verbaal opgemaakt en gesloten: alles in tegenwoordigheid van Gerhardus Cornelis Verdam, winkelier en Klaas van Beverwyk, trypwever, beide wonende te Kampen, als getuigen hiertoe verzocht, die deze acte dewelke als minute onder my notaris zal blyven berusten, onmiddelyk navoorlezing met de Comparanten codividenten, den taxateur en my Notaris hebben geteekend.

 

 

P. Telder

K K Kragt

G C Verdam

A G Prins.

K v Beverwyk

W G Prins

F.L. Rambonnet Not.

M K Selles

 

H G Prins

 

A.K. Selles

 

Bron: Notarieel Archief Kampen, inv. II-408, nr. 1357, d.d. 18-04-1850 (notaris mr. F.L.R. Rambonnet).